1. Home>
  2. Nieuws & inspiratie>
  3. Mobiliteit>
tanken

10 vragen en antwoorden over dure brandstof- en energieprijzen

De hoge brandstof- en energieprijzen hakken er stevig in bij werkgevers én werknemers. Iedereen ziet de factuur stijgen. Wat kun je zelf doen om ervoor te zorgen dat je kosten niet door het dak gaan en hoe ondersteun je medewerkers die alsmaar dieper in de buidel moeten tasten? Veerle Michiels, juridisch adviseur bij SD Worx, beantwoordt tien prangende vragen.

    Q1. Kan ik het gebruik van de tankkaart eenzijdig beperken als de brandstofprijzen blijven stijgen?

    A: Nee, dat kan niet. Een tankkaart wordt meestal samen met een bedrijfswagen ter beschikking gesteld. Als je medewerker die wagen ook privé mag gebruiken, vormen ze samen een loonvoordeel. Loon is een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst. Dit eenzijdig wijzigen komt juridisch neer op een impliciet ontslag. 

    Is de tankkaart gelimiteerd en staat er nergens expliciet vermeld hoe dat budget is bepaald, dan kun je dit bedrag aanhouden. Je werknemers zullen dan voor hun privékilometers iets sneller met eigen middelen moeten tanken. Gebruiken je werknemers de wagen ook voor professionele verplaatsingen, dan kun je daarvoor eventueel een hogere tussenkomst overwegen. 

    Moeilijker ligt het bij medewerkers met een wagen met ongelimiteerde tankkaart. Was dit onderling overeengekomen, bijvoorbeeld in een bijlage bij het arbeidscontract of een ondertekende car policy, dan kun je dit niet eenzijdig wijzigen. Bevat je car policy toch een wijzigingsbeding, dan kun je minstens in gesprek gaan met je medewerkers. Zo kun je op termijn nieuwe afspraken maken, maar op korte termijn biedt dat geen soelaas.

    Het lijkt ons de uitgelezen kans om je medewerkers te sensibiliseren rond verantwoord wagengebruik en zuinig rijgedrag. Of om uit te kijken naar alternatieven, zoals het federale mobiliteitsbudget of het mobiliteitsaanbod via het Flex Income PlanTM. Je kunt ook sneller werk maken van de vergroening van je wagenpark. Hoe zuiniger de wagen, hoe minder hoog het bedrag aan de pomp.

      Q2. Mag ik bij stijgende brandstofprijzen het gebruik van de dienstwagen beperken?

      A: Nee, dat mag niet. Als je medewerker die wagen enkel professioneel gebruikt, dan is dit in feite een werkmiddel. Het is je plicht als werkgever om de materialen en hulpmiddelen ter beschikking te stellen die voor de uitvoering van het werk noodzakelijk zijn. Heeft je werknemer de wagen nodig om het overeengekomen werk uit te voeren, dan zul je de gestegen brandstofkosten dus ook moeten betalen. Je kunt die kosten eventueel wel doorrekenen aan je klanten. Of bekijk samen met je werknemer of de verplaatsing op een andere manier kan gebeuren, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer. 

        Q3. Moet ik werknemers die met de wagen pendelen en geen bedrijfswagen of tankkaart hebben, compenseren voor de torenhoge benzineprijzen?

        A: Dat hangt ervan af. Anders dan bij het gebruik van het openbaar vervoer, voorziet de wet hier geen verplichte tussenkomst. Of en hoeveel je moet bijdragen in het woon-werkverkeer van werknemers die met de eigen wagen pendelen, ligt vast in sectorale cao’s of in afspraken op ondernemingsvlak. Sommige sectoren verwijzen naar de werkgeversbijdrage in de treinkaart. Deze bijdragen wijzigen niet in 2022. Er zijn ook sectoren waar de werkgeverstussenkomst berekend wordt volgens een percentage op de treintarieven. Als die tarieven stijgen, stijgt de werkgeverstussenkomst op dezelfde manier.

        Kortom, wat je moet betalen, ligt op sectoraal of ondernemingsniveau vast. Je mag uiteraard méér betalen dan wat de sector jou oplegt. Werkgevers die dat willen, kunnen werknemers tegemoetkomen in de hogere pendelkosten, bijvoorbeeld via de forfaitaire kilometervergoeding. Die bedraagt sinds 1 juli 2022 0,4170 euro per kilometer.

          Q4. Welke regeling kan ik treffen voor werknemers met een elektrische bedrijfswagen?

          A: Werknemers die thuisladen, worden ook geconfronteerd met stijgende elektriciteitskosten. Jij draait op voor die hogere kosten, zowel bij een terugbetaling volgens een forfait per kWh op basis van de CREG-tarieven, of op basis van reële kosten.

          Belangrijk is wel dat je aangeeft dat ze de batterij van de elektrische wagen niet mogen gebruiken om ook het huis van elektriciteit te voorzien. Als je tussenkomst in de kosten voor het opladen van de batterij en deze vervolgens aangewend wordt voor het privégebruik bij de werknemer thuis, ontstaat er een loonvoordeel in natura. Hierop betaal je RSZ en bedrijfsvoorheffing, op basis van de werkelijke waarde van het voordeel.

            Q5. Kan ik mijn medewerkers verplichten om meer thuis te werken om de brandstofkosten te beperken?

            A: Meer telewerk kan, op voorwaarde dat beide partijen hiermee akkoord gaan. Je kunt thuiswerk dus niet eenzijdig opleggen. Omgekeerd kan je medewerker hier ook niet op eigen houtje toe beslissen. Grijp het moment aan om hierover in gesprek te gaan. Stem onderling af welke dagen het meest geschikt zijn om te telewerken. Let wel: als je je medewerkers meer laat thuiswerken, bestaat de kans dat zij hiervoor gecompenseerd willen worden.

              Q6. Meer telewerken, betekent ook hogere verwarmings- en elektriciteitskosten. Wie betaalt de rekening?

              A: Aan thuiswerk zijn kosten verbonden. Werkgevers die dat willen, kunnen hun werknemers daarin tegemoetkomen. De kostenvergoeding bij regelmatig en structureel thuiswerk (minstens equivalent van 1 werkdag per week) dekt bijvoorbeeld ook de kosten voor verwarming, elektriciteit en water. Werkgevers die nog niet het maximumbedrag van 142,95 euro betalen, hebben dus nog marge om deze vergoeding op te trekken.

              Je kunt ook buiten het thuiswerk om tussenkomen in de privékosten voor verwarming en/of elektriciteit. Zo’n loonvoordeel is dan te waarderen aan de werkelijke waarde. Vroeger kon dat fiscaal gunstig, maar nu is dit forfaitaire gunsttarief alleen mogelijk wanneer verwarming en/of elektriciteit in combinatie met een woning ter beschikking wordt gesteld.

                Q7. Kan ik kosten besparen door mijn medewerkers te verplichten om tijdelijk deeltijds te werken?

                A: Nee, je kunt niemand verplichten om deeltijds te werken, zelfs al is het maar tijdelijk. De arbeidsduur is een essentieel onderdeel van de arbeidsovereenkomst, die enkel in onderling akkoord kan gewijzigd worden. Je zou werknemers dus wel kunnen stimuleren om tijdelijk halftijds of 4/5 te werken of om tijdskrediet op te nemen, maar je kunt dit niet afdwingen. 

                De nieuw goedgekeurde arbeidsdeal voorziet ook de mogelijkheid om tijdelijk over te schakelen naar een 4-daagse werkweek, zodat je medewerkers een voltijds uurrooster op 4 dagen presteren. Opnieuw geldt hier: je kunt dit voorstellen, maar niet verplichten.

                  Q8. Mag ik de verwarming uitdraaien of thermostaat laten zakken om de energiefactuur te drukken?

                  A: Nee, werknemers laten werken in de winterkoude kan niet zomaar. De Welzijnswet voorziet bepaalde minimumtemperaturen op de werkplaats. Deze variëren naargelang het type arbeid dat er wordt verricht, gaande van 18°C bij zeer licht werk tot 12°C bij zwaar werk en tot 10°C bij zeer zwaar werk. De temperatuur op de werkvloer enkele graden laten zakken tot deze minima kan zeker een kostenbesparend effect hebben, maar je kunt de verwarming nooit helemaal toedraaien. Dat zou trouwens weinig productief zijn.

                    Q9. Kan ik mijn ploegensysteem tijdelijk afschaffen en enkel overdag produceren, of enkel ‘s nachts wanneer de energietarieven het voordeligst zijn?

                    A: Opnieuw, je kunt niet eenzijdig aan de arbeidsduur raken. In onderling overleg kan dit wel, maar evident is het niet. Voor nachtarbeid heb je doorgaans een toelating nodig. Zomaar overschakelen van een dag- naar nachtregime is dus niet aan de orde. Hou ook rekening met eventuele ploegenpremies of nachttoeslag. Je zult dus goed moeten kijken of het sop de kool waard is.

                      Q10. Mijn hoge elektriciteitsfactuur dwingt me om productielijnen stil te leggen. Kan ik een beroep doen op de vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid?

                      A: Nee, voorlopig niet. Het soepele regime voor tijdelijke werkloosheid werd twee jaar geleden ingevoerd wegens de coronacrisis – en later uitgebreid voor de oorlog in Oekraïne. De hoge energieprijzen zijn op dit moment (nog) geen reden om het versoepelde regime in te roepen. Wel belooft de regering maatregelen, dus dit kan nog veranderen. Wie voldoet aan de basis-toegangsvoorwaarden voor tijdelijke werkloosheid, hetzij voor arbeiders of bedienden, kan hier uiteraard wel gebruik van maken. 

                        Heb je nog een andere vraag over de stijgende energie- en brandstofprijzen of wissel je graag even van gedachten? 

                        We hebben onze FAQ-pagina aangevuld met de meestgestelde vragen hierover.

                        Neem contact op met je payrollconsulent of met een van onze consultants. Hij/zij adviseert je graag.

                          Veerle Michiels

                          Veerle Michiels

                          Mobiliteitsexpert

                          Veerle Michiels ging in 1997 bij SD Worx aan de slag als adviseur voor contacten tussen werkgevers en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Sinds 2004 werkt ze bij het Juridisch Kenniscentrum. Hier verdiepte ze zich in eerste instantie in thema’s rond sociale zekerheid in de ruime zin.