1. Home>
  2. Nieuws & inspiratie>
  3. Personeelsadministratie>
vrijwillige-overuren-model-kiezen-2026

Vrijwillige overuren vanaf 1 april 2026: welk model past bij jou?

Het systeem van vrijwillige overuren is flink hertekend. De wetgeving is net door het parlement goedgekeurd en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 april. Wat er precies verandert ten opzichte van de vroegere relance-uren, lees je in onze eerdere blogpost over overuren. Hier focussen we op de vraag die vervolgens opduikt: welk model kies je als werkgever?

    De basisregels

    Het nieuwe wettelijke contingent bedraagt voor elke werknemer 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar. Van die 360 zijn er 240 vrijgesteld van overloontoeslag, RSZ-bijdragen én personenbelasting (dus ook bedrijfsvoorheffing): bruto is gelijk aan netto. De overige 120 uren zijn belastbare overuren met een wettelijke overloontoeslag, maar met toegang tot het fiscaal gunstige overwerkstelsel (belastingvermindering en vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor 180 uren per jaar). 

    Voor de horeca (PC 302) gelden ruimere grenzen: het contingent stijgt naar 450 vrijwillige overuren, waarvan 360 voordelig (bruto gelijk aan netto).

    Opgelet: vrijwillige overuren tellen niet meer mee voor de interne overurengrens van 143 uren. Er geldt geen verplichte inhaalrust, hoeveel vrijwillige overuren je medewerker ook presteert, zolang hij binnen het contingent blijft.

      Wat is voordeliger voor wie?

      We geven een voorbeeld voor een bediende met een uurloon van € 15:

        Kosten werkgever Netto werknemer
      Vrijgesteld vrijwillig overuur (geen toeslag) € 15,00 € 15,00
      Overuur met wettelijke toeslag + fiscaal voordeel € 22,45 € 20,40

      De eerste rij kost jou het minst, maar levert je medewerker ook het minst op. In het geval van de tweede rij gaat de richting omgekeerd: jij betaalt meer, je medewerker houdt er meer aan over. Met andere woorden, wat voordeliger is voor jou, is daarom niet het meest voordelig voor je medewerker. 

      Maak in elk geval goede schriftelijke afspraken onderling over:

      • hoeveel vrijwillige overuren je werknemer vrij van overloon wil presteren;
      • voor welke uren overloon al dan niet betaald zal worden. 

        Scenario’s om het contingent in te vullen

        De wet schrijft niet voor welke uren vrijgesteld zijn van overloontoeslag. Dat bepalen jij en je medewerker samen in een schriftelijk akkoord. Dat akkoord duurt maximaal één jaar en wordt stilzwijgend verlengd. We geven hiervoor enkele scenario’s:

        1/ Tot 120 uren, altijd met toeslag

        De werknemer gaat ermee akkoord om maximaal 120 vrijwillige overuren per jaar te presteren, allemaal betaald met een wettelijke overloontoeslag, RSZ en bedrijfsvoorheffing. Zo blijft het fiscaal gunstige overwerkstelsel volledig van toepassing (want dat contingent is maximaal 180 uren per jaar): de werknemer geniet de belastingvermindering en de werkgever de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Per gepresteerd uur verdient de medewerker netto het meest; de kostprijs voor de werkgever is navenant hoger.

        2/ Tot 240 uren, wisselende behandeling

        De werknemer gaat ermee akkoord om maximaal 240 vrijwillige overuren per jaar te presteren. De eerste 120 gepresteerde uren worden betaald mét wettelijke overloontoeslag, RSZ en bedrijfsvoorheffing; de volgende 120 uren zonder toeslag, vrij van RSZ en bedrijfsvoorheffing.

        Op die manier combineert de werknemer het fiscale voordeel op de eerste schijf met de nettovrijstelling op de tweede. Voor de werkgever daalt de gemiddelde kostprijs per uur ten opzichte van het vorige scenario.

        3/ Tot 360 uren, netto-uren eerst

        De werknemer gaat ermee akkoord om maximaal 360 vrijwillige overuren per jaar te presteren. De eerste 240 gepresteerde uren worden betaald zonder overloontoeslag, vrij van RSZ en bedrijfsvoorheffing. De laatste 120 uren worden betaald met wettelijke overloontoeslag, RSZ en bedrijfsvoorheffing.

        Dit is vanuit werkgeversoogpunt het meest kostenefficiënte scenario: de duurdere uren schuiven naar het einde. Voor de medewerker betekent het wel dat de eerste 240 uren netto gelijk zijn aan het basisuurloon, zonder extra vergoeding (overloon) voor de extra inspanning. Communiceer hier op voorhand open over.

        4/ Tot 360 uren, altijd met toeslag

        De werknemer gaat ermee akkoord om maximaal 360 vrijwillige overuren per jaar te presteren en de werkgever betaalt voor alle uren een overloontoeslag. 120 overuren worden betaald met RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing, het fiscale voordeel blijft behouden. De overige 240 overuren worden betaald zonder RSZ-bijdragen maar met bedrijfsvoorheffing, en ze komen niet in aanmerking voor het fiscaal gunstige overwerkstelsel. Dat laatste is immers enkel voorbehouden aan maximaal 180 overuren per jaar met wettelijke (dus geen conventionele) overloontoeslag.

          Heb je geen duidelijke afspraken over de aard van de vrijwillige overuren met je medewerker(s) gemaakt, dan biedt de wetgeving je de mogelijkheid om 240 uren vrij van overloon, vrij van RSZ-bijdragen en vrij van personenbelasting te betalen. Dit kunnen de eerste 240 gepresteerde uren zijn.

            Nog één ding om te onthouden

            Vrijwillige overuren zonder RSZ-bijdragen tellen niet mee voor de opbouw van bepaalde sociale rechten. Dat geldt ook voor de pensioenopbouw: communiceer daar proactief over met je medewerkers. Want ‘het beste’ model bestaat niet. Wat telt, is de keuze die voor beide partijen helder, eerlijk en duurzaam is.

              Volgende stap

              Welk model past nu het best bij jouw organisatie? Of wil je hulp bij een correct schriftelijk akkoord of bij de implementatie in payroll? Jouw SD Worx-contactpersoon helpt je graag.

                Neem contact op
                Anneleen Verstraeten

                Anneleen Verstraeten

                Juridisch expert kmo bij

                Anneleen Verstraeten studeerde in 2002 af als Master in de Rechten. Ze startte in 2003 bij SD Worx als juridisch adviseur. In die rol ondersteunde zij zowel kmo’s als grote ondernemingen in Vlaanderen binnen verschillende sociaaljuridische onderwerpen. Sinds enkele jaren liggen haar focus en hart bij de kmo-afdeling. Daar is ze als juridisch adviseur, legal kmo consultant én interne en externe opleider op verschillende fronten actief.