Wil je de impact van de centenindex en loonmatigingsbijdrage correct inschatten? Neem contact op met de juridische experts van SD Worx.

8 vragen over de centenindex
De regering voert tweemaal een gedeeltelijke indexsprong uit. Deze ‘centenindex’ zorgt voor heel wat vragen. In dit artikel vind je antwoorden en concrete voorbeelden.
1. Wat houdt de centenindex precies in?
In België worden de lonen bijna altijd automatisch aangepast aan de levensduurte: de loonindexering. Er is echter geen algemene regeling. Elke sector kent aparte regels: een verschillend moment, of een ander percentage van loonindexering. De regering slaat de normale indexering gedeeltelijk over, en dat tweemaal.
Voor brutolonen tot en met 4000 euro verandert er niets: die worden normaal geïndexeerd. Brutolonen boven 4000 euro krijgen een beperkte indexering. In plaats van 2% van hun werkelijke brutoloon (in een situatie waar de normale indexering 2% bedraagt), krijgen je werknemers maximaal 2% van 4000 euro erbij (80 euro), op twee momenten. Voor uitkeringen (werkloosheid, pensioen ...) ligt de grens op 2000 euro bruto.
Daarnaast komt er ook een bijkomende patronale loonmatigingsbijdrage. De helft van het bedrag dat je door de afgetopte indexering bespaart, moet je immers storten aan de overheid.
2. Hoe wordt de centenindex precies berekend?
Dé index bestaat niet. Er zijn verschillende formules waarmee én momenten waarop privésectoren indexeren. We beginnen met een eenvoudig voorbeeld: een indexering van 2%, wanneer een bepaalde spilindex bereikt wordt.
Voorbeeld: indexcijfer van 2%
| Brutoloon | Normale indexering | Centenindex |
| 4000 euro | + (4000*2%) = 80 euro | + (4000*2%) = 80 euro |
| 5000 euro | + (5000*2%) = 100 euro | + (4000*2%) = 80 euro |
Nu maken we het iets moeilijker: we vertrekken van een indexering van 2,21%, op één vast moment in het jaar. Dat was bijvoorbeeld het geval voor PC 200 in januari 2026. Alleen was daar de centenindex nog niet van toepassing.
Voorbeeld: indexcijfer van 2,21%
| Brutoloon | Normale indexering | Centenindex |
| 4000 euro | + (4000*2,21%) = 88,4 euro | + (4000*2,21%) = 88,4 euro |
| 5000 euro | + (5000*2,21%) = 110,5 euro | + (4000*2%)+(5000*0,21%) = 90,5 euro |
De centenindex geldt dus slechts voor 2%. Alles erboven wordt wel normaal geïndexeerd. Is het indexcijfer lager (bijvoorbeeld wanneer je sector maandelijks indexeert), dan moet je de centenindex toepassen tot je cumulatief de 2% bereikt hebt.
Voorbeeld: drie opeenvolgende indexeringen van 0,7% (fictief!)
| Eerste indexering | Brutoloon | Normale indexering | Centenindex |
| 3500 euro | + (3500*0,7%) = 24,5 euro | + (3500*0,7%) = 24,5 euro | |
| 5000 euro | + (5000*0,7%) = 35 euro | + (4000*0,7%) = 28 euro | |
| Tweede indexering | Brutoloon | Normale indexering | Centenindex |
| 3524,5 euro | + (3524,5*0,7%) = 24,67 euro | + (3524,5*0,7%) = 24,67 euro | |
| 5035 euro (bij normale indexering, 5028 euro bij eerdere centenindex) | + (5035*0,7%) = 35,25 euro | + (4000*0,7%) = 28 euro | |
| Derde indexering | Brutoloon | Normale indexering | Centenindex |
| 3549,17 euro | + (3549,17*0,7%) = 24,84 euro | + (3549,17*0,7%) = 24,84 euro | |
| 5070,25 euro (bij normale indexering, 5056 euro bij eerdere centenindexen) | + (5070,25*0,7%) = 35,49 euro | + (4000*0,6%)+(5056*0,1%) = 29,06 euro |
3. Wanneer is de centenindex van kracht gegaan?
De centenindex is van kracht sinds 1 juni 2026. Dat betekent dat werkgevers en sectoren die vanaf die datum indexeren de centenindex moeten toepassen. Dat is voor sommige sectoren nog in 2026 (als er nog een indexmoment is).
PC 106.01 (arbeiders cementfabrieken), PC 211 (petroleumnijverheid en -handel, enkel arbeiders) en PC 326 (werknemers gas- en elektriciteitsbedrijven) indexeren maandelijks en moesten al meteen in juni de centenindex toepassen. Hetzelfde gold voor sectoren die in mei de spil bereikten (voorbeelden daarvan zijn enkele subsectoren voor arbeiders in de groevensector (PC 102.xx), PC 314 (werknemers kappersbedrijf en schoonheidszorgen) en PC 321 (werknemers groothandel en verdeling geneesmiddelen).
Voor andere sectoren volgt de centenindex nog later dit jaar, en voor een aantal sectoren die jaarlijks in januari indexeren wordt het sowieso 2027.
De centenindex wordt trouwens twee keer toegepast: vanaf 1 juni 2026, en vanaf 1 januari 2028.
4. Ik indexeerde al voor juni 2026. Wat gebeurt er met die indexering nu de centenindex er is?
Niets. De indexering kan niet worden teruggedraaid. Indexeert jouw sector één keer per jaar in januari, zoals PC 200? Dan moet je de centenindex de eerste keer in januari 2027 toepassen – bij de eerstvolgende indexering.
5. Hoe wordt de drempel van 4000 euro berekend?
De drempel van 4000 euro geldt voor het maandelijkse voltijdse, vaste basisloon. Voor wie deeltijds werkt, wordt het voltijds loon berekend aan de hand van de tewerkstellingsbreuk. Een uurloon wordt vermenigvuldigd met de voltijdse wekelijkse arbeidsduur, vermenigvuldigd met 13 en gedeeld door 3. Bedrijfswagens, maaltijdcheques, maar ook premies, toeslagen, bonussen en andere variabele looncomponenten tellen niet mee.
6. Ik wil de lonen van al mijn medewerkers toch volledig indexeren. Mag dat?
Neen. De wet verplicht alle werkgevers om de centenindex toe te passen. Er zijn wel geen expliciete sancties voorzien. Ook is een normale indexering voor lonen hoger dan 4000 euro mogelijk in strijd met de loonnorm. Moeilijke materie, want dat vraagt een concrete berekening van de gemiddelde loonkosten per voltijds equivalent in de onderneming over de volledige referteperiode.
In elk geval moet je de patronale loonmatigingsbijdrage betalen. Let dus op dat je niet dubbel betaalt: de normale indexering, én de helft van de theoretische (want niet genoten) besparing.
7. Hoe werkt de loonmatigingsbijdrage precies?
Door de centenindex bespaar je op je loonkosten. Maar de maatregel heeft ook een budgettair doel. De helft van de besparing door de centenindex moet je doorstorten naar de overheid. We keren terug naar ons eerste voorbeeld: daar bespaarde je in totaal 20 euro (afgerond) op een loon van 5000 euro. Inclusief patronale bijdrage van 25% wordt dat 25 euro besparing. Je stort dus 12,5 euro door naar de overheid. Merk wel op: dit is een sterk vereenvoudigd voorbeeld. De concrete berekening van de bijdrage is een stuk complexer, en zal verschillend zijn gedurende een aantal fases (vanaf de eerste toepassing van de centenindex, tijdens de periode waarin de centenindex wordt toegepast, en na afloop van beide stappen in de centenindex).
De uiteindelijke loonmatigingsbijdrage geldt momenteel voor onbepaalde duur. Dus ook als je de centenindex niet toepaste, als je na de centenindex iemand nieuw aanwerft en zelfs als je nadien een bedrijf begint. Men redeneert immers dat het voordeel voor altijd blijft doorwerken. Al is het nog wachten op een Koninklijk Besluit voor we daar duidelijkheid over hebben.
8. Welk effect heeft de centenindex op de volgende loonnorm?
Het effect van de centenindex wordt niet wettelijk geneutraliseerd in de berekening van de volgende loonnorm. In de toekomst kan de loonmarge daardoor stijgen. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven berekent die marge door de loonkosten in België af te zetten tegen de loonkosten uit het buitenland. Als blijkt dat de lonen in België minder hard gestegen zijn vanwege de centenindex, verhoogt de marge om de lonen te verhogen – en komt er dus meer ruimte om over extra loonsverhogingen te onderhandelen. De besparing van de centenindex nu, kan zo al snel een loonsverhoging van morgen betekenen.
Conclusie: de centenindex geeft bedrijven de komende jaren wat zuurstof, maar minder dan wellicht gedacht. Overschat dus de opbrengsten niet, en bereken het effect op de totale loonkosten.

Geert Vermeir
Juridisch Expert
Geert Vermeir werkt voor het juridisch kenniscentrum van SD Worx. Met zijn rechtendiploma op zak (KULeuven), begon hij te werken als Legal Advisor en later als Knowledge Manager bij Securex. Na een decennium bij Securex trad hij in april 2008 in dienst bij SD Worx als Senior Legal Advisor. Sinds juli 2014 werkt hij voor het juridisch kenniscentrum. Als expert op vlak van arbeidsrecht en sociale zekerheid deelt hij zijn kennis onder andere als trainer in sociaaljuridische opleidingen.


