Weetje: Als vrouwen gemiddeld meer verdienen dan mannen, zal je sneller aan een loonkloof van meer dan 5% komen.
De richtlijn definieert de (ruwe) loonkloof als:
(gemiddeld loon mannen - gemiddeld loon vrouwen)/gemiddeld loon mannen ×100
De kloof wordt dus altijd uitgedrukt als een percentage van het mannelijk loon. Dat betekent dat de loonkloof asymmetrisch werkt:
Als mannen meer verdienen, is de noemer (gemiddelde loon van de mannen) relatief groot > het percentage valt kleiner uit
Als vrouwen meer verdienen, blijft diezelfde noemer gelijk > het percentage valt sneller groter uit
Voorbeeld:
Gemiddeld loon mannen: €3.150
Gemiddeld loon vrouwen = €3.000
Absoluut verschil: €150
150/3150 = 4,76%
Maar:
Gemiddeld loon mannen: €3.000
Gemiddeld loon vrouwen: €3.150
Absoluut verschil: €150
150/3000 = 5%
Dus: eenzelfde absoluut loonverschil levert een kleiner percentage op wanneer mannen het voordeel hebben, en een groter percentage wanneer vrouwen het voordeel hebben. Dit is een puur wiskundig effect van de keuze om altijd te delen door het gemiddelde loon van de mannen.
Weetje: De hoogte van de lonen beïnvloedt hoe snel je de 5% bereikt
De formule deelt het loonverschil door het gemiddelde mannelijke loon. Dat betekent:
Als de lonen hoog zijn, dan is de noemer groot > eenzelfde kloof in euro’s resulteert in een kleiner percentage
Als de lonen laag zijn, dan is dezelfde kloof in euro’s ineens een veel groter percentage
Voorbeeld:
Gemiddeld loon mannen: €4.000
Verschil: €200
200/4000 = 5%
Maar:
Gemiddeld loon mannen: €2.000
Verschil: €200
200/2000 = 10%
Dus: bij lagere lonen zit je veel sneller boven 5%, zelfs bij hetzelfde absolute verschil.