1. Home>
  2. SD Worx>
  3. Pers>

Onvoldoende kandidaten voor de job? Eén op zes Limburgse kmo’s wil buitenlandse werkkrachten inschakelen

Complexe regelgeving, administratie maar ook taal en cultuur belangrijkste hindernissen – voorkeur voor Nederlanders
PR26_2_24_1200x800

Limburgse kmo’s staan het meest open voor buitenlandse werkkrachten van alle Vlaamse provincies, als oplossing voor onvoldoende instroom van kandidaten. Zeventien procent (of eén op zes kmo’s) is de hoogste score van alle Vlaamse provincies, zo blijkt uit recent onderzoek van SD Worx bij 711 kmo-bedrijfsleiders. Een op tien Limburgse kmo’s (10%) heeft al buitenlandse werkkrachten met succes ingezet; 8% heeft al met succes medewerkers van buiten de provincie ingeschakeld. De reden: de helft van alle Limburgse kmo’s (51%) krijgt onvoldoende instroom van gekwalificeerde kandidaten voor de vacatures. De helft van de Limburgse kmo’s werkt nog niet met buitenlandse arbeidskrachten maar staat er in 2024 voor open. Voka – KvK Limburg pleit daarom voor snellere Single Permit-procedures en een goed werkende private woningmarkt voor alle buitenlandse werkkrachten, want complexe regelgeving en administratie blijven twee belangrijkste hindernissen.

    Nood hoogst in Limburg

    17% van de Limburgse kmo’s ziet buitenlandse werkkrachten als oplossing om de lage instroom van gekwalificeerde kandidaten weg te werken. Dit is dubbel zoveel als het gemiddelde in Vlaanderen (8%). Een op tien (11%) wil ook medewerkers van buiten de provincie aantrekken. 

    Limburgse kmo’s zetten ook freelancers (35%) en onderaannemers (34%) in om dit probleem het hoofd te bieden. Ongeveer een op drie Limburgse kmo’s overweegt minder werk te aanvaarden (31%). Daarnaast sleutelt een kwart ook aan de productiviteit (26,5%) of werven ze mensen met minder ervaring aan die ze bijscholen (26%). Een op tien Limburgse kmo’s (10%) heeft al buitenlandse werkkrachten met succes ingezet; 8% heeft al met succes medewerkers van buiten de provincie ingeschakeld. 

      Jonas De Raeve, directeur belangenbehartiging Voka – KvK Limburg: “De helft van onze Limburgse kmo’s krijgt vandaag onvoldoende instroom voor hun vacatures. Zeker in sectoren als bouw en industrie, maar ook bij organisaties met bedienden. Als je dit combineert met het feit dat een op drie Limburgse kmo’s een toename van het werk in het eerste kwartaal verwacht, dan moet je kijken naar internationaal talent uit het buitenland. Een goed uitgebouwd economisch migratiebeleid is hierbij cruciaal. Hierin is een goed werkende private woningmarkt met minder vergunningsproblematieken tevens een belangrijke hefboom. Zo moet het systeem van Flexwonen voor internationale werknemers onderzocht worden in ons land. Daarnaast moeten de Single Permit-procedures korter, eenvoudiger en meer voorspelbaar, en is een snelwegprocedure voor knelpuntberoepen een must.

        Helft Limburgse kmo’s staat in 2024 open voor buitenlandse werknemers

        Een op vijf Limburgse kmo’s (20%) werkt reeds met buitenlandse werknemers. Dit is lager dan gemiddeld (26%). Samen met de kmo’s in Oost-Vlaanderen (56%) staan Limburgse kmo’s in 2024 het meest open om met buitenlandse werknemers te werken: bijna de helft van alle Limburgse kmo’s (48%) werkt nog niet met buitenlandse werknemers maar overweegt het wel in 2024. Een op drie staat er in 2024 nog niet voor open (32%).

          Top drie hindernissen voor internationale tewerkstelling

          Complexe regelgeving en wetten zijn voor alle kmo’s de belangrijkste hindernis, ook voor Limburgse kmo’s: 70% duidt dit aan. Limburgse kmo’s zien het verschil in taal en cultuur als tweede belangrijkste hindernis, meer dan andere provincies nl. 63% (met uitzondering van kmo’s in Vlaams-Brabant waar 66% dit als belangrijkste hindernis ervaren). Als derde in de rij volgt de administratie als aandachtspunt.

            Arbeidsmobiliteit van buiten de provincie en uit het buitenland kan zeker helpen om meer kandidaten te vinden voor het werk.
            Jo Lavrysen, Teammanager International employment, SD Worx

            Jo Lavrysen, teammanager International employment SD Worx: “De complexe regelgeving hoeft geen hindernis te zijn, als je je laat bijstaan, dan verlopen ook alle administratieve stappen correct.

            De expert gaat verder: “Werkgevers willen hun nieuwe medewerker graag zo snel mogelijk en liefst binnen de 3 maand aan het werk zetten. Dat is zeker een aandachtspunt als je buiten de EU rekruteert. Voor niet-EU werknemers heb je een gecombineerde vergunning nodig: zowel de gewestelijke migratiedienst als de dienst vreemdelingenzaken moeten hun goedkeuring geven. Beide diensten zijn echter overbevraagd en onderbemand wat ervoor zorgt dat werkgevers heel lang moeten wachten vooraleer een werknemer kan starten.

            Om aan acute noden te voldoen, is het echt belangrijk dat de gecombineerde vergunning zo vlot mogelijk verloopt.

              Nederlanders boven

              Ook taal en cultuur blijven belangrijke succesfactor: dit is de reden waarom de meeste Limburgse kmo’s een voorkeur hebben voor buitenlandse werkkrachten uit Nederland (48%): ook daar hou je best rekening mee dat telewerk een impact kan hebben op de aangifte naar de sociale zekerheid en fiscus. Een op vijf Limburgse werkgevers heeft een voorkeur voor medewerkers uit Oekraïne, Polen of Roemenië. Ongeveer 14% heeft geen voorkeur,besluit SD Worx.

                Over de studie

                In de driemaandelijkse tewerkstellingsprognose van SD Worx zijn voor de 55e keer een voor België representatief aantal kmo's bevraagd naar hun verwachtingen over tewerkstelling. Hieraan namen 711 bedrijven van 1 - 250 werknemers deel tussen 23 november en 10 december 2023. Het betreft een online bevraging van de kmo’s in België aan de hand van een representatieve steekproef waarbij het onderzoeksbureau CityD-WES de respondenten via e-mail aanspreekt. De studie wordt ieder kwartaal herhaald. Er wordt gewogen volgens regio en organisatiegrootte in functie

                van de populatie van kmo’s. De resultaten zijn representatief voor alle kmo’s in België. De wegingen voor Vlaanderen en Brussel zijn nooit groter dan twee. Voor de kmo’s uit Wallonië blijft de weging beperkt tot 2,5. Voor de volledige steekproef bedraagt de foutenmarge 3,76% (betrouwbaarheidsinterval van 95%). Er namen 144 Limburgse kmo’s deel aan de studie.