Variabele verloning wint aan populariteit

20 oktober 2017

Bijna de helft (46,9%) van alle Belgische bedienden, kader- en directieleden in de privésector heeft een variabel loon. Dat is een zesde meer in vergelijking met drie jaar geleden. Een variabel loon is het meest gangbaar in de chemische en farmaceutische sector, bij kleinere bedrijven en populairder in Wallonië dan in Vlaanderen. Een en ander blijkt uit cijfers van HR-dienstverlener SD Worx die de loonbrieven van meer dan 110.000 werknemers analyseerde.

Volgens die cijfers wordt het vast loon bij bijna de helft (46,9%) van alle Belgische bedienden, kader- en directieleden in de privésector aangevuld met een variabel loon. Daarmee zit het aantal medewerkers met een variabele verloning in de lift: in 2014 ontving 40,7% van de werknemers in de privésector een variabel loon. Het gaat concreet om bonussen, premies of commissies (37,2% van de Belgische bedienden, kader- en directieleden in de privésector krijgt dit), niet-recurrente prestatiegebonden voordelen, ook wel de collectieve loonbonus cao nr. 90 (14,7% van de werknemers) of warrants (5,1%).

Het aantal werknemers dat niet-recurrente prestatiegebonden voordelen ontvangt, blijft nagenoeg gelijk ten opzichte van 2014 (+0,2%). Ten opzichte van 2014 groeit het aandeel bonussen, premies en commissies met een vijfde. Ook warrants stijgen relatief gezien snel, van 3,7% in 2014 naar 5,1% in 2017.

Tabel 1 : Begunstigden met variabel salaris per type variabel salaris
(Bovenstaande tabel = % begunstigden bonussen, premies, commissies / % begunstigden NRPV / % warrants; % zijn berekend in functie van de totale bediendenpopulatie in de privésector)

Bedrijven laten kansen liggen

“Hoewel het aantal medewerkers met warrants bijna met helft stijgt, blijft dat cijfer relatief laag. We hadden verwacht dat de populariteit ervan sneller zou toenemen”, zegt Brigitte Oversteyns, managing consultant reward bij SD Worx. “Dit is namelijk een erg interessante formule omdat warrants vrij zijn van RSZ-bijdragen. Bedrijven die hun medewerkers met een extraatje willen belonen, laten zo eigenlijk mooie kansen liggen. Ook de collectieve loonbonus cao nr. 90 blijft interessant. Daar zien we nochtans nauwelijks evolutie.”

Organisaties met minder dan vijftig werknemers en meer dan duizend werknemers bieden het minst vaak warrants aan, met cijfers rond de 3% voor beide gevallen. Warrants zijn het meest populair bij bedrijven tussen de honderd en driehonderd werknemers. Daar hebben werknemers in 9% van de gevallen er recht op. Wie in Vlaams-Brabant (9,9%) en het Brussels Hoofdstedelijk gewest (7,2%) werkt, heeft het meeste kans op warrants.

Nieuw in het aanbod: de winstpremie

In het zomerakkoord lanceerde de federale regering een nieuwe optie: de winstpremie. Daarmee kunnen ondernemingen vanaf 2018 (een deel van) de winst van een boekjaar toekennen als bonus voor hun werknemers.

Geert Vermeir, manager juridisch kenniscentrum bij SD Worx: “Financieel is de winstpremie een pak interessanter dan een gewone bonus. Ze is bovendien makkelijker in te voeren dan bijvoorbeeld de CAO nr. 90 en ook het plafond ligt hoger: het totale bedrag van de winstpremies mag 30% van de loonmassa zijn. Daartegenover staat dat deze premie alleen aan een winstdoelstelling gekoppeld kan zijn, terwijl de CAO nr. 90 ook andere, niet- financiële doelstellingen toelaat: een hogere klantentevredenheid of een daling van het aantal arbeidsongevallen, bijvoorbeeld. De winstpremie is altijd een collectief voordeel: alle werknemers moeten een premie ontvangen.”

Tabel 2: Berekening alternatieve voordelen
(*) zonder rekening te houden met commissies (warrants) en instapkosten

Vooral de chemische en farmaceutische sector keren vaker variabele lonen uit

Het gebruik van variabele vergoedingen verschilt erg per sector. Zo is dit systeem het populairst in de chemiesector, waar 70% van de werknemers een variabel loon ontvangt in de vorm van premies, bonussen en commissies (50,6%), NRPV’s (47,7%) of warrants (7,3%). Ook de farmaceutische sector maakt bijzonder veel gebruik van de drie types variabele verloningen (64,3%). De sociaal medische dienstensector daarentegen steunt veel minder op variabele verloning. Slechts 30% wordt deels in deze vorm uitbetaald. Dit gebeurt bijna uitsluitend in de vorm van premies voor werkomstandigheden (onder andere ploegenwerk).

Tot slot zijn er ook regionale verschillen: zo blijkt variabele verloning populairder in Wallonië (54,1%) dan in Brussel (49,3%) en Vlaanderen (44,9%). Dit is mogelijk te verklaren doordat er meer industrie is het zuidelijke landsgedeelte. Ook daar worden vaker omstandigheidspremies uitgekeerd, onder andere voor werken in een ploegensysteem.

Grafiek 1 : Percentage variabel salaris per soort per sector