Piek afwezigheden op het werk achter de rug

Voor de voedingsproductie brachten februari en maart beterschap – in andere sectoren wel een heropflakkering van ziekte

22 april 2022

Februari en maart staan bekend als maanden waarin afwezigheden door ziekte toenemen. Dit jaar is het anders. Na de omikronpiek in januari (4,80%) daalt het kortverzuim (<30 dagen) in februari naar 4,12% en tot 4,06% in maart. Dit cijfer is nog steeds 30% hoger dan in februari en maart van vorig jaar (resp. 3,03% en 3,10%). Enkel in maart 2020 was het nog hoger (5,16%). In de voedingsproductie is de piek achter de rug, maar in ongeveer de helft van de sectoren is er een heropflakkering van ziekte. De druk op de meest getroffen sectoren zoals de kleinhandel in de voeding neemt opnieuw toe. Het middellang verzuim (> 30 dagen) stijgt boven de 2,80% (2,86%). Dit is 11% hoger dan in maart vorig jaar. Dat blijkt uit de Employment Tracker op basis van werkelijke gegevens uit de loonberekening van meer dan 750.000 werknemers en de detailanalyse van de loongegevens van SD Worx op basis van meer dan 40.000 werknemers in de voeding, arbeiders en bedienden.

Het is dus niet allemaal goed nieuws. Er zijn zeker sectoren waar het kortverzuim toch gestegen is: de kleinhandel in de voeding (van 7,19% naar 7,40%) kent nog steeds het hoogste ziekteverzuim van minder dan 30 dagen. Er zijn nog acht andere paritaire comités waar het verlies aan gewerkte dagen oploopt tot 6% of meer. Ook de productie van dieetvoeding, soepen, kruiden en nagerechten (PC 118.19) staat nog in de top 10.

Sectoren met hoogste kortdurend ziekteverzuim in maart 22

Piek afwezigheden achter de rug in voedingsproductie

De cijfers in de voedingsproductie liggen in maart nog steeds hoger dan het gemiddelde (4,06%), maar in de chocolade/suiker-, groenten- en vleesverwerkende industrie zette een daling zich verder door. In februari daalden de afwezigheidsdagen in de bakkerijen, in de aardappel-, groenten-, en vleesverwerkende nijverheid zelfs met meer dan 25%. Dit is een goede zaak. Vergeleken met het gemiddelde kortdurend ziekteverzuim in februari van 4,12% is de voedingsproductie  harder getroffen. Er zijn wel verschillen en schommelingen; de groentenverwerkende industrie scoorde het hoogst in januari met 7,76%. In maart is het de productie van dieetvoeding, soepen, kruiden en nagerechten (PC 118.19) die eruit springt met 6,19%.

Het middellang verzuim stijgt opnieuw met bijna 4% naar 2,86%, na een lichte daling (van anderhalf%) in februari. Ook qua middellange ziekteverzuim piekt de voedingsproductie in negatieve zin. De cijfers liggen telkens hoger dan het gemiddelde van 2,86% (met uitzondering van de aardappelverwerkende industrie). Bekijken we het effect van kortdurend en middellange ziekte gecombineerd, dan zitten we ook in maart nog met een verlies van tien procent van de dagen, al doen de aardappel- en groentenverwerking en bakkerijen het toch zo een 20% beter.

Voedingsproductie stond al vaker voor hete vuren

2022 startte met een opmerkelijk hoog ziekteverzuim. Heel wat sectoren maar zeker de voedingsproductiebedrijven stond toen erg onder druk. De afwezigheden bereikten recordhoogten tussen de zes en de negen procent kortdurende ziektedagen in januari. Bovendien vielen ook medewerkers uit door quarantaine of omwille van opvang kinderen. In combinatie met het middellang verzuim (30 dagen tot 1 jaar), kwam deze sector in januari op een verlies van tien tot twaalf procent van de dagen. Ondertussen ligt het verlies tussen de acht en tien procent van de dagen.
In februari 2019 liep het kortverzuim voor de onderzochte voedingsproductie ook tegen de 5% (met uitzondering van de groenten- en aardappelverwerkende nijverheid, en de bakkerijen) en ook in maart 2021 waren de cijfers hoog.

Productie niet in het gedrang 

Expert Kim Van Houtven, Senior HR Consultant bij SD Worx: “Door een acute stijging van ziekte (van minder dan een maand) kan de productie in het gedrang komen, maar we zien dat voedingsbedrijven deze pieken van afwezigheden goed anticiperen. In december lagen de ziektecijfers al hoger; door de omikron variant schoten de ziektecijfers verder de hoogte in. Bij de arbeiders in de voedingsproductie gaan er dubbel zoveel dagen verloren door ziekte, vergeleken met de bedienden in de voeding. Ziekte en quarantaines hielden medewerkers weg van de productie, terwijl bedienden op thuiswerk konden terugvallen. Het is positief dat voedingsbedrijven zo flexibel kunnen bijschakelen. Vorig jaar lag de piek van kortdurende ziekte eerder in maart, maar dat is dit jaar niet het geval: werkgevers blijven alles in het werk zetten om onderbrekingen door ziekte te vermijden.”

Polyvalentie en interimkrachten als oplossing

Bij Pralin’art en A&A Chocolaterie nv, deel van de groep Hamlet te Vrasene en actief in 110 landen, worden dagelijks pralines en holfiguren gemaakt in de eigen productiebedrijven in Lokeren. Céline Yzewyn is HR Manager van de productiebedrijven: 

De laatste twee jaar tijdens corona hebben we binnen onze bedrijven verder gewerkt aan oplossingen voor plotse uitval. Zo zorgen we ervoor dat we onze sleutelfuncties binnen het bedrijf zoveel mogelijk opleiden, zodat we ze kunnen verplaatsen naar de post  waar het nodig is. Dit moeten we voldoende op voorhand inplannen want deze opleidingen kunnen enkel plaatsvinden op momenten dat het wat minder druk is. We vangen ook pieken of dalen op met interimkrachten. Ook in hun opleiding blijven we continu investeren. Op onze piekmomenten zetten we tot 100 interimkrachten in per dag, dit in aanloop naar feesten met veel chocolade. November is een belangrijke periode voor ons en toen hadden we wel wat zieken; gelukkig hebben we toen de productie niet moeten terugschroeven.

Over het onderzoek

Hr-dienstenleverancier SD Worx ontwikkelde de Employment Tracker om zicht te krijgen op de impact van COVID-19 op de arbeidsmarkt in België. De tracker biedt een overzicht van het percentage ‘gewerkte dagen’, absenteïsme, tijdelijke werkloosheid en opname van wettelijke vakantiedagen. Op die manier schetst SD Worx, de grootste loonberekenaar van België, een relevant beeld van de meest getroffen en de meest actieve sectoren en regio’s. Dat gebeurt op basis van loongegevens van 70.000 werkgevers en bijna 1 miljoen Belgische werknemers, waarvan één derde arbeiders en twee derde bedienden, actief in allerlei sectoren en bedrijven van verschillende omvang. De resultaten geven een duidelijke trend weer bij de werkgevers in de privésector.