Vooruitblik tot juli 23: meer dan 12% loonkoststijging

Prognose: ongezien snelle en hoge indexeringen voorspellen sterke stijging van lonen én loonkosten

6 april 2022

Het ziet ernaar uit dat de loonindexeringen meer dan 12% zullen bedragen, volgens de prognose tot en met 1 juli 2023. Dat blijkt uit de maandelijkse inschatting op basis van de macro-economische inflatiecijfers van HR dienstverlener SD Worx, die meer dan een derde van alle lonen in de privésector in België berekent. Een prognose biedt geen zekerheid maar het is al duidelijk dat de hoge inflatie van de laatste én de komende maanden zorgt voor ongezien snelle en hoge loonindexeringen. In vergelijking met de laatste 10 à 15 jaren lag het ‘normale’ indexeringstempo gemiddeld lager dan 2% op jaarbasis.

Geert Vermeir, juridisch adviseur van het kenniscentrum van SD Worx : “Dit lijkt geruststellend nieuws voor de werknemers: uiteraard wordt op die manier de koopkracht van de Belgische werknemers beschermd. Anderzijds komt er ook een sterke stijging van de loonkosten, met nadelige gevolgen voor het concurrentievermogen van de Belgische ondernemingen. Voor een aantal sectoren zoals de horeca of de (arbeiders van de) voedingsproductie komt er een stijging aan begin volgend jaar van meer dan 8%, bovenop de 3% (of meer) van dit jaar. Andere sectoren kennen meerdere (en snellere) indexeringen, zoals de arbeiders in de bouw: samen opgeteld in 2022 zou de stijging ook boven de 8% uitkomen voor 2022 (8,12%); en nog 3,63% als we tot 1 juli 2023 proberen vooruit te kijken. Dit is ongezien.”

Een overzicht: wat betekent dit nu concreet voor enkele sectoren?

* Een prognose is een voorspelling en biedt geen zekerheid. De inflatievooruitzichten variëren, naargelang de bron, het tijdstip waarop ze gemaakt worden en de periodiciteit waarmee ze aangepast worden. SD Worx berekent de indexprognoses zelf, waarbij we rekening houden met de economische vooruitzichten en de voorspelde inflatiecijfers. De grote mate van onzekerheid leidt, naargelang de gebruikte methode, tot andere resultaten. In het verleden bleken de SD Worx prognoses wel vaak betrouwbaar. Berekeningen op basis van de cijfers van het Federaal Planbureau kunnen afwijken.
** Telkens een licht negatieve index, niet toegepast, maar verrekend bij de volgende positieve index.

De automatische loonindexering eenvoudig uitgelegd

België kent de zogenaamde automatische loonindexering. Wanneer de prijs van goederen en diensten stijgt, stijgen automatisch ook de sociale uitkeringen, de wedden van de ambtenaren en de lonen van de werknemers in de privésector. Hoge inflatie zorgt voor hoge loonindexeringen, en op die manier voor hoge loonkoststijgingen voor werkgevers. Wanneer we het mechanisme meer in detail bekijken, zien we inderdaad nu en in de nabije toekomst duidelijk dit effect. Al is de ene index de andere niet.

Zeer hoog inflatiecijfer

De Nationale Bank verwacht in 2022 een zeer hoog inflatiecijfer. Inflatie is de algemene stijging van het prijspeil van goederen en diensten. In 2021 was de inflatie (uitgedrukt in de zogenaamde geharmoniseerde consumptieprijsindex) al hoog: de prijzen stegen met 3,2%. Dit jaar zou er sprake zijn van meer dan een verdubbeling. De Nationale Bank voorspelt voor 2022 een inflatiecijfer van 7,4%. In 2023 zou het opnieuw dalen naar 2,2%. 
Het meest recente inflatiecijfer van de maand maart 2022 bevestigt in elk geval de voorspelling. Met 8,31% bevinden we ons op het hoogste peil in bijna 40 jaar (maart 1983: 8,92%).

Automatische loonindexering

Hoewel er in België geen algemeen wettelijk stelsel van loonindexering bestaat, worden in bijna alle sectoren de lonen van de werknemers gekoppeld aan de inflatie. Dit wordt de ‘automatische indexering’ genoemd. Slechts in enkele kleinere paritaire comités bestaat geen afspraak, en worden de lonen dus niet automatisch geïndexeerd. 

Het principe van de automatische indexering is eenvoudig: stijgt de levensduurte door een toenemende inflatie, dan laat men de lonen stijgen door er een indexering op toe te passen. Aangezien elke sector eigen afspraken hanteert, kunnen het tijdstip en de mate van indexering onderling wel sterk verschillen. 

Twee subvormen, veel variaties

Er zijn twee grote varianten:

  • Indexering op een onbekend tijdstip, bij het bereiken van een ‘spil’ of een drempel. De hoogte van de indexering ligt vast. De wedden van de ambtenaren en de sociale uitkeringen indexeren op deze wijze. Telkens met 2%, maar sneller of trager, naarmate de inflatie eerder hoog of laag is.
  • Indexering op een vast tijdstip, met onbekend percentage. Een voorbeeld is de indexering in het paritair comité (PC) nr. 200, het aanvullend PC voor bedienden. Jaarlijks op 1 januari, maar de hoogte van de indexering varieert in functie van de inflatie.

Toch zijn er veel meer verschillende toepassingen en berekeningswijzen. Sectoren met spilmechanisme hanteren verschillende systemen. Niet iedereen heeft dezelfde ‘spil’, waarna er een indexering volgt. Daarom verschilt ook het tijdstip van indexering. Bij de sectoren met indexering op een vast tijdstip indexeert het loon soms maandelijks, soms elk kwartaal, soms jaarlijks. In bepaalde situaties indexeert enkel het ‘schaalloon’, of het sectorale minimumloon. In andere situaties indexeren alle (werkelijke) lonen, ook als die hoger liggen dan wat sectoraal verplicht is. Kortom: de ene index is de andere niet.

Belangrijk is wel te vermelden dat indexering verplicht gebeurt op basis van het zogenaamd afgevlakt gezondheidsindexcijfer. Zonder al te technisch te worden: het gaat om een gemiddeld cijfer over 4 maanden, zonder rekening te houden met de prijs van alcohol, tabak, benzine en diesel. Prijsstijgingen van deze producten vertalen zich met andere woorden nooit automatisch in een hoger loon.