Vanaf 20 werknemers kiest één op zes werkgevers voor loonbonus CAO 90

15% van de werknemers kreeg in 2021 een loonbonus CAO 90 - Corona pandemie zorgt vooral voor terugval bij arbeiders

16 maart 2022

2021 zorgt voor een knik of terugval in de stijgende trend van de collectieve loonbonus CAO 90 of bonusplannen. De daling doet zich het meest voor in organisaties met arbeiders. De stijgende trend van de laatste jaren wordt in 2021 door corona doorbroken, al zijn er ook een paar sectoren en 1 regio waar de loonbonus CAO 90 meer succes kent. Vanaf 20 werknemers kiest minstens een op zes van de bedrijven voor dit bonussysteem, gekoppeld aan meetbare doelstellingen van een bonusplan. De analyse van SD Worx baseert zich niet op een bevraging, maar op werkelijke gegevens van de loonadministratie bij 35.000 werkgevers met meer dan een miljoen werknemers in de privésector. Het betreft de meest actuele gegevens van 12 maanden in 2021, vergeleken met de voorbije 5 jaar.

De loonbonus CAO 90 bestaat sinds 2008 en is fiscaal een interessant instrument om medewerkers die een gezamenlijke doelstelling halen te belonen. Het geeft werkgevers vrijheid omdat het niet aangerekend moet worden op de loonmarge.

  • Gemiddeld genomen betaalde zeven procent (7,16%) van de werkgevers in 2021 een loonbonus CAO 90 uit; wat een lichte daling is ten opzichte van 2020 (-3,5%). Vanaf 20 werknemers stijgt het succes zienderogen: 17% van de organisaties met 20-49 werknemers kiezen ervoor. Het succes stijgt naargelang bedrijven groter zijn.
  • T.o.v. 2020 is de daling bij organisaties met arbeiders (-6,8%) groter dan de daling in organisaties met bedienden (-3,5%), die de grootste groep vertegenwoordigen.
  • Ook al is er een knik, t.o.v. 2019 is de tendens nog steeds positief: in 2021 ligt het aandeel organisaties dat een loonbonus CAO 90 uitbetaalt wel nog 3,8 % hoger dan twee jaar geleden in 2019 (toen 6,9%).
  • Hoewel de meeste werkgevers met een loonbonus CAO 90 zich in Antwerpen bevinden, ligt de succesratio het hoogst in Oost- en West-Vlaanderen (resp. 9,3% en 9,2%). Limburg is de enige provincie waar het aandeel organisaties dat gewonnen is voor de loonbonus CAO 90 stijgt: daar is 8,8% overtuigd (+9,7%). Langs Franstalige kant zijn ook meer dan 8% van de werkgevers in Henegouwen (8,3%) overtuigd
  • Het tweede jaar van de coronapandemie zorgt in totaal voor 7% minder begunstigden: er is een daling bij de arbeiders (van – 10%) en bij bedienden (van – 5%). In vergelijking met 2019 is de evolutie wel nog positief voor de arbeiders: t.o.v. 2019 zijn er 1% meer arbeiders met een loonbonus; bij bedienden is er een daling van 5% t.o.v. 2019.

1.1.1 Minstens één op zes werkgevers kiest voor loonbonus CAO 90, toch vanaf 20 werknemers

Er is nog steeds een grote spreidstand: slechts vier procent van de organisaties met minder dan 20 werknemers kent een loonbonus CAO 90 toe. Onbekend is jammer genoeg onbemind bij deze kleine kmo’s, zeker bij startende werkgevers,” verduidelijkt Annelies Rottiers van SD Worx de cijfers van 2021. “Er is een serieuze kloof met grotere organisaties. Vanaf 20 werknemers stijgt het succes naar 17%: dat is één werkgever op zes. Vanaf 100 werknemers merken we zelfs een verdubbeling tot één werkgever op drie. Het succes loopt op tot zelfs bijna de helft (tot 45%) bij werkgevers met meer dan 250 werknemers. Het is duidelijk dat grotere organisaties vlotter hun weg vinden naar deze bonus. Toch kunnen ook kleinere organisaties en hun medewerkers er voordeel uit halen.

Annelies Rottiers, Business Unit Manager Consultancy KMO van SD Worx: “De collectieve loonbonus CAO 90 bestaat ondertussen bijna 15 jaar: al die tijd is er een gestage opmars geweest. In 2021 zien we een daling in uitbetaalde loonbonussen. Ofwel zijn er minder bedrijven met bonusplannen ofwel is het mogelijk dat niet alle doelstellingen behaald zijn in het tweede coronajaar. Zelfs al doen er zich jaarlijkse schommelingen voor, geloven we dat dit een groeiverhaal kan blijven. Een grote groep kmo’s ondernemers heeft de weg naar de voordelen nog niet ontdekt.” De specialist vervolgt: “Ook als het financieel wat minder gaat, willen werkgevers mensen ook in groep motiveren. Bovendien maakt deze bonus je aantrekkelijker ten opzichte van andere werkgevers.

Top sectoren met groepsdoelstellingen

In een aantal sectoren ligt de adoptie rond één op tien werkgevers. Bij opslag en transport, voedingsproductie en verzekering en pensioenfondsdiensten gaat het in de richting van 15%. Ook daar zit nog extra potentieel. Dat er nog groei mogelijk is, bewijst de stijging van het aandeel werkgevers met loonbonus CAO 90 in volgende sectoren: adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer, software en computerconsultancy-activiteiten, en detailhandel (met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen). Ten opzichte van 2019 gaan van dit lijstje enkel de opslag en transport en juridische en boekhoudkantoren erop achteruit. Wat betreft de belangrijkste paritaire comités zien we ook bij de arbeiders in de chemie (PC 116) in 2021 nog een groei van 3,5%: meer dan een kwart van de werkgevers kiest er voor de loonbonus CAO 90 (25,5%). Ook in het paritair comité van de bedienden van de voeding (PC 220) en de chemie (PC 207) kiest meer dan één op vier van de werkgevers voor werken met groepsobjectieven.

Collectieve doelstellingen halen: wat brengt het op?

De objectieven en bonussen worden minimum 3 maand -soms een jaar- op voorhand bepaald zodat de medewerkers er naartoe kunnen werken.

In 2019 bereikte het mediaanbedrag een dip; sinds 2019 steeg het uitgekeerde bedrag opnieuw met bijna 20%, van € 650 tot € 772 bruto.

We zien dat het mediaanbedrag van de loonbonus CAO 90 over de verschillende sectoren en provincies heen stijgt met 4,28% in 2021 (772 euro) t.o.v. 2020 (740 euro). Ook hier zijn er verschillen: hoe kleiner het bedrijf, hoe meer kans op een hoger bedrag. Qua regio zijn er ook verschillen: het hoogste mediaanbedrag vind je bij werkgevers in Brussel (1034 euro).

Over het onderzoek

De cijfers zijn gebaseerd op de laatste loonsgegevens van SD Worx, de grootste loonberekenaar van België. De resultaten zijn bijzonder betrouwbaar door de omvang van de steekproef en de databron: ze zijn gebaseerd op werkelijke gegevens van de loonadministratie. De waarden zijn niet gewogen proporties, maar het onderzoek is representatief op vlak van basisparameters zoals sector (NACE), geslacht, leeftijd, regio, bedrijfsgrootte. De statistische analyse formuleert inzichten op groepsniveau en zijn in lijn met de toepasselijke wetgeving, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming.