Bijna 1 op 5 Belgische werknemers in 2021 getroffen door tijdelijke werkloosheid door coronacrisis

Kappers, schoonheidssector en fitnesscentra verloren meer dan 1 op 3 dagen door tijdelijke werkloosheid

25 januari 2022

In 2021 halveerde het aandeel tijdelijk werkloosheid al wel ten opzichte van het jaar ervoor: zowel in aantal dagen dagen (2,25% in 2021 tegenover 5,66% in 2020), als het aantal werknemers (in 2020 was dat 40,58% tegenover 18,18% in 2021). Dat blijkt uit de SD Worx Employment Tracker, dat maandelijks de loonsgegevens van 70.000 werkgevers en bijna een miljoen werknemers in de priv├ęsector in Belgi├ź analyseert. Toch kampen veel sectoren nog steeds met een zorgwekkend aantal werknemers in tijdelijke werkloosheid. Voornamelijk de horeca, de kapperssector, de evenementensector (podiumkunsten) en de luchtvaartsector worden getroffen.

Al bijna twee jaar belanden heel wat Belgen in tijdelijke werkloosheid door de coronacrisis. Op basis van een analyse van de jaarcijfers stelt SD Worx vast dat het tijdelijke werkloosheidscijfer gehalveerd is ten opzichte van 2020. Desondanks constateert de hr-dienstenleverancier dat de cijfers nog steeds erg hoog liggen: 18,18% van de werknemers werd dit jaar getroffen door tijdelijke werkloosheid. Concreet betekent dit bijna één op vijf werknemers.

Geert Vermeir, juridisch adviseur bij SD Worx analyseert de situatie: "De situatie is verbeterd ten opzichte van 2020, maar is nog verre van ideaal. Sommige sectoren zijn afgelopen jaar opnieuw hard getroffen. Dit blijkt uit de vergelijking tussen arbeiders en bedienden. Bedienden brachten gemiddeld 1,35% van hun werkdagen door als tijdelijk werkloos terwijl dit voor arbeiders 4,12% was. Dat is meer dan drie keer zoveel. De mogelijkheid voor bedienden om te telewerken is natuurlijk een van de verklaringen voor dit grote verschil. Het feit dat arbeiders oververtegenwoordigd zijn in de sectoren die het hardst getroffen zijn, vergroot die kloof. We mogen ook niet vergeten dat een aantal van deze sectoren een bepaalde periode gesloten waren.

Kappers, schoonheidssector en fitnesscentra het hardst getroffen

Uit de analyse van de cijfers van SD Worx blijkt dat de sectoren waarin telewerk geen optie is, het zwaarst getroffen zijn. Daarbij moeten we rekening houden dat het merendeel van deze sectoren verplicht moest sluiten dit jaar. Als we kijken naar het gemiddeld aantal verloren dagen, zijn de vier meest getroffen sectoren in volgorde: de kappers, fitnesscentra en schoonheidssector (35,37%) gevolgd door de horeca (28,73%), de luchtvaart (14,22%) en de podiumkunsten (13,18%). De sector kappers en schoonheidszorgen is bovendien de enige sector waarin het cijfer nauwelijks daalde ten opzichte van 2020.

Wat betreft de werknemers zelf, blijkt dat meer dan 20% van de tijdelijke werklozen afkomstig is uit de volgende zes sectoren: horeca, bouw, schoonmaak, kappers, fitnesscentra en schoonheidssector, de textielsector en podiumkunsten. Meer dan 9 op de 10 kappers en schoonheidsspecialisten werden getroffen en moesten het meest aantal dagen (gemiddeld bijna 50 dagen) hun toevlucht nemen tot tijdelijke werkloosheid. Ook de horecasector werd gedurende een lange periode getroffen (gemiddeld 40 dagen voor meer dan de helft van de sector), gevolgd door de sector podiumkunsten.

Geert Vermeir, juridisch adviseur bij SD Worx, benadrukt: "De hardst getroffen sectoren zijn duidelijk de sectoren die het meest afhankelijk waren van overheidsbeslissingen. Zij waren niet in staat telewerk voor hun werknemers te organiseren en moesten daarom hun toevlucht nemen tot tijdelijke werkloosheid. Voor kappers en schoonheidsverzorgers boden de regels van social distancing niet altijd de mogelijkheid om hun beroepsactiviteiten volledig te hervatten.”

Verschillen per provincie

Niet alle provincies staan op gelijke voet wat betreft de tijdelijke werkloosheid in termen van gewerkte dagen. In het algemeen doen de noordelijke provincies het beter dan de zuidelijke. De minst getroffen provincie is Oost-Vlaanderen met slechts 1,41% verloren dagen als gevolg van corona.

Het Brussels Gewest (2,3%) ligt net boven het gemiddelde, en op hetzelfde niveau als de provincie Antwerpen (2,33%). 

Geert Vermeir verduidelijkt de verschillen: "Vlaanderen en Brussel hebben sinds het begin van de crisis minder beroep gedaan op tijdelijke werkloosheid dan Wallonië. We stellen echter vast dat de tendens van halvering in alle gewesten plaatsvindt. Sommige provincies doen het zelfs beter, zoals West-Vlaanderen (van 6,46% naar 1,98%) waar een deling door 3 plaatsvond of Namen (van 6,07% naar 2,44%).”

"Covid-19 is nog steeds aanwezig in Europa en zal helaas niet snel verdwijnen. Gelukkig heeft de maatschappij geleerd zich te organiseren en heeft het vaccin de kans op ziekte verkleind. Staatssteun aan ondernemingen in sectoren waarvoor gezondheidsbeperkingen gelden, zal niet onmiddellijk worden ingetrokken. Voorlopig en tot nader order zullen zij van kracht blijven tot en met 31 maart 2022”, besluit Geert Vermeir.

Over het onderzoek

Hr-dienstenleverancier SD Worx ontwikkelde de Employment Tracker om zicht te krijgen op de impact van COVID-19 op de arbeidsmarkt in België. De tracker biedt een overzicht van het percentage ‘gewerkte dagen’, absenteïsme, tijdelijke werkloosheid en opname van wettelijke vakantiedagen. Op die manier schetst SD Worx, de grootste loonberekenaar van België, een relevant beeld van de meest getroffen en de meest actieve sectoren en regio’s. Dat gebeurt op basis van loongegevens van 70.000 werkgevers en bijna 1 miljoen Belgische werknemers, waarvan één derde arbeiders en twee derde bedienden, actief in allerlei sectoren en bedrijven van verschillende omvang. De resultaten geven een duidelijke trend weer bij de werkgevers in de privésector.