In 2020 fietsen we meer naar het werk (dan in 2019)

Ondanks het covid-19 dieptepunt in april is het aantal fietsers met fietsvergoeding met 4% gestegen – dat is 20% meer dan begin 2019

26 november 2020

SD Worx stelt voor de eerste 10 maanden van dit jaar een stijging vast van 4% meer fietsers met een fietsvergoeding in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze cijfers bevestigen opnieuw het gegeven dat werknemers het wandelen en fietsen herontdekt hebben tijdens de coronacrisis. Het totale aantal fietsende pendelaars ligt waarschijnlijk nog een stuk hoger; SD Worx bekijkt hier enkel die fietsers die een specifieke fietsvergoeding van hun werkgever krijgen. Werkgevers zijn hiertoe niet algemeen verplicht.

We fietsen meer (betaald) naar het werk

De laatste jaren is er een constante stijging van het aantal fietsende werknemers. Met telkens een piek tijdens de zomermaanden en daling tijdens de wintermaanden. 2020 startte als een sterk ‘fietsjaar’. In januari lag het aantal medewerkers die met de fiets naar het werk kwamen (en daarvoor een specifieke fietsvergoeding kregen) bijna 20% hoger dan in januari 2019. 

Tijdens de eerste Covid 19 golf zien we een duidelijke dip in april 2020. In vergelijking met de maand maart daalt het aantal fietsende medewerkers met 16 %.  Veerle Michiels, mobiliteitsexpert van SD Worx noemt dit niet verwonderlijk: “Ons land ging toen in lockdown en thuiswerk was de norm. Een fietsvergoeding is enkel vrijgesteld van RSZ-bijdragen en belastingen wanneer deze maximum 0,24 EUR bedraagt per effectief getrapte kilometer. De terugval van het aantal vergoedingen is dus logisch omdat heel wat woon-werkverplaatsingen met de fiets wegvielen. Er zijn ook 12% minder fietsers dan in april 2019.”

Vanaf juni begint de trendlijn weer te stijgen en is er een consistente groei geweest. De cijfers liggen elke maand hoger dan in 2019. Ook hier speelt mogelijk het Covid 19-effect. Veerle Michiels vervolgt: “Tijdens de eerste golf moesten we ons beperken tot essentiële verplaatsingen. Dat heeft ons doen nadenken over het nut van onze verplaatsingen, maar heeft ons ook geleerd om ons duurzamer te verplaatsen. Er werd massaal gewandeld en gefietst. Het is niet uitgesloten dat deze goede gewoonten nu ook een meer permanent karakter krijgen en we deze ook toepassen in ons woon-werkverkeer. Waar men de keuze heeft tussen openbaar vervoer en fiets, zal men ook sneller voor de fiets kiezen. Het risico op besmetting is immers aanzienlijk lager. De tweede golf in oktober/november heeft een nieuwe daling ingezet bij de fietsvergoedingen. Een logisch gevolg omdat thuiswerk één van de regeringsmaatregelen is om de verspreiding van het virus in te dijken. Deze daling gaat tevens gepaard met de klassieke daling van het aantal fietsende werknemers tijdens de wintermaanden.” 

Regionale verschillen

De provincie Antwerpen is koploper in het uitkeren van fietsvergoedingen, gevolgd door Oost-Vlaanderen, niet toevallig de provincies met de meeste inwoners. Alle andere provincies liggen in lijn: januari tot en met maart en juni tot en met september waren de twee sterke periodes dit jaar. 
Procentueel scoort Oost-Vlaanderen het beste, met een derde (33%) van alle werkgevers en 26% van de werknemers. Antwerpen volgt kort met 28% werkgevers en 25% werknemers. Kijken we enkel naar het aandeel werknemers, dan zitten Brussel (9% van het totaal aantal berekende werknemers) en Vlaams-Brabant (10%) onderaan het lijstje (bekeken op de populaire maand september).
 
Wat werkgevers betreft, kunnen we het als volgt samenvatten: in Vlaanderen en Brussel geeft ongeveer een vijfde tot een derde van de werkgevers een fietsvergoeding. In Wallonië ligt het aandeel werkgevers op minder dan 10%.
 
Veerle Michiels van SD Worx: “De regering koestert wel het plan om naar een veralgemeende fietsvergoeding te evolueren. Maar voorlopig is er geen wettelijke verplichting voor de werkgever om fietsende werknemers te vergoeden voor de kosten verbonden aan hun woon-werkverplaatsingen. De fietsvergoeding wordt eventueel op sector- of op ondernemingsvlak geregeld. Indien deze beperkt blijft tot maximum 0,24 EUR per effectief getrapte kilometer, is de fietsvergoeding (para)fiscaal vrijgesteld.” 

‘Die hards’ in de winter: Minder fietsers maar ze fietsen een langere afstand

Het gemiddelde bedrag van de vergoeding is €47. Dit bedrag is steeds hoger tijdens de wintermaanden, ook al stellen we dan steevast een daling vast van het aantal werknemers die een fietsvergoeding ontvangen. De verklaring ligt voor de hand. In de zomer zijn er meer fietsers die kortere afstanden afleggen. In de winter is er een kleinere groep die fietst maar langere afstanden doet.