De 20 belangrijkste punten qua recente arbeidswetgeving op een rij

Vooruitblik 2020: welke sociaaljuridische veranderingen staan op til?

18 december 2019

Eindejaar is de tijd van lijstjes. Ook 2020 heeft heel wat in petto. Welke maatregelen mogen we zeker verwachten? Alvast 10 nieuwigheden om in het oog te houden. Tijd ook om terug te blikken op de voorbije maanden. Heel wat aangekondigde maatregelen zagen het levenslicht. Andere kregen een opknapbeurt. De belangrijkste nieuwigheden in dit handig overzicht van 10 punten van 2019. De 20 belangrijkste punten op een rij.

Geert Vermeir, juridisch expert van SD Worx vat samen: 2020 wordt ongetwijfeld een boeiend jaar op het vlak van arbeidswetgeving. Al moet de ‘hoofdmoot’ nog komen met een nieuwe federale regering, die een absolute prioriteit moet geven aan de verhoging van de werkzaamheidgraad in België. De regionale regeringen hebben al impulsen gegeven, bijvoorbeeld op het vlak van vorming en opleiding. Maar er ligt nog een reële hefboom qua werkgelegenheid op het federale niveau, bij de regering én de nationale sociale partners. Mogelijk buigt de nieuwe federale regering zich ook over kostenverlagingen voor werkgevers.

Tien punten sociaaljuridische veranderingen (in Vlaanderen en Brussel) in 2020

1. Afschaffing verhoogde kostenaftrek bedrijfsfietsen

De verhoogde aftrek tot 120%, ooit ingevoerd om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer aan te moedigen, wordt geschrapt in de vennootschapsbelasting. De kosten blijven wel voor 100% aftrekbaar. Deze schrapping treedt in werking op 1 januari 2020 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021, verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt vanaf 1 januari 2020. Bij je belastingaangifte in 2020 zul je de gemaakte kosten dus wel nog aan 120% kunnen aftrekken. Voor individuele werkgevers die onderworpen zijn aan de personenbelasting, blijft de verhoogde kostenaftrek wel behouden.

2. Fiscaliteit bedrijfswagens herbekeken

De aftrekbaarheid van bedrijfswagens is fors herzien:

  • Het specifieke gunstregime voor elektrische wagens met een aftrek van 120% in de vennootschapsbelasting, verdwijnt. Vanaf 2020 zijn de kosten nog voor 100% aftrekbaar.
  • De bestaande CO2-schalen worden vervangen door een formule. Deze berekening houdt zowel rekening met de CO2-uitstoot van de wagen als met het brandstoftype. Het aftrekbare tarief wordt als volgt berekend: 120% - (0,5 % x brandstofcoëfficiënt x CO2-uitstoot/km).

Vanaf 2020 zijn alle bedrijfswagens tussen de 50% en 100% aftrekbaar. Alleen zeer vervuilende auto’s met een CO2-uitstoot vanaf 200g/km zijn nog slechts 40% aftrekbaar.

Plug-in hybride wagens (met stekker!), die sinds 2018 deel uitmaken van het wagenpark kunnen duurder worden voor de werknemer en de werkgever, afhankelijk van de energiecapaciteit van hun batterij en hun CO2-uitstoot.

3. Lichte stijging van ons nettoloon - een tariefindexering  (geen taxshift meer)

De voorbije jaren steeg het nettoloon systematisch op 1 januari dankzij de taxshift. Allerlei maatregelen volgden elkaar in sneltempo op: een aanpassing van de belastingtarieven en van de schalen van de forfaitaire beroepskosten, een verhoging van de belastingvrije sommen en van het percentage van de fiscale werkbonus.  Op 1 januari 2020 is er dus geen nieuwe taxshift, maar wel de jaarlijkse aanpassing van de tarieven en schalen aan de inflatie (indexering). Hierdoor zal het nettoloon lichtjes (met +/- 10 euro) stijgen.

4. Doelgroepverminderingen voor ouderen en jongeren worden beperkt

Vanaf 1 januari wordt er fors geknipt in de patronale verminderingen voor jongeren en oudere werknemers. Deze beperking treft  werkgevers in het Vlaams Gewest. Deze werkgevers  moeten rekening houden met de volgende aanpassingen vanaf 1 januari 2020:

  • de leeftijdsgrens voor de doelgroepvermindering voor oudere werknemers verhoogt van 55 naar 58 jaar. 
  • geen patronale vermindering meer voor de aanwerving van een middengeschoolde jongere, zonder diploma hoger onderwijs en jonger dan 25 jaar bij indiensttreding.

Voor laaggeschoolde jongeren en leerlingen alternerend leren blijft de doelgroepvermindering wel ongewijzigd behouden. De Vlaamse regering voorziet wel ruime overgangsregels die belangrijk zijn voor werkgevers die nog aanwervingen plannen vóór het jaareinde en voor werkgevers met lopende verminderingen.

5. Vermindering van financiële steun voor de kmo-portefeuille in Vlaanderen

Voor opleiding en advies kon een middelgroot bedrijf tot 30% financiële steun van het Vlaamse Gewest krijgen. Voor een klein bedrijf bedroeg het steunpercentage 40%. Vanaf 1 december 2019 bedragen de steunpercentages respectievelijk 20% en 30%. Vanaf 1 januari 2020 daalt het maximaal subsidiebedrag naar  7500 euro. Dit maximumbedrag geldt zowel voor kleine als middelgrote bedrijven.

6. ‘Kleine statuten’ beter beschermd bij een arbeidsongeval

Onder ‘kleine statuten’ valt iedereen die arbeid verricht (al dan niet betaald) in het kader van een opleiding, die leidt tot betaalde arbeid. Zij vallen sinds begin 2019 onder de toepassing van de arbeidsongevallenwet. Maar het was niet altijd even duidelijk wie een arbeidsongevallenverzekering moest afsluiten: de stageverlenende werkgever of de opleidingsinstelling? De wetgever verduidelijkt dit nu door een reeks instanties uitdrukkelijk als verzekeringsplichtigeaan te duiden, waaronder VDAB, PHARE, Forem, Actiris en Syntra. Let wel: voor bepaalde opleidingen ligt de verzekeringsplicht bij de stageverlener.

Wie verzekeringsplichtige is voor de arbeidsongevallen zal vanaf 2020 ook de Dimona-aangfite (onmiddellijke aangifte bij tewerkstelling) moeten verrichten. Is dit de stageverlenende werkgever, dan zal op hem ook de dimonaplicht rusten.

7. Verhoogde uitkering thematisch verlof voor alleenstaanden

Vanaf 1 januari 2020 verhogen de uitkeringen voor ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof met  4,5%. Deze verhoging geldt uitsluitend voor alleenstaande werknemers die dit thematisch verlof opnemen om voor hun kind te zorgen. Dit geldt zowel bij een voltijdse of halftijdse onderbreking, net als bij een 1/5 vermindering.

Op 1 mei 2019 werden de uitkeringen voor hogervermelde thematische verloven   – al opgetrokken voor dezelfde groep van werknemers.

Om de hogere uitkering te krijgen, mag de werknemer enkel samenwonen met één of meerdere kinderen die te zijnen laste zijn en moet hij de biologische ouder zijn van of instaan voor de dagelijkse opvoeding van het kind waarmee hij samenwoont. Bovendien moet het kind jonger zijn dan 12 jaar in geval van ouderschapsverlof en jonger dan 18 jaar in geval van verlof voor medische bijstand of palliatief verlof. Die leeftijdsgrenzen verhogen tot 21 jaar voor kinderen  met een handicap.

8. Verhoging van de salarislimiet voor de uitkering bij een arbeidsongeval of een beroepsziekte

Vanaf 1 januari 2020 geldt een hoger loonplafond voor de berekening van uitkeringen  bij arbeidsongevallen, meer bepaald 1,1%. Deze verhoging van het loonplafond geldt ook in de sector beroepsziekten.

9. Nieuwe responsabiliseringsbijdrage

Stel je deeltijders te werk die aanvullend een inkomensgarantie-uitkering ontvangen en gevraagd hebben om meer uren te kunnen werken? Dan ben je verplicht nieuw vrijgekomen uren eerst aan hen aan te bieden, eerder dan iemand nieuw aan te werven. Doe je dat niet, dan riskeer je vanaf april 2020 een boete. Die ‘responsabiliseringsbijdrage’ bedraagt 25 euro per deeltijder met een inkomensgarantie-uitkering en per maand dat de werkgever deze verplichting niet naleefde.

10. Vrijstelling bedrijfsvoorheffing ‘werken in onroerende staat’ stijgt (bouw, schoonmaak, metaal…)

Werkgevers actief in sectoren die 'werken in onroerende staat' verrichten, krijgen vanaf 1 januari 2020 een lastenverlaging in de vorm van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van 6% naar 18%. Dit percentage wordt toegepast op de bruto belastbare vergoedingen van werknemers die  op locatie werken in onroerende staat uitvoeren in ploegverband, met uitzondering van onder meer  eindejaarspremies, vakantiegeld,  opzegvergoedingen …. Niet alleen de bouwsector (PC 124), maar onder andere ook werkgevers in de sectoren van de schoonmaak (PC 121), hout en stoffering (PC 126), de landbouw (PC 144), de metaalconstructie (PC 111) en de elektriciens (PC 149.01) kunnen dergelijke werken verrichten.

Tien om terug te zien: dit was 2019

1. Afhandeling taxshift

1 januari ging van start met de afwikkeling van de taxshift. Die heeft de lasten op arbeid ingeperkt. De laatste fase van de shift lag in lijn met de wijzigingen die sinds 2016 werden doorgevoerd: enerzijds een hoger nettoloon, anderzijds een daling van de werkgeversbijdragen – zowel in de private profit- als, in mindere mate, in de socialprofitsectoren. De impact van deze laatste fase op de daling werkgeversbijdragen liet zich echter slechts zeer gering voelen. De gehele taxshift zorgde in de profitsector wel voor een duidelijke daling van de Belgische loonkosten, al blijven die vergeleken met andere Europese landen hoog.

2. Bijna-IPA: loonnorm strandt op 1,1%, veel bedrijfssectoren sluiten een akkoord

De tweejaarlijkse onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord (IPA) hadden heel wat voeten in de aarde. Eerst liep het op een sisser af. Tot er in april dan toch witte rook verscheen. Helemaal tot een akkoord kwam het evenwel niet. De socialistische vakbond kon zich niet vinden in de vooropgestelde loonmarge van 1,1%.

De regering nam dan maar het heft in handen en bepaalde het percentage zelf. Concreet betekent dit dat de gemiddelde loonkosten in de privésector, bovenop indexeringen en baremieke verhogingen, maximaal met 1,1% mogen stijgen in 2019 en 2020. Veel bedrijfssectoren vulden de loonnorm trouwens al in met een eigen akkoord.

Ga eerst na welke afspraken hierover werden gemaakt binnen je sector, alvorens een loonsverhoging door te voeren.

Over de overige maatregelen gooiden de sociale partners het op een bijna-akkoord.

3. Aangepaste procedure voor winstpremie en loonbonus cao 90

De regels om een collectieve loonbonus toe te kennen, werden het voorbij jaar aangescherpt en in een nieuw standaardformulier gegoten. Een toetredingsakte, noodzakelijk in een bedrijf zonder vakbondsafvaardiging, kan voortaan ook elektronisch ingediend worden, via www.bonusplannen.be.

Ook de relatief jonge winstpremie onderging dit jaar al enkele wijzigingen. Voortaan wordt ook rekening gehouden met deeltijdse medewerkers en/of de situatie waarin werknemers uit dienst gaan. De berekeningswijze van de winstpremie kan dus vanaf nu ook pro rata.

4. Vervroegd pensioen voor SWT’ers

Een werkloze met bedrijfstoeslag of SWT-er die voldoet aan de vereiste leeftijd- en loopbaanvoorwaarden, kan vanaf 2019 ook in vervroegd pensioen gaan.

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – het vroegere brugpensioen – werd op een aantal vlakken verstrengd. Tot 30 juni 2020 kunnen werknemers in het kader van verschillende stelsels (zwaar beroep, zeer lange loopbaan) wel nog ontslagen worden met het oog op SWT vanaf 59 jaar. Ga zeker na wat de precieze regels in je sector zijn. Vanaf 1 juli 2021 stijgt de leeftijd in de meeste stelsels naar 60 jaar.

5. Uitbreiding adoptie-en pleegouderverlof

Adoptieverlof:

Goed nieuws ook voor wie een kind adopteert of onder zijn hoede neemt. In 2019 werd het verlof uitgebreid. Het adoptieverlof telt voortaan 6 weken per adoptieouder. Voor langdurige pleegzorg – van minstens 6 maanden – voorziet de wetgever eveneens een verlofperiode van 6 weken per pleegzorgouder.

Pleegouderverlof:

Vanaf 2019 komt er om de 2 jaar telkens een week bij, net zoals bij het adoptieverlof. Die week wordt wel verdeeld onder beide ouders. Tegen 2027 bedragen beide verloven dan maximaal 17 weken: 6 weken per ouder en 5 bijkomende weken te verdelen onder beide ouders.

6. Flexibelere opname van thematische verloven

De zomer bracht een uitbreiding van de bestaande formules voor thematische verloven. Hierdoor kunnen werknemers in samenspraak met hun werkgever ouderschapsverlof en verlof voor medische bijstand flexibeler opnemen. Zo kan voltijds ouderschapsverlof voortaan per week in plaats van per maand worden opgenomen.

De bestaande formules voor ouderschapsverlof werden uitgebreid met een 4e optie: 1/10 van een voltijdse werkweek, over een periode van 40 maanden. Concreet kan dit bijvoorbeeld een halve dag per week of een volle dag om de twee weken betekenen. Ook hier is het akkoord van de werkgever noodzakelijk.

7. De single permit

De single permit werd al lang aangekondigd en is sinds begin 2019 realiteit geworden. Hierdoor vraag je voortaan in één beweging de arbeids- en verblijfvergunning van niet-EU-medewerkers aan. De nieuwe procedure geldt wel enkel voor een tewerkstelling in België langer dan 90 dagen. Als toekomstige werkgever dien je voortaan zelf de aanvraag in bij de gewestelijke migratiedienst, tenzij de werknemer een toelating heeft om voor onbepaalde duur in België te werken.

Hou er wel rekening mee dat de afgifte van de vergunning in de praktijk enig tijd in beslag kan nemen. Want twee verschillende overheidsdiensten moeten hun fiat over het aanvraagdossier geven.

8. Het Vlaams opleidingsverlof vervangt educatief verlof

Het bestaande systeem van educatief verlof werd in Vlaanderen vanaf 1 september vervangen door het Vlaams opleidingsverlof (VOV). Dit biedt elke werknemer in de privésector het recht op maximaal 125 betaalde verlofuren om een opleiding te volgen. De opvolging en terugbetaling verloopt voortaan digitaal én een pak eenvoudiger. Alleen maar goed nieuws, dus!

Opgelet: de terugbetaling bedraagt een forfaitair bedrag van 21,30 euro per uur en het VOV geldt enkel voor arbeidsmarktgerichte of loopbaangerichte opleidingen. Welke dat zijn, vind je terug in de Vlaamse opleidingsdatabank. Werknemers genieten gedurende de loop van de opleiding ontslagbescherming, tenzij je het ontslag duidelijk kunt motiveren.

9. Soepelere regeling voor mobiliteitsoplossingen

De mobiliteitsvergoeding, beter gekend als ‘cash for car’, werd dit jaar aangevuld met het mobiliteitsbudget. Anders dan bij de mobiliteitsvergoeding, die de bedrijfswagen inruilt voor een financiële vergoeding, geeft het mobiliteitsbudget werknemers de keuze tussen verschillende vervoersoplossingen.

Om aanspraak te maken op het mobiliteitsbudget moeten zowel de werkgever als de werknemer aan een aantal voorwaarden voldoen. Medewerkers die op het aanbod ingaan krijgen de keuze tussen een milieuvriendelijke bedrijfswagen, een duurzaam vervoermiddel zoals bus, trein en fiets, of tussen. Elke optie heeft zijn eigen fiscale en sociale regels.

De bestaande mobiliteitsvergoeding werd aangepast aan dezelfde voorwaarden en minimumtermijnen van het mobiliteitsbudget om beide regelingen beter op elkaar af te stemmen. Daarnaast verdween ook het bedrijfswagenattest en kan de vergoeding voortaan stijgen of dalen in functie van de carrièrewendingen van je medewerkers.

10. Miniakkoord over de arbeidsdeal

In de zomer van 2018 bereikte de federale regering een akkoord over een reeks maatregelen die de arbeidsmarkt meer zuurstof moeten geven. Door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, moeten openstaande vacatures sneller worden ingevuld.  Een aantal maatregelen werden in 2019 in een wet gegoten:

  • Werknemers die hun job verliezen wegens medische overmacht hebben een recht op outplacement.
  • Werkgevers kunnen met een flexibeler scholingsbeding vergoed worden voor de opleidingskosten van een werknemer die het bedrijf verlaat.
  • Ontslagen werknemers moeten zich in bepaalde situaties binnen de twee maanden inschrijven als werkzoekende.
  • Werknemers ouder dan 65 die arbeidsongeschikt zijn maar nog niet met pensioen, hebben tot 6 maanden lang recht op een ongeschiktheidsuitkering.