Officieel startschot voor nog meer groene bedrijfswagens

De weg is open voor de milieuvriendelijke functie- en salariswagens

2 april 2019

Antwerpen, 2 april 2019 – De langverwachte wet met betrekking tot het mobiliteitsbudget verscheen op vrijdag 29 maart in het Staatsblad, samen met een uitvoeringsbesluit rond het beheer van het budget via de mobiliteitsrekening. Werkgevers kunnen nu werk maken van een versnelde vergroening van hun wagenpark, zowel voor functiewagens van profielen die de wagen nodig hebben om hun werk uit te voeren, als voor de zogenaamde salariswagens. De werkgever zit aan het stuur; de werknemer krijgt de kans om voor duurzame mobiliteit te kiezen.

De nieuwe maatregel roept heel wat vragen op. Om dit in goede banen te leiden, lanceerde de minister van Werk de website www.mobiliteitsbudget.be waarop werkgevers en werknemers een antwoord op hun meest prangende vragen kunnen vinden. Ook SD Worx duidt de voordelen:

Bedrijfswagens worden om de vier à vijf jaar vervangen

Bedrijfswagens zijn vaak leasewagens die sowieso om de vier à vijf jaar vervangen worden door een nieuw model. Werkgevers voorzien ze voor profielen die de auto nodig hebben voor de job (functiewagens) ofwel om een marktconforme verloning te voorzien, om talent aan te trekken of te behouden (salariswagens). SD Worx maakte op basis van de loonbenchmark gegevens een analyse (zie kader)

Cash-for-car vooral geschikt voor salariswagens

De mobiliteitsvergoeding (of cash-for-car) werd in het voorjaar van 2018 gelanceerd. Het succes van de mobiliteitsvergoeding is een jaar na invoering nog bescheiden. Hr dienstverlener SD Worx -die een derde van alle lonen in de privé verwerkt in België- telt inmiddels 142 werknemers die er beroep op doen, verspreid over115 werkgevers. De gemiddelde mobiliteitsvergoeding bedraagt 525 EUR bruto per maand. “Het cash-for-car principe is vooral weggelegd voor de salariswagens. Wie een bedrijfswagen krijgt (of er recht op heeft), maar de wagen niet nodig heeft, kan hem omruilen voor cash. En dat cashbedrag geniet een gunstige sociale en fiscale behandeling. Voor het nog bescheiden succes zijn er verschillende redenen te bedenken. Je mobiliteitsbeleid als werkgever aanpassen, doe je niet van vandaag op morgen. Vaak laten werkgevers de inlevering van de bedrijfswagen samenvallen met het aflopen van de leaseovereenkomst. Het echte succes zal dus gaandeweg moeten blijken.” weet Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx.

Met het mobiliteitsbudget kan je nu ook je functiewagen vergroenen

SD Worx vervolgt: “Werkgevers namen ook een eerder afwachtende houding aan, in afwachting van de komst van dat andere alternatief voor de bedrijfswagen - het mobiliteitsbudget. Eind vorige week werd het officiële startschot gegeven: werkgevers kunnen nu aan de slag om een mobiliteitsbeleid uit te tekenen, dat rekening houdt met hun visie en doelstellingen, maar ook met de mobiliteitsbehoeften van hun werknemers.”

Via het nieuwe mobiliteitsbudget kunnen werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking hebben (of ervoor in aanmerking komen), deze inruilen voor een milieuvriendelijker model en met het resterende budget kiezen voor duurzame, multimodale alternatieven. Deze maatregel is ook geschikt voor wie  de wagen nodig heeft voor de job (ook wel functiewagen genoemd).

En wel om volgende redenen:

  • Met het mobiliteitsbudget kunnen ze nog steeds kiezen voor een bedrijfswagen. Die wagen zal milieuvriendelijker moeten zijn dan de huidige wagen en beantwoorden aan strikte emissienormen. De functiewagen kan je niet per definitie wegdenken uit het verkeer. Hij zal ook in de file blijven staan. Maar alleszins al minder schadelijk zijn voor het milieu.
  • Voor de momenten dat ze de wagen niet nodig hebben voor de job, kunnen ze gebruik maken van de duurzame mobiliteitsalternatieven die ze via de tweede pijler van het mobiliteitsbudget kunnen financieren. Zo krijgen ook zij de mogelijkheid om het vervoermiddel (of een combinatie van) te kiezen dat hen het meest efficiënt op de plaats van bestemming krijgt. Zonder op automatische piloot in de wagen te moeten stappen.
  • Ook bij het mobiliteitsbudget is er nog een cash-aspect mogelijk.

Wie na financiering van de milieuvriendelijke wagen en de duurzame alternatieven nog budget overheeft, krijgt dat cash uitbetaald. Weliswaar na afhouding van een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% voor de sociale zekerheid. Zelf bouwen de werknemers hiermee bijkomende rechten op inzake werkloosheid en pensioen.

En meer keuze bij een salariswagen

Eenzelfde optie staat open voor wie nu een zogenaamde salariswagen heeft. Uiteraard op voorwaarde dat de werkgever de mogelijkheid aanbiedt om (het recht op) de wagen om te zetten naar een mobiliteitsbudget. Omdat deze categorie de wagen strikt genomen niet nodig heeft om hun functie uit te voeren, behoort de mobiliteitsvergoeding (ook gekend als cas-for-car) voor hen ook tot de mogelijkheden.

“Lang niet iedereen houdt vast aan een grote en dure bedrijfswagen. Steeds meer werknemers krijgen hierin nu ook al inspraak via flexibele beloningsplannen. Het kunnen inruilen van die wagen voor een kleiner model en dat aanvullen met andere extralegale voordelen, leidt ook tot grote tevredenheid. De nieuwe mogelijkheden van cash-for-car en mobiliteitsbudget sluiten daar op aan.” besluit SD Worx.

Meer voorbeelden via de gratis online SD Worx simulator.

SD Worx analyseert elk jaar de verloning van bediendenfuncties in België en maakt daarbij een onderscheid naar uitvoeringsniveau. De gegevens zijn gebaseerd op de loongegevens van meer dan 100.000 Belgische bedienden bij meer dan 10.000 werkgevers in 2018.

Brigitte Oversteyns, Managing Consultant Reward & HR Advisory bij SD Worx: “Bij 41% van de bedrijfswagens gaat het om een externe functie; een commercieel profiel of een technieker of een etaleur die de baan op moeten, zijn daar voorbeelden van.  Bij 42% gaat het om een interne functie waar de wagen deel uitmaakt van een marktconforme verloning, bv. bij schaars talent zoals in management posities.
17% van alle bedrijfswagen zit bij functies die zowel een zowel een intern als extern karakter kunnen hebben: zo kan een ICT specialist zowel een interne functie zijn als een externe medewerker die wordt ingehuurd via een ICT bureau. In de discussie omtrent de bedrijfswagen is dit een belangrijke nuancering. Het merendeel situeert zich op het uitvoerende niveau.” 


De meeste bedrijfswagens op het uitvoerende niveau van specialist/creatie/advies/sturing

Bij het verloningsbeleid houden organisaties rekening met het uitvoeringsniveau: niveau 1 bepaalt de strategie en visie (bijvoorbeeld de CEO of de Plant director); niveau 2 zijn functies die de strategie vertalen; niveau 3 is het uitvoerend niveau waar specialisatie, creatie, advies of sturing centraal staan; dit verschilt van niveau 4, watook uitvoerend is maar met hoge mate van routine of assisterend. Opvallend is dat we de meeste bedrijfswagens (66,5%) aantreffen bij het uitvoerende niveau 3 van specialist/creatie/advies/sturing. Het betreft hier functies  van consultants, accountmanagers, … Niet op het uitvoeringsniveau 1 of 2, met resp. 12,5% en 6,7% van alle bedrijfswagens. Natuurlijk zal iemand op niveau 1 wel meer kans maken op een bedrijfswagen: 85% krijgt er één, in vergelijking met uitvoeringsniveau drie en vier, met resp. 46% en 16% kans.