Auto nog steeds vervoersmiddel bij uitstek voor de Belgische werknemer

13 januari 2017

Antwerpen, 13 januari 2017 – Uit een studie van HR-dienstverlener SD Worx blijkt dat de Belgische werknemer nog steeds verknocht is aan de auto. Maar liefst 94% van de werknemers in Wallonië gaat met de auto naar het werk, in Vlaanderen is dit 81% en in Brussel 61%. Van de alternatieve vervoersmiddelen is de fiets het populairst in Vlaanderen (14%). Brusselse werknemers maken het vaakst gebruik van het openbaar vervoer (36%). De auto is dus nog steeds met voorsprong het populairste transportmiddel, al staan zowel werknemers als -gevers open voor alternatieven. Het mobiliteitsbudget, waarvoor de regering in april een wettelijk kader klaar wil hebben, kan hierbij een belangrijke rol spelen. 56% van de Belgische werknemers staat alvast positief tegenover het mobiliteitsbudget.

Koning auto

De meeste Belgische werknemers gebruiken hun eigen auto om zich naar het werk te verplaatsen: in Vlaanderen en Wallonië gaat dit om respectievelijk 62% en 80% van de werknemers. Het percentage werknemers in Brussel dat de eigen auto gebruikt ligt met 36% beduidend lager. Bij bedrijfswagens ziet het er helemaal anders uit: die wordt het meest gebruikt door werknemers in Brussel (25%), voor Vlaanderen (19%) en Wallonië (14% komt met een bedrijfswagen naar het werk). Opmerkelijk is dat maar liefst één op vier werknemers vindt dat hun bedrijfswagen niet noodzakelijk is voor hun werk.

 


Cijfers gebaseerd op een steekproef door SD Worx voor de periode 01/09/2015 – 31/08/2016. Het gaat om meer dan 560.000 Belgische medewerkers in de privésector. De regio’s hebben betrekking op waar men werkt.

Interesse in alternatieven neemt toe

Met de fiets naar het werk gaan, is het populairst in Vlaanderen: 14% van de Vlaamse werknemers verplaatst zich met de fiets naar het werk, ten opzichte van amper 1% van de Waalse werknemers. Weinig verwonderlijk is dat het openbaar vervoer het populairst is in onze hoofdstad. Evenveel werknemers maken er gebruik van het openbaar vervoer als er werknemers zijn die met hun eigen auto naar het werk gaan, namelijk 36%.



Cijfers gebaseerd op een steekproef door SD Worx voor de periode 01/09/2015 – 31/08/2016. Het gaat om meer dan 560.000 Belgische medewerkers in de privésector. De regio’s hebben betrekking op waar men werkt.

Hoewel alternatieve vervoersmiddelen nog steeds onderdoen voor de auto, neemt de interesse in alternatieven zowel bij werknemer als werkgever toe : 49% van de Belgische werknemers wil zijn auto vaker thuis laten staan. 58% verkiest aanvullend loon of een alternatieve vergoeding boven een bedrijfswagen. 56% ten slotte is geïnteresseerd in een mobiliteitsbudget om vrij te spenderen aan verschillende vervoersmiddelen. Aangezien de werknemers in Brussel het meeste te lijden hebben onder de fileproblematiek, is het logisch dat vooral zij zeer te vinden zijn voor een mobiliteitsbudget. Maar liefst 61% van de Brussels werknemers heeft hierin interesse. In Vlaanderen en Wallonië is dit respectievelijk 46% en 44% .
Dat een mobiliteitsbudget de moeite waard is, toont onderzoek van Mobimix en SD Worx aan. 73% van de werknemers schat zijn work-lifebalans positiever in wanneer hij een mobiliteitsbudget ter beschikking heeft, 60% vindt de bedrijfscultuur aangenamer en moderner en 43% geeft blijk van een hoger engagement op de werkvloer. Bovendien heeft 58% van de werkgevers die een mobiliteitsbudget aanbieden een aantrekkelijker imago.

Inzetten op mobiliteitsbudget loont voor werknemer en werkgever

10% van de Belgische ondernemingen voerde het mobiliteitsbudget al in; 29% van de ondernemingen is van plan dit binnen de één of twee jaar in te voeren . Momenteel is er echter nog geen wettelijk kader voor het invoeren van een mobiliteitsbudget. Werkgevers zien er een administratieve uitdaging in. Toch kunnen ondernemingen nu al een mobiliteitsbudget toepassen. Veerle Michiels, adviseur juridisch kenniscentrum SD Worx: “Via ons Flex Income Plan™ beschikt de werknemer over een budget dat hij naar eigen keuze mag spenderen aan een waaier van mobiliteitsoplossingen. Dat budget wordt gecreëerd door de waarde van enkele bestaande extralegale voordelen op ondernemingsvlak om te vormen naar een budget, rekening houdend met de totale werkgeverskost van die voordelen. Omdat de werknemer zijn keuzepalet aan mobiliteit zelf kan samenstellen binnen het vooropgestelde budget, creëren we meerwaarde voor de werknemer zonder meerkost voor de werkgever. Zo wordt de werknemer ertoe aangezet de wagen vaker aan de kant te laten staan ten voordele van alternatieve mobiliteitsoplossingen.”

[1]  Bron: iVox (in opdracht van De Lijn)

[1]  Bron: Mobimix en SD Worx

[1]  Bron: Link2fleet, Fleetbarometer