Minder opkomst voor sociale verkiezingen in 2016, maar werknemer blijft vakbond trouw

23 mei 2016

Antwerpen – 22 mei 2016. Vanavond zijn de sociale verkiezingen in ons land voorbij. De personeelsvertegenwoordigers voor het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW, voor ondernemingen vanaf 50 werknemers) en voor de Ondernemingsraad (OR, vanaf 100 werknemers) starten voor een termijn van vier jaar. HR-dienstenverlener SD Worx begeleidde 25% van alle stemprocedures in België, gespreid over het hele land, in verschillende sectoren en bij bedrijven van verschillende grootte. De cijfers van SD Worx bieden een eerste zicht op de resultaten. Het kabinet van minister van Werk Kris Peeters pakt later deze week uit met de definitieve cijfers.

Volgens de cijfers van SD Worx liggen de nationale opkomstcijfers in vergelijking met 2012 beduidend lager: terwijl toen nog 70,17% van alle stemgerechtigde werknemers zijn stem uitbracht, daalt dit tot 61,41% in 2016. Grote verschuivingen in het kiesgedrag zijn er niet: het ACV blijft de absolute koploper. Opvallend is wel de vooruitgang van het ACLVB. Die stijgt, voor wat het aantal zetels betreft, met 2,55% voor de vertegenwoordiging in het CPBW en met 1,46% voor de ondernemingsraad ten opzichte van de verkiezingen in 2012.      

Werknemers trouw aan vakbond, ACLVB boekt vooruitgang

De resultaten tonen aan dat werknemers relatief trouw blijven aan hun vakbond: met gemiddeld 56% van de verkozenen voor zowel het CPBW als de OR, blijft het ACV de absolute koppositie behouden, gevolgd door het ABVV en het ACLVB. Deze laatste boekt wel een substantiële vooruitgang ten opzichte van de laatste verkiezingen in 2012. Ondanks deze vooruitgang, behoudt het ACV wel zijn quasi-monopolie in de kleinere ondernemingen.

 

ACLVB

ABVV

ACV

 

2012

2016

+/-

2012

2016

+/-

2012

2016

+/-

CPBW

7,34%

9,89%

+2,55%

33,64%

33,94%

0,30%

59,01%

56,17%

-2,84%

OR

7,93%

9,39%

+1,46%

34,31%

32,71%

-1,60%

56,14%

56,24%

+0,10%

          Tabel 1: De resultaten in zetels (2012 vs. 2016)

 

ACLVB

ABVV

ACV

 

2012

2016

+/-

2012

2016

+/-

2012

2016

+/-

CPBW

11,15%

12,34%

+1,19%

36,38%

34,39%

-1,99%

52,47%

53,27%

+0,80%

OR

11,20%

11,60%

+0,40%

35,62%

33,90%

-1,72%

51,66%

52,88%

+1,22%

          Tabel 2: De resultaten in stemmen (2012 vs. 2016)

 

In ongeveer een kwart van de ondernemingen vertegenwoordigt slechts 1 vakbond de overlegorganen. In 78% van alle gevallen is de vertegenwoordigde vakbond dan het ACV. In bijna 17% van de gevallen waarbij de onderneming slechts 1 vakbond telt, is dit het ABVV. Het ACLVB sluit met 5% het rijtje af.

Lagere opkomst in 2016

In vergelijking met 2012 liggen de opkomstcijfers lager: 61,41% van de stemgerechtigde werknemers bracht een stem uit in 2016, ten opzichte van 70,17% in 2012. De geografische verschillen zijn opmerkelijk, maar logisch, gezien de economische context: regio’s die de afgelopen jaren sterk werden geraakt door herstructureringen in de maakindustrie, zoals Henegouwen (78,35%) en Limburg (72,44%) hebben hogere opkomstcijfers. Regio’s die vooral afhankelijk zijn van de dienstensector kennen dan weer een lagere opkomst: in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Vlaams-Brabant kwamen respectievelijk 54,26% en 57,22% van de stemgerechtigde werknemers opdagen.

Provincie

Opkomst %

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

54,26%

Vlaams-Brabant

57,22%

Limburg

72,44%

Luik (Provincie)

70,44%

Henegouwen

78,35%

Oost-Vlaanderen

62,76%

Namen (Provincie)

60,57%

Antwerpen (Provincie)

60,97%

West-Vlaanderen

63,83%

Luxemburg

74,52%

Waals-Brabant

68,15%

                              Tabel 3: Opkomst per regio

Er is ook een duidelijk verband tussen opkomstcijfers en leeftijd en geslacht. In bedrijven met vooral jongeren ligt de opkomst beduidend lager. Zo bedraagt het opkomstcijfer amper 43,16% in bedrijven waar het werknemersbestand voor meer dan 60% uit
-35-jarigen bestaat. Hetzelfde geldt voor bedrijven met overwegend vrouwelijke werknemers: hoe meer vrouwelijke werknemers een bedrijf telt, hoe lager de opkomst. Zo bedraagt het opkomstcijfer 73,33% in een bedrijf met minder dan 20% vrouwelijke werknemers. Voor bedrijven waar 80-100% van de werknemers vrouw zijn, daalt dit cijfer beduidend tot 50,45%.

Vooral mannen met hogere anciënniteit

Geslacht en anciënniteit bepalen het typische profiel van de verkozene. Mannen zijn goed voor maar liefst 63,23% van de verkozenen.  

“De factor geslacht is het meest prominent bij arbeiders en kaderleden, terwijl de verdeling man-vrouw meer in evenwicht is bij de bedienden. Dat is te verklaren doordat in die categorieën het aandeel van mannen gewoon ook hoger is. In de categorie jongeren zijn er dan weer meer vrouwelijke vertegenwoordigers wat een hoopgevend signaal voor de toekomst kan zijn”, zegt Jan Vanthournout, senior managing consultant bij SD Worx.

Anciënniteit, en daaraan gekoppeld de leeftijd van de verkozenen, speelt ook een bepalende rol: verkozenen zijn gemiddeld rond de 45 jaar, met een uitschieter naar 50 jaar voor de categorie kaderleden, en hebben vaak al een lange staat van dienst in de onderneming waar ze gaan zetelen.

 

Arbeider

Bediende

Kaderlid

Jongere

Leeftijd

43,14

45,27

49,33

22,72

Anciënniteit

13,25

15,54

19,09

2,21

%kans man

77,54%

54,84%

73,19%

49,14%

                              Tabel 4: Het profiel van de verkozenen per categorie

 

Meer informatie?

Pieter Goetgebuer, Persverantwoordelijke SD Worx
T +32 (0)3 201 76 68 / M +32 (0)497 45 36 73
pieter.goetgebuer@sdworx.com