Vijf alternatieven voor de bedrijfswagen

25 februari 2016

Antwerpen, 25 februari 2016 – De bedrijfswagen is fiscaalvriendelijk en is daarom enorm populair in ons land. Maar de files nemen toe, net als de aandacht voor het klimaat. Een overzicht van vijf duurzame alternatieven die ook financieel interessant zijn voor werknemer én werkgever.

1. Het mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget is een alternatief voor een bedrijfswagen, zonder die volledig uit te sluiten. De werknemer krijgt een budget dat hij mag spenderen aan een waaier van vervoersoplossingen naar eigen keuze, met of zonder bedrijfswagen. Dat kan gaan om een fiets, openbaar vervoer, een Cambio- of bedrijfswagen.

Kiest de werknemer voor een klassieke bedrijfswagen binnen zijn mobiliteitsbudget, dan telt de wagen als belastbaar voordeel alle aard. Maar hoe kleiner of milieuvriendelijker de wagen, hoe kleiner het voordeel alle aard.

Een voorbeeld: een werknemer met een bedrijfswagen en een duur parkeerabonnement, kan ervoor kiezen om die in het mobiliteitsbudget te vervangen door een treinabonnement, een abonnement op autodelen en een leasefiets.

Het mobiliteitsbudget is een van de arbeidsexperimenten die de federale minister van Werk, Kris Peeters (CD&V) nog dit jaar wil laten goedkeuren om zo tot meer werkbaar en wendbaar werk te komen. Peeters wil niet zozeer aan de bedrijfswagens raken, maar wil wel een aantrekkelijk sociaal en fiscaal statuut geven aan een mobiliteitsbudget.

 

2. De fiets

Zowat tachtig procent van de werknemers woont binnen de tien kilometer van het werk of dichtbij een station. De fiets is daarom vaak een perfect alternatief: groener, sneller en je vindt altijd een parkeerplaats.

• De fietsvergoeding: werknemers krijgen een extraatje bovenop hun nettoloon, dus vrij van RSZ en belastingen. Dat kan oplopen tot maximum 0,22 euro per kilometer.
• De bedrijfsfiets: de kosten voor een bedrijfsfiets zijn 120% fiscaal aftrekbaar, inclusief de inrichting van fietsenstallingen en kosten voor onderhoud en herstelling. Die kosten moeten wel allemaal gelinkt zijn met het woon-werkverkeer.

 

3. Het sociaal abonnement

Een sociaal abonnement stimuleert de werknemers om met het openbaar vervoer naar het werk te komen. De werkgever is verplicht om tussen te komen in de prijs, maar het grote voordeel is dat hierop geen RSZ-bijdragen en belastingen betaald moeten worden. Althans, op één voorwaarde: de werknemer mag zijn werkelijke beroepskosten niet aftrekken in zijn personenbelasting. Voor wie met de trein naar het werk komt, bedraagt de tussenkomst gemiddeld 75%.

Extra interessant is het zogenoemde verhoogd sociaal abonnement: de werkgever trekt de vergoeding voor het openbaar vervoer verder omhoog. Zo krijgen de werknemers iets extra uitbetaald zonder zware loonlasten. Of de werkgever past het abonnement aan van tweede naar eerste klas.

Ten slotte kan de werkgever, via de zogenaamde derdebetalersregeling, ervoor zorgen dat de werknemer een gratis treinabonnement geniet. De werkgever betaalt dan minstens 80% van de prijs van het abonnement, de overheid past maximaal 20% bij.

 

4. Railease

Een auto is dikwijls nodig om op het werk te geraken. Maar voor wie voor het werk in het stadscentrum moet zijn, is de trein interessanter. Met een Railease-abonnement combineert een werknemer de vrijheid van een bedrijfswagen en het gemak van de trein of ander openbaar vervoer.

De werkgever gaat een Railease-overeenkomst aan met de NMBS. De werknemer kan kiezen voor twintig, veertig of zestig reisdagen. Die tickets zijn dan wel uitsluitend bestemd voor het woon-werkverkeer. De voordelen zijn legio: het abonnement is 100% fiscaal aftrekbaar, de bedrijfswagen legt minder kilometers af en is dus goedkoper.

 

 

5. De bedrijfswagen 2.0

Zolang de bedrijfswagen fiscaal interessant is, valt hij niet weg te denken uit het loonpakket. Voor sommige werknemers die veel op klantenbezoek moeten, is een bedrijfswagen onontbeerlijk. Maar bedrijven kunnen wel een groener model promoten, zoals trendy hybride of elektrische wagens.

In de toekomst zullen wagens nog meer belast worden in functie van de CO2-uitstoot en vervuiling. Daarom kiezen veel bedrijven voor wagens met een lagere CO2-uitstoot. Een groenere wagen leidt immers tot een verlaging van het voordeel alle aard voor de werknemer en dalende kosten voor de werkgever (lagere CO2-solidariteitsbijdragen, hogere fiscale aftrekbaarheid…).

Vooral in de elektrische wagen zit potentieel: geen CO2-uitstoot en een forfaitaire CO2-werkgeversbijdrage van 25,55 euro per maand. Bij andere wagens wordt de CO2-bijdrage berekend op grond van de CO2-uitstoot. Bovendien is een elektrische wagen 120% fiscaal aftrekbaar. De nodige elektriciteit om de wagen op te laden, is dan weer 75% fiscaal aftrekbaar (net zoals gewone brandstof). Er is wel een keerzijde: de cataloguswaarde van elektrische wagens is vaak nog relatief hoog, waardoor er voor de werknemer een hoger voordeel van alle aard aan kan vasthangen.

 


Pas zelf het mobiliteitsbudget toe

Alternatieven voor de bedrijfswagen worden urgenter. Nog meer weten over de aanleidingen en mogelijke oplossingen? Lees het rapport‘Trends in mobiliteit’ en ontdek waarom het mobiliteitsbudget de oplossing van de toekomst is.

De inspiratie voor het mobiliteitsbudget komt van het Flex Income Plan (FIP) van SD Worx. Bedrijven maken hiermee werk van flexibel verlonen. Meer over hoe hiermee te starten, staat hier.

 

Meer informatie?

Pieter Goetgebuer, Persverantwoordelijke SD Worx
T +32 (0)3 201 76 68 / M +32 (0)497 45 36 73
pieter.goetgebuer@sdworx.com