Bedrijfswagens maken de loonkloof nog groter

24 juni 2015

Antwerpen, 24 juni 2015 – Het bruto maandloon van vrouwen ligt gemiddeld 20% lager dan dat van mannen. Eerder onderzoek wees dat al uit. Maar de kloof wordt nog groter als bij het brutoloon het variabele loon (bonussen, commissies, premies, loonbonussen en warranten) en de meest courante extralegale voordelen bijkomen (maaltijdcheques, forfaitaire onkostenvergoeding, groepsverzekering en bedrijfswagen). In dat geval loopt de kloof op tot 27%. Een en ander blijkt uit cijfers van HR-dienstenverlener SD Worx. Die analyseerde meer dan 114.000 loonbrieven van bedienden, directie- en kaderleden in de privésector.

Ook een kloof in extralegale voordelen


Meer mannen krijgen een bedrijfswagen: uit de cijfers blijkt dat 74% van alle bedrijfswagens naar een man gaat. Niet verrassend is dat die wagens vooral naar hogere functieniveaus gaan. Van de mannelijke directie- en hoger kaderleden heeft 88% een bedrijfswagen, bij de vrouwen ligt dat iets lager (81%). Het valt op dat de kloof groter wordt naarmate het functieniveau daalt. Het mannelijke middenkader heeft in 77% van de gevallen een auto van het werk, bij hun vrouwelijke collega’s is dat 66%. Meer dan de helft (56%) van het mannelijke lagerkader rijdt met een bedrijfswagen rond, bij het vrouwelijke lagerkader slinkt dat tot 34%. Bij de bedienden, ten slotte, is de kloof relatief gezien weer kleiner: 27% van de mannen heeft een bedrijfswagen, tegenover 7% van de vrouwen.

Een infografiek over de kloof in extralegale voordelen staat hier.

Hiërarchie en sector bepalen mee het verschil

De belangrijkste factor die de loonkloof verklaart, zijn de financieel minder gunstige arbeidsmarktposities waarin vrouwen meestal werken.

“Vrouwen staan doorgaans minder hoog op de hiërarchische ladder. Anno 2015 is het glazen plafond nog steeds niet doorbroken en werken vrouwen minder vaak in posities die het hoogst beloond worden”, zegt Christel Van Wouwe, manager Reward data & R&D bij SD Worx.

Een andere verklaring is in de sector te zoeken. Bepaalde sectoren betalen minder goed, terwijl net die sectoren vooral vrouwen tewerkstellen, zoals kledingzaken. Het verschil in de sector handel, bijvoorbeeld, loopt op tot 25% als het over brutoloon gaat. Bekijken we het totale loonpakket, dan stijgt de kloof tot 34%. In de dienstensector is de kloof het kleinst: 13% voor brutoloon en 20% voor het totale loonpakket. In typisch vrouwelijke sectoren zoals gezondheidszorg, kleinhandel en onderwijs verdienen vrouwen 19% minder bruto maandloon.

De reden dat het verschil zo hoog ligt omdat meer vrouwen deeltijds werken dan mannen gaat hier niet op: in de studie werden lonen van deeltijdse werknemers verrekend naar voltijds.

Minder waardering


Naast deze twee feitelijke factoren, zijn de loonverschillen nog altijd voor een stuk toe te wijzen aan waardering. Nog altijd krijgen vrouwen op een aantal aspecten minder geldelijke waardering voor een gelijke inspanning of een gelijkwaardig arbeidsmarktkenmerk zoals diploma, ervaring, anciënniteit of leeftijd. Binnen hetzelfde functieniveau krijgen vrouwen nog altijd een lager inkomen dan mannen.

Wel valt op dat het loonverschil verkleint naarmate het functieniveau stijgt: het bruto maandloon van vrouwen in directiefuncties ligt gemiddeld 11,51% lager dan dat van hun mannelijke collega’s. Als je er het variabele loon en enkele extralegale voordelen bijtelt, klimt het verschil naar 14%.

Oost-Vlaanderen scoort het slechtst


De loonkloof is het grootst in Oost-Vlaanderen (25,49% verschil in brutoloon), terwijl die in Luxemburg het kleinst is (15,65%). In Vlaanderen en Wallonië liggen de verschillen in brutoloon in dezelfde lijn (respectievelijk 20,36% en 22,16%), terwijl het verschil Brussel beduidend lager ligt (14,71%).

Een algemene infografiek staat hier.