2012: Een recordjaar voor ziekteverzuim

27 maart 2013

Absenteïsme vertoont sinds 2002 constante stijging in België, met 2012 als recordjaar.

Belangrijkste conclusies

Belgische bedrijven krijgen het ziekteverzuim niet onder controle. Sinds 2002 vertoont het absenteïsme in België een nagenoeg constante stijging. Nooit eerder was het totale ziekteverzuim (kortdurend plus langdurend) zo hoog als in 2012. Dat blijkt uit het rapport ‘Out of office. Ziekteverzuim 2012’ van SD Worx. De piek van 2012 is hoofdzakelijk het gevolg van een recordcijfer voor langdurend verzuim (meer dan 1 maand, maar minder dan 1 jaar), het hoogtepunt van een ontwikkeling die in 2008 inzette. Terwijl het langdurend verzuim in 2008 slechts 1,56% bedroeg, liep het in 2012 op tot maar liefst 2,33%, een stijging van bijna de helft. Een ouder wordende arbeidspopulatie, de crisis, werkdruk, arbeidsomstandigheden, demotivatie en de problematiek van de citroenloopbaan zijn verklarende factoren.

Het kortdurende verzuim stagneerde vorig jaar op het hoge niveau van 2011. Belgische werknemers (uitgedrukt in VTE, voltijdse equivalenten) waren gemiddeld 47 uur kortdurend afwezig wegens ziekte, of meer dan volle 6 werkdagen. In 2002 was dat nog 43 uur. Doordat het loon van arbeiders en bedienden gedurende 30 dagen is gegarandeerd, is kortdurend verzuim een belangrijke kostenpost voor bedrijven. In 2012 gaf een Belgisch bedrijf met 100 medewerkers gemiddeld 88.955 euro uit aan gewaarborgd loon van ziek gemelde medewerkers. Dat is 13% of 10.000 euro meer dan in 2008, toen de gemiddelde kost voor een bedrijf met 100 medewerkers 78.426 euro bedroeg.

Opvallend zijn de grote verschillen per sector of segment. Het meest problematisch is het absenteïsme in de quartaire sector, de sector van de niet-commerciële dienstverlening, waar het verzuim in onder meer de gezondheidszorg en de sector van de maatschappelijke dienstverlening zeer hoog is. Arbeiders uit die sector waren in 2012 gemiddeld 72 uur afwezig wegens ziekte. Bedienden 49 uur. Dat is een stuk hoger dan arbeiders uit de industrie, die in 2012 maar liefst twee volle werkdagen minder afwezig waren (58 uur) en bedienden uit de industrie, die zich in 2012 slechts 31 uur ziek meldden.

Er werden ook andere opmerkelijke verschillen vastgesteld. Zo waren deeltijdse werknemers vorig jaar gemiddeld 56 uur afwezig wegens ziekte en voltijdse werknemers 43 uur. Arbeiders waren 61 uur ziek. Shiftarbeiders 63 uur. Bij bedienden lag het gemiddelde aantal uren verzuim op 41 uur. In kmo’s met minder dan 20 werknemers lag het absenteïsme in 2012 met 33 uur het laagst; in bedrijven met meer dan 1000 werknemers het hoogst. Daar waren medewerkers vorig jaar 54 uur afwezig wegens ziekte.

Recordverzuim voor 2012



Belgische werknemers zijn zich de laatste jaren steeds vaker ziek gaan melden. Op elf jaar tijd steeg het kortdurende verzuim van 2,02% naar 2,44%. Het langdurende verzuim (langer dan 1 maand, maar korter dan 1 jaar) steeg van 1,60% naar 2,33%. Met 4,77% bereikte het totale verzuim in 2012 een recordhoogte.

Verzuim is vooral een vorm van gedrag. Ongemotiveerde en ontevreden medewerkers zijn vaker ziek dan hun geëngageerde collega’s. Ondanks intensieve verzuimtrajecten, verzuimbeleid en uitvoerige berichtgeving over ziekteverzuim slagen Belgische bedrijven er duidelijk niet in om het absenteïsme terug te dringen.

Langdurend verzuim stijgt onrustwekkend sinds 2008

SD Worx stelt sinds 2008 een opmerkelijke toename van het langdurend verzuim vast. Dat is ziekte langer dan een maand, maar korter dan een jaar. De stijging is algemeen zichtbaar in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, bij arbeiders en bedienden en in zowat alle sectoren. De stijging is wel het sterkst in Wallonië, bij arbeiders en bij werknemers vanaf vijftig jaar.



De oorzaken van dit toegenomen langdurende verzuim zijn divers. Naast de vergrijzende werknemerspopulatie zijn arbeidsomstandigheden, zware motivatieproblematieken, stress, burn-out en fysieke aandoeningen mogelijke oorzaken. Uit engagementsonderzoek van SD Worx blijkt ook dat een groot deel van de langdurende verzuimers mentaal heeft afgehaakt. Ze voelen zich ondergewaardeerd en kunnen zich niet langer identificeren met de cultuur en waarden van de organisatie. De ontwikkeling wijst er ook op dat de grenzen van de citroenloopbaan zijn bereikt. ‘Naast demografie en arbeidsmarktkrapte dwingt deze ontwikkeling ons om werk te maken van een nieuw, flexibel loopbaanmodel’, zegt Luc Dekeyser, directeur van het Kenniscentrum van SD Worx.

Hoe groter de onderneming, hoe hoger het absenteïsme

Het algemeen hoge absenteïsme in Belgische bedrijven is een symptoom van een onderliggende malaise. De voorbije jaren ontstond in sommige bedrijven in bepaalde sectoren een manifeste verzuimcultuur. Vooral grote organisaties blijken verzuim te tolereren. Terwijl in kmo’s met minder dan 20 werknemers in 2012 slechts 33 uur verzuim werd gemeten, was dat in organisaties met meer dan 1000 werknemers niet minder dan 54 uur.

‘Verzuim gedogen, is verzuim creëren,’ zegt SD Worx-consultant Koen De Valck. ‘In kleine bedrijven is het veel moeilijker afwezig te blijven, omdat de baas zijn mensen kent, met hen samenwerkt en verzuimers sneller aanspreekt op hun gedrag. In grote, anonieme organisaties kunnen mensen er makkelijker de kantjes af lopen.’


Quartaire sector koploper absenteïsme

Sinds 2002 stijgt het ziekteverzuim in elk van de drie grote economische sectoren, maar met opmerkelijke sectoriële verschillen. Het absenteïsme lijkt het best onder controle in industriële bedrijven. Bij bedienden schommelde het verzuim er de voorbije elf jaar tussen de 27 en de 34 uur. Bij arbeiders tussen de 54 en de 58 uur. Bij organisaties uit de dienstensector steeg het verzuim van bedienden van 35 uur in 2002 naar 42 uur in 2012. Bij arbeiders uit de tertiaire sector fluctueerde het verzuim dan weer tussen de 51 uur (2004) en de 57 uur (2012).



Vooral in de quartaire sector en dan in het bijzonder in de menselijke gezondheidssector en in de sector van de maatschappelijke dienstverlening met en zonder huisvesting (kinderopvang, gehandicaptenzorg, jeugdhulp, dagcentra, rusthuizen) swingt het absenteïsme de pan uit. Terwijl bedienden in de quartaire sector in 2002 zich slechts 36 uur ziek meldden, was dat vorig jaar maar liefst 49 uur, zowat 13 uur meer. De stijging tegenover 2002 was voor bedienden uit de niet-commerciële dienstensector het hoogste van alle sectoren: 38%, bijna het dubbele van de stijging bij bedienden uit de commerciële dienstensector. Bij arbeiders in de quartaire sector werd het voorbije decennium nooit minder dan 67 uur absenteïsme opgetekend, met in 2009 een piek van 79 uur. In 2012 was het verzuim lichtjes teruggelopen tot 72 uur.

‘De problematiek is ernstig,’ zegt Koen De Valck. ‘Volgens de typologie van Karasek hebben werknemers uit de menselijke gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening slopende jobs, met hoge taakeisen en beperkte regelruimte. Zij hebben veel verantwoordelijkheid en moeten tegen een hoog tempo veeleisende taken verrichten, maar hebben een sterk beperkte autonomie vanwege de vele procedures en regels. Mensen met dit soort jobs hebben het hoogste zichtbare verzuim.’

Hoogste verzuim bij deeltijds werkende arbeidsters

Traditioneel ligt het ziekteverzuim bij arbeiders hoger dan bij bedienden, bij deeltijdse werknemers hoger dan bij voltijdse werknemers en bij vrouwen hoger dan bij mannen. Uit een kruising van de drie categorieën voor 2012 blijkt dat het totale verzuim het hoogst was bij deeltijds werkende arbeidsters en het laagst bij voltijdse mannelijke bedienden. Van alle voltijds werkende arbeidsters was in 2012 69% ten minste één dag afwezig wegens ziekte. Bij de voltijds werkende mannelijke bedienden was 51% vorig jaar ten minste één dag afwezig.

Ziekteverzuim kost bedrijf met 100 medewerkers 88.955 euro

Ziekteverzuim is duur. Het loon van arbeiders en bedienden is namelijk gedurende 30 kalenderdagen gewaarborgd en maakt zo de belangrijkste kost ervan uit. Het ziekteverzuim van een medewerker kostte een bedrijf in 2012 gemiddeld 889,55 euro. In 2008 was dat nog 784,26 euro of 13% minder. Deze kost volgt de algemene loonkostenstijging in België. Dat bedrag omvat louter de loonkost van de niet-gepresteerde uren en niet de omvangrijke indirecte kosten zoals productiviteit- en kwaliteitsverlies, vervanging van de zieke werknemer, stijgende werkdruk en motivatieverlies bij collega’s.

‘Dat Belgische organisaties er de voorbije tien jaar niet in geslaagd zijn het ziekteverzuim structureel terug te dringen, wijst op een ondermaatse aandacht voor deze problematiek,’ zegt Koen De Valck. ‘Het hoge verzuimcijfer wijst op de noodzaak van een pro-actief en geïntegreerd verzuimbeleid.’


Over het rapport

Jaarlijks publiceert SD Worx een rapport over de ontwikkeling van het ziekteverzuim in België. De verzuimanalyse gebeurde voor 2012 op een steekproef van 482.883 medewerkers uit 15.864 organisaties uit de privésector.

Download het rapport

Download het volledige onderzoeksrapport 'Verzuim 2012' hier.