Cash for car: de regeling onder de loep

Door Veerle Michiels - 16 maart 2018 - Leestijd: 4 minuten

Salarispakket

De Kamer keurde op donderdag 15 maart 2018 het wetsontwerp voor de mobiliteitsvergoeding – beter bekend als de cash for car-regeling – goed. Met dit principe wil de federale regering het aantal salariswagens op de weg naar beneden halen en zo het mobiliteitskluwen ontwarren. Maar wat houdt de regeling nu precies in? En welke vergoeding staat er concreet tegenover de salariswagen?

Car for cash

Net voor het zomerreces van 2017 kwam er groen licht voor de cash for car-regeling. Concreet kunnen werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een som geld, die ze dan vrij kunnen spenderen. Het akkoord werd verder in detail uitgewerkt, omgedoopt tot mobiliteitsvergoeding en vervolgens naar de Raad van State gestuurd voor advies.

Dat oordeel was vernietigend: er was sprake van een discriminatie tussen werknemers met en zonder een mobiliteitsvergoeding. Zo kon de gunstige fiscale behandeling van de mobiliteitsvergoeding voor de Raad niet door de beugel. De Raad stelde zich ook de vraag of de regeling effectief het aantal wagens op onze wegen zou doen afnemen.

Even leek het initiatief op de helling te komen staan, maar de regering koos voor de vlucht vooruit. Ze paste het ontwerp licht aan en zorgde voor bijkomende motivatie. Hoog tijd dus om de details nog eens op een rij te zetten:

1. Keuzevrijheid staat centraal

Aan de basis ligt een dubbele keuzevrijheid: als werkgever beslist u of u uw werknemers de mogelijkheid geeft om hun auto in te ruilen voor cash. U kunt daar ook eigen regels aan koppelen, zoals wie u die mogelijkheid biedt, welke wagens wanneer laten inleveren, enz.

Werknemers hebben op hun beurt de vrijheid om al dan niet op dat voorstel in te gaan.

2. Voor wie?

Enkel als u al minstens 3 jaar bedrijfswagens aanbiedt, kunt u de regeling invoeren. Op die regel is er 1 uitzondering: als u uw onderneming minder dan 3 jaar terug oprichtte maar wel al bedrijfswagens in uw loonpakketten opneemt, kunt u het systeem toch al toepassen.

Daarbovenop komt een werknemer pas in aanmerking als hij de voorbije 3 jaar minstens 12 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikte. Daarvan moeten minstens 3 maanden ononderbroken zijn, voorafgaand aan de aanvraag van het mobiliteitsbudget. De periode van 3 jaar is niet van toepassing wanneer uw bedrijf nog geen 3 jaar actief is.

3. Hoeveel krijgt een werknemer in ruil?

De mobiliteitsvergoeding wordt berekend in functie van de cataloguswaarde van de ingeleverde auto en de eventuele eigen werknemersbijdrage voor het gebruik ervan. Ook een tankkaart dikt de geldsom verder aan. Concreet staat de vergoeding gelijk aan 20% van 6/7e van de cataloguswaarde. Dat bedrag ligt 20% hoger als de werknemer ook een tankkaart had. De eigen bijdrage van de werknemer wordt dan weer in mindering gebracht.

Een rekenvoorbeeld maakt het duidelijk. Een dieselwagen met cataloguswaarde van 31.000 EUR en een CO2-uitstoot van 108 gr/km die ter beschikking gesteld wordt met tankkaart, levert een bruto mobiliteitsvergoeding op van 531 EUR per maand. Het kost u als werkgever 570 EUR per maand, uw werknemer houdt er maandelijks netto 486 EUR aan over.

Maak zelf de rekensom

Bent u benieuwd naar wat het cash-for-car-principe concreet zou betekenen voor uw organisatie? Bereken het met onze tool ‘Cash, or car?’. Met die handige tool komt u in enkele muisklikken te weten hoeveel cash een medewerker effectief zou ontvangen in ruil voor zijn auto. En hoeveel het u werkgever zou kosten. Zo kunt u beslissen of u het systeem van de mobiliteitsvergoeding vandaag al wilt invoeren in uw bedrijf, of wacht op een regeling rond het mobiliteitsbudget. Ook werknemers kunnen ermee berekenen wat voor hen de meest interessante keuze is.

4. Grotendeels zelfde behandeling voor de wagen en vergoeding

De mobiliteitsvergoeding krijgt een (para)fiscale behandeling geïnspireerd op die van de salariswagen:

  • De mobiliteitsvergoeding is geen loon. Werkgever noch werknemer betalen RSZ-bijdragen. De werkgever betaalt wel een solidariteitsbijdrage aan de RSZ, gelijk aan de CO2-solidariteitsbijdrage van de ingeruilde salariswagen;
  • Werknemers worden belast op een bedrag dat het resultaat is van de formule (cataloguswaarde x 6/7) x 4%. Het maakt dus niet uit of de werknemer een oude, vervuilende wagen dan wel een recenter, milieuvriendelijker model inlevert.

Werknemers die opteren voor de mobiliteitsvergoeding, moeten na inlevering van de salariswagen de kosten voor hun woon-werkverplaatsingen zelf financieren. Ongeacht het gekozen vervoersmiddel. Als werkgever heeft u geen enkele verplichting meer om hierin tussen te komen.

Tevergeefse inspanningen?

De mobiliteitsvergoeding doet alvast nadenken over ons woon-werkverkeer, maar het is nog koffiedik kijken of de regeling koning auto van de troon zal stoten. Het Planbureau becijferde alvast dat wie veel kilometers aflegt met zijn salariswagen verliest door voor het geld te kiezen. Onder meer door de manier waarop het gebruik van de tankkaart erin wordt verrekend. Een recent rapport van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit schat ook dat slechts 3 tot 9% van de gezinnen voor dit systeem zal kiezen.

Het mobiliteitsbudget: een beter alternatief

We kunnen nog een stap verder gaan. Door werknemers een mobiliteitsbudget aan te bieden dat ze kunnen spenderen aan een waaier van vervoersoplossingen, creëer je nog meer flexibiliteit en keuze. Werknemers kunnen dan bijvoorbeeld kiezen voor een kleinere salariswagen en het bedrag dat overblijft investeren in een plooifiets, om de laatste kilometers naar het werk per fiets af te leggen. Geen file, geen parkeerstress. Voor wie een lang traject voor de boeg heeft, kan dat een prima alternatief zijn. Of je investeert in een abonnement voor het openbaar vervoer, een elektrische fiets of een speed pedelec. De sociale partners legden hiervoor een eigen voorstel op tafel. Technische werkgroepen binnen de regering buigen zich momenteel over de haalbaarheid ervan.

Flexibel verlonen: is uw organisatie er klaar voor?

Het mobiliteitsbudget is een concrete toepassing van flexibel verlonen. Daarmee vertaalt u alle extralegale loonvoordelen van uw werknemer naar één totaalbudget dat hij kan spenderen aan mobiliteit, maar ook aan tools om mobiel te werken (smartphone, tablet, internetverbinding thuis …), extralegale vakantiedagen, aanvullende verzekeringen enzovoort.

Op uw loonkosten heeft het principe geen enkele impact: het is een budgetneutrale oplossing. Toch is ze juridisch volledig waterdicht en straalt het principe van de vrije beslissingsbevoegdheid positief af op de tevredenheid van uw werknemers. Zij kunnen immers een voordelenpakket op maat samenstellen dat naadloos aansluit bij hun persoonlijke behoeften.

flexibel verlonen


Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen