Van brugpensioen naar SWT: de wetgeving wordt steeds complexer

Door Geert Vermeir - 20 september 2017 - Leestijd: 3 minuten

Langer werken

Het brugpensioen. In het leven geroepen door de Nationale Arbeidsraad in 1974, als ‘brug naar het pensioen’. Vandaag vormt de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 nog altijd het fundament van wat toen een aanvullende vergoeding bij ontslag van bejaarde werknemers heette. Nu ja, bejaard. De regeling gold voor werknemers vanaf 60 jaar, voor vrouwen in sommige gevallen al vanaf 55 jaar.

SWT

De leeftijd is ondertussen gestegen naar 62 jaar. Het vereiste beroepsverleden is toegenomen. En we spreken niet meer van brugpensioen, maar van stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). De basis van het systeem is nog altijd identiek. Indien een werknemer van een bepaalde leeftijd met een voldoende lange loopbaan ontslagen wordt, volgt automatisch het SWT. De werknemer heeft recht op een vaste werkloosheidsuitkering. De werkgever vult die aan met een bedrijfstoeslag. En hij moet ter vervanging een werkloze aanwerven.

Wildgroei aan regels en kosten

Tot daar de eenvoud. Het brugpensioen of SWT is in de loop van de jaren aan een wildgroei ten prooi gevallen. De regels rond de toegang, de voorwaarden, de vervanging, de bijdragen, en het statuut van de SWT’ers vormen steeds meer een ondoorzichtig kluwen.

Zo zijn er een heel aantal stelsels die afwijken van de basisregels. Voor werknemers met een zwaar beroep, ploegen- of nachtarbeid of een zeer lange loopbaan. En natuurlijk voor slachtoffers van een herstructurering of een collectief ontslag. De NAR sloot recent niet minder dan acht cao’s voor de jaren 2017 en 2018. De bedrijfssectoren vullen ze aan met tientallen eigen regelingen.

Telkens zijn een bepaalde leeftijd en loopbaan noodzakelijk. Die zijn de laatste jaren flink aan het stijgen gegaan. Maar er kwamen ook overgangsbepalingen, voor werknemers die ‘bijna aan de finish’ zijn. De eenvoud is dan ver te zoeken.

De werkgeverskost van een SWT is de laatste jaren fors toegenomen. De regels rond de patronale bijdragen zijn sinds 2010 al vijf keer gewijzigd. De bijdragen stegen telkens. Voor een SWT’er jonger dan 62 jaar betaalt de werkgever nu 75% van de bedrijfstoeslag als extra bijdrage. Voor 2010 was dat nog een forfait van 25 of 50 euro.

Ten slotte is er het statuut van de SWT’er. Vroeger moest die niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Nu is dat anders. Nieuwe SWT’ers moeten ‘aangepast beschikbaar’ zijn voor de arbeidsmarkt. Ze moeten meewerken aan een individueel actieplan. En ze kunnen een jobaanbod van de VDAB niet weigeren. Maar ook hier: een lange lijst met uitzonderingen, met de onvermijdelijke wijzigingen en overgangsbepalingen.

De wildgroei van regels rond het SWT is geen unicum. Veel andere onderwerpen in onze sociale wetgeving zijn in hetzelfde bedje ziek. De wetgever en de sociale partners zoeken mekaar in een complexe dans van uiteenlopende visies en belangen. Zogenaamde ‘verworven rechten’ wegen zwaar op het resultaat. Het compromis dat uit de bus komt, blinkt zelden uit in eenvoud.

De richting is duidelijk

De richting is duidelijk. SWT wordt minder toegankelijk en aantrekkelijk. Met effect trouwens, het aantal SWT’ers daalt jaarlijks. Maar de omvang en de complexiteit van de reglementering evolueert in omgekeerde richting. Elk jaar komt er wat bij. De brug naar het pensioen blijft ons over troebel water leiden.

flexibel tewerkstellen wet peeters

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen