Levenslang leren: op het raakvlak van klas en werkvloer

Door Jan Laurijssen - 5 december 2017 - Leestijd: 4 minuten

Talent Development

Over levenslang leren is al veel inkt gevloeid. Het is dan ook een van dé sleutels om de inzetbaarheid van medewerkers te verhogen en zo de concurrentiekracht van onze bedrijven op peil te houden. Alleen staan we nog veraf van het perfecte huwelijk tussen leren en werken. Vorming is nog te vaak een medicament.

levenslang leren

In de Europese klas van het levenslang leren zijn we een middenmoter, zo blijkt uit Eurostat-cijfers. In de recentste peiling (2015) gaf 6,9% van de 25- tot 64-jarigen aan de voorbije maand te hebben deelgenomen aan een of andere vorming. We scoren hiermee lager dan het EU-gemiddelde en onder meer buurlanden Nederland en Frankrijk doen het aanzienlijk beter. Maar vooral verontrustend is dat we sinds 2008 geen fundamentele vooruitgang meer boeken.

Job voor het leven: verleden tijd

Onder druk van de vergrijzing en de digitalisering wordt permanente vorming nochtans van levensbelang. De digitalisering doet routineuze taken verdwijnen, maar creëert tegelijk nieuwe kansen voor werkgevers en werknemers. Alleen gaat dat proces gepaard met het verwerven van nieuwe skills en vaardigheden. Voor wie dacht dat zijn job voor het leven was, is dat best wel confronterend.

Continu bijscholen is dus de boodschap. Al is het niet alleen een verhaal van meer leren, maar ook van anders leren. Vorming gaat over veel meer dan de traditionele opleiding in klasverband. Formele leertrajecten zullen hun dienst blijven bewijzen, maar timing is een groot minpunt. Vaak is het wachten geblazen tot de volgende sessie georganiseerd wordt, waardoor bedrijven niet kort genoeg op de bal kunnen spelen. Bovendien dienen formele opleidingstrajecten nog te vaak als medicament voor een accuut kennistekort.

Het huwelijk van klas en werkvloer

Een brede waaier aan alternatieve leermodi is dan ook onontbeerlijk. Van coaching door collega’s over stagetrajecten tot het opnemen van een nieuwe rol in de organisatie: de mogelijkheden zijn legio om medewerkers inzetbaarder en hun organisaties wendbaarder te maken. Maar ook zelfstudie wint aan belang. Dat kan perfect via instructievideo’s of binnen zelflerende community’s. Mensen moeten makkelijker toegang krijgen tot dit soort leervormen.

Om de kloof tussen leren en werken te dichten is ook duaal of alternerend leren een interessant concept. Studenten behalen dan een deel van hun kwalifatie op de werkvloer. Jan Laurijssen: “In een aantal TSO-richtingen kan duaal leren al sinds begin dit schooljaar. Mijn verwachting is echter dat het concept op termijn uitbreiding gaat krijgen naar heel wat andere opleidingen, ook in het hoger onderwijs. Voor bedrijven in specifieke niches zou het in elk geval de uitgelezen manier zijn om hun gespecialiseerde knowhow door te geven en zo knelpuntfuncties makkelijker ingevuld te krijgen.”

Dat het nog een hele uitdaging wordt om een echte leercultuur te introduceren op de werkvloer, staat buiten kijf. Maar we hebben geen andere keuze. Leren moet op termijn een reflex worden, net als eten en drinken. Of zoals de Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler ooit zei: de analfabeten van de 21e eeuw zijn niet de mensen die niet kunnen lezen of schrijven, maar zij die niet kunnen leren, afleren en opnieuw leren.

Engagement

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen