Vooruitblik 2020: welke sociaaljuridische veranderingen staan op til?

Door Geert Vermeir - 20 december 2019 - Leestijd: 15 minuten

Sociaaljuridisch

Eindejaar is de tijd van lijstjes. We blikten al terug op de hr-hoogtepunten van 2019, maar ook 2020 heeft heel wat in petto. Welke maatregelen mogen we verwachten? Dertien nieuwigheden om in het oog te houden.

vooruitblik sociaaljuridische wijzigingen arbeidsrecht hr 2020

1. Geen taxshift, wel een tariefindexering

De voorbije jaren steeg het nettoloon systematisch op 1 januari dankzij de taxshift. Allerlei maatregelen volgden elkaar in sneltempo op: een aanpassing van de belastingtarieven en van de schalen van de forfaitaire beroepskosten, een verhoging van de belastingvrije sommen en van het percentage van de fiscale werkbonus.

De laatste stap trad in werking op 1 januari 2019. Op 1 januari 2020 is er dus geen nieuwe taxshift, maar wel de jaarlijkse aanpassing van de tarieven en schalen aan de inflatie (indexering). Hierdoor zal het nettoloon lichtjes (met +/- 10 euro) stijgen.

Alles weten over de loonberekening? Ontdek onze opleiding de essentie van loonberekening

2. Vrijstelling bedrijfsvoorheffing werken in onroerende staat stijgt

Ben je als werkgever actief sectoren die ‘werken in onroerende staat’ verrichten, dan profiteer je van een lastenverlaging in de vorm van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Vanaf 1 januari 2020 stijgt de vrijstelling van 6% naar 18% van het totaal van belastbare bezoldigingen van werknemers die in ploegverband werken in onroerende staat uitvoeren op locatie.

Dit percentage wordt toegepast op de bruto belastbare vergoeding, met uitzondering van onder meer eindejaarspremies, vakantiegeld, opzegvergoedingen ….

3. Afschaffing verhoogde kostenaftrek bedrijfsfietsen

De verhoogde aftrek tot 120%, ooit ingevoerd om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer aan te moedigen, wordt geschrapt in de vennootschapsbelasting. De kosten blijven wel voor 100% aftrekbaar.

Deze schrapping treedt in werking op 1 januari 2020 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021, verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt vanaf 1 januari 2020.. Bij je belastingaangifte in 2020 zul je de gemaakte kosten dus wel nog aan 120% kunnen aftrekken. Voor individuele werkgevers die onderworpen zijn aan de personenbelasting, blijft de verhoogde kostenaftrek wel behouden.

4. Fiscaliteit bedrijfswagens herbekeken

De aftrekbaarheid van bedrijfswagens is fors herzien:

  • Het specifieke gunstregime voor elektrische wagens met een aftrek van 120% in de vennootschapsbelasting, verdwijnt.
  • De bestaande CO2-schalen worden vervangen door een formule. Deze berekening houdt zowel rekening met de CO2-uitstoot van de wagen als met het brandstoftype. Het aftrekbare tarief wordt als volgt berekend: 120% - (0,5 % x brandstofcoëfficiënt x CO2-uitstoot/km).

Vanaf 2020 zijn alle bedrijfswagen tussen de 50% en 100% aftrekbaar. Alleen zeer vervuilende auto’s met een CO2-uitstoot vanaf 200g/km zijn nog slechts 40% aftrekbaar.

Plug-in hybride wagens (met stekker!), die sinds 2018 deel uitmaken van het wagenpark kunnen duurder worden voor de werknemer en de werkgever, afhankelijk van de energiecapaciteit van hun batterij en hun CO2-uitstoot.

Ontdek onze opleiding 'De bedrijfswagen: van CO2-taks tot car policy'

5. Opheffing van de aftrekbaarheid van geheime commissielonen

Om fiscaal aftrekbaar te zijn als bedrijfskosten moeten lonen, kosten en voordelen van alle aard individueel toe-eigenbaar zijn, lees: op een fiscale fiche 281 staan. Werkgevers die deze verplichting niet nakomen, riskeren een aanslag ‘geheim commissieloonen’. Deze sanctie is gelijk aan 100% van de kosten of voordelenof 50% als de ontvanger een rechtspersoon is. Vanaf aanslagjaar 2021 is deze aanslag niet meer aftrekbaar in de vennootschapsbelasting.

6. Doelgroepverminderingen voor ouderen en jongeren worden beperkt

Vanaf 1 januari wordt er fors geknipt in de patronale verminderingen voor jongeren en oudere werknemers. Deze beperking treft werkgevers in het Vlaams Gewest. Deze werkgevers moeten rekening houden met de volgende aanpassingen vanaf 1 januari 2020:

  • de leeftijdsgrens voor de doelgroepvermindering voor oudere werknemers verhoogt van 55 naar 58 jaar.
  • geen patronale vermindering meer voor de aanwerving van een middengeschoolde jongere, zonder diploma hoger onderwijs en jonger dan 25 jaar bij indiensttreding.

Voor laaggeschoolde jongeren en leerlingen alternerend leren blijft de doelgroepvermindering wel ongewijzigd behouden.

De Vlaamse regering voorziet wel ruime overgangsregels die belangrijk zijn voor werkgevers die nog aanwervingen plannen vóór het jaareinde en voor werkgevers met lopende verminderingen.

7. Vermindering van financiële steun voor de kmo-portefeuille in Vlaanderen

Vroeger kon een middelgroot bedrijf tot 30% financiële steun van het Vlaamse Gewest krijgen. Voor een klein bedrijf bedroeg het steunpercentage 40%. Vanaf 1 december 2019 bedragen de steunpercentages respectievelijk 20% en 30%.

Vanaf 1 januari 2020 daalt het maximaal subsidiebedrag naar 7500 euro. Dit maximumbedrag geldt zowel voor kleine als middelgrote bedrijven.

8. ‘Kleine statuten’ beter beschermd bij een arbeidsongeval

Onder ‘kleine statuten’ valt iedereen die arbeid verricht (al dan niet betaald) in het kader van een opleiding, die leidt tot betaalde arbeid.

Zij vallen sinds begin 2019 onder de toepassing van de arbeidsongevallenwet. Maar het was niet altijd even duidelijk wie een arbeidsongevallenverzekering moest afsluiten: de stageverlenende werkgever of de opleidingsinstelling? De wetgever verduidelijkt dit nu door een reeks instanties uitdrukkelijk als verzekeringsplichtigeaan te duiden, waaronder VDAB, PHARE, Forem, Actiris en Syntra.

Let wel: voor bepaalde opleidingen ligt de verzekeringsplicht bij de stageverlener.

Wie verzekeringsplichtige is voor de arbeidsongevallen zal vanaf 2020 ook de Dimona-aangfite (onmiddellijke aangifte bij tewerkstelling) moeten verrichten. Is dit de stageverlenende werkgever, dan zal op hem ook de dimonaplicht rusten.

9. Verhoogde uitkering thematisch verlof voor alleenstaanden

Vanaf 1 januari 2020 verhogen de uitkeringen voor ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof met 4,5%. Deze verhoging geldt uitsluitend voor alleenstaande werknemers die dit thematisch verlof opnemen om voor hun kind te zorgen. Dit geldt zowel bij een voltijdse of halftijdse onderbreking, net als bij een 1/5 vermindering

Op 1 mei 2019 werden de uitkeringen voor thematische verloven  – het ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof – al opgetrokken voor dezelfde groep van werknemers. .

Om de hogere uitkering te krijgen, mag de werknemer enkel samenwonen met één of meerdere kinderen die te zijnen laste zijn en moet hijde biologische ouder zijn of instaan voor de dagelijkse opvoeding van het kind waarmee hij samenwoont. Bovendien moet het kind jonger zijn dan 12 jaar in geval van ouderschapsverlof en jonger dan 18 jaar in geval van verlof voor medische bijstand of palliatief verlof. Die leeftijdsgrenzen verhogen tot 21 jaar voor kinderen met een handicap.

Verdiep je in tijdskrediet en themaverloven

10. Overgangsperiode Europese socialezekerheidsregels voor mobiele werknemers loopt af

Werknemers en zelfstandigen die voor 2010 al grensoverschrijdend aan de slag waren, vielen gedurende een overgangsperiode van maximaal 10 jaar onder de oude socialezekerheidsregels. Deze periode loopt eind april 2020 af. Het kan dus dat bepaalde werknemers en zelfstandigen hun sociale bijdragen vanaf mei 2020 in een ander EU-land moeten betalen.

Als werkgever heb jij de verplichting om de RSZ en RSVZ over de situatie van je medewerkers te informeren.

11. Verhoging van de salarislimiet voor de uitkering bij een arbeidsongeval of een beroepsziekte

Vanaf 1 januari 2020 geldt een hoger loonplafond voor de berekening van uitkeringen bij arbeidsongevallen, meer bepaald 1,1%. Deze verhoging van het loonplafond geldt ook in de sector beroepsziekten.

12. Nieuwe responsabiliseringsbijdrage

Stel je deeltijders te werk die aanvullend een inkomensgarantie-uitkering ontvangen en gevraagd hebben om meer uren te kunnen werken? Dan ben je verplicht nieuw vrijgekomen uren eerst aan hen aan te bieden, eerder dan iemand nieuw aan te werven. Doe je dat niet, dan riskeer je vanaf april 2020 een boete. Die ‘responsabiliseringsbijdrage’ bedraagt 25 euro per deeltijder met een inkomensgarantie-uitkering en per maand dat e werkgever deze verplichting niet naleefde.

Je bent vrijgesteld van deze bijdrage als je kunt bewijzen dat er gedurende een jaar geen bijkomend werk beschikbaar was in dezelfde functie van de deeltijdse werknemer of de betrokken deeltijdse werknemer al aan het werk was op het moment dat de extra uren moesten worden gepresteerd. In dat laatste geval is de werkgever de bijdrage niet verschuldigd als hij het werk aan een andere werknemer gaf.

13. Getuigschrift arbeidshervatting voortaan elektronisch

Vanaf 1 januari 2020 wordt het elektronisch bewijs van arbeidshervatting verplicht. Zo’n bewijs van arbeidshervatting is bestemd voor het ziekenfonds, na afloop van een sociaal risico (arbeidsongeschiktheid, moederschapsbescherming, geboorte- of adoptieverlof, pleegouderverlof) waarvoor het ziekenfonds uitkeringen betaalde. Op basis van de aangifte zal het ziekenfonds de betaling van de uitkeringen stopzetten.

Volg de sociaaljuridische actua op de voet

Of je nu elke dag in de weer bent met complexe loonberekeningen en hr-administratie dan wel een team van specialisten aanstuurt, als hr-professional ben je maar beter goed geïnformeerd. Daarbij is up-to-date kennis van de sociaaljuridische wetgeving onmisbaar.


ONTDEK DE SOCIAALJURIDISCHE ACTUAWORKSHOPS VAN SD WORX

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen