Ontslag van bepaalde arbeiders wordt duurder

Door Ella HR - 9 juni 2021 - Leestijd: 3 minuten

Ontslag

Voor arbeiders die je hebt aangeworven vóór 2014 kon je via een beding in het arbeidsreglement of de arbeidsovereenkomst gedurende de eerste 6 maanden anciënniteit een verkorte opzeggingstermijn van 7 dagen voorzien. Wierf je de arbeider aan tussen 1 juli en 31 december 2013, dan kwamen die 7 dagen in de ‘rugzak’ of het eerste luik van de huidige opzegtermijn sinds het eenheidsstatuut (2014). Nu maakt het Hof van Cassatie daar komaf mee. Voortaan zul je voor deze welbepaalde groep arbeiders de gewone wettelijke of sectorale – vaak langere – opzegtermijnen in de rugzak moeten opnemen.

banner

In 2014 werd het eenheidsstatuut van kracht. Om de opzegtermijn te berekenen voor medewerkers die voordien al in dienst waren, hou je rekening met twee delen:

  1. de zogeheten ‘rugzak’ voor de prestaties geleverd vóór 2014;
  2. de prestaties vanf 1 januari 2014.

Verkorte opzeggingstermijn in de rugzak van arbeiders

Voor arbeiders kon je als werkgever een verkorte opzeggingstermijn van (minstens) 7 dagen bedingen via het arbeidsreglement of de arbeidsovereenkomst. Dit op voorwaarde dat de betrokken arbeider:

  • in dienst kwam vóór 1 januari 2014;
  • minder dan 6 maanden anciënniteit had;
  • ontslagen werd door de werkgever.

Ook voor arbeiders die in dienst traden tussen 1 juli en 31 december 2013 kon je bijgevolg nog een korte opzeggingstermijn van 7 dagen voorzien. Ongeacht hun anciënniteit op het moment van het ontslag, bleef de verkorte opzeggingstermijn in hun rugzak zitten.

Huidige praktijk

Voor de duur van de opzegperiode in de rugzak is de anciënniteit van de arbeider op 31 december 2013 bepalend. Was dat minder dan 6 maanden én was er een geldig beding met verkorte opzeggingstermijnen, dan bestond de rugzak uit 7 dagen.

Die praktijk is algemeen in gebruik en in overeenstemming met de richtlijnen van de RVA en de FOD WASO.

Voorbeeld uit de instructies van de RVA:
De arbeidsovereenkomst vangt aan op 01.10.2013 en voorziet een beding met een opzegtermijn (door de werkgever te respecteren) van 7 dagen als de anciënniteit minder dan 6 maanden bedraagt.

 Ontslag in  Opzegtermijn
 Juli 2014 (>= 6 maanden, maar op 31.12.2013 < 6 maanden)  Rugzak: 7 dagen
 Deel II: 6 weken

Nieuwe praktijk

Het Hof van Cassatie oordeelde nu dat die verkorte opzeggingstermijnen alleen kunnen gelden wanneer het ontslag valt in de eerste 6 maanden anciënniteit van de arbeider. Met andere woorden: het beding is enkel bruikbaar in de eerste 6 maanden tewerkstelling. Ruim 7 jaar later is dat uiteraard geen optie meer.

Ontsla je vandaag een arbeider die minder dan 6 maanden anciënniteit had op 31 december 2013, dan neem je in zijn of haar rugzak de ‘gewone’ wettelijke of sectorale opzegtermijnen mee. Anders riskeer je dat je een aanvullende opzeggingsvergoeding moet betalen.

Het vorige voorbeeld in de nieuwe regelgeving:
De arbeidsovereenkomst vangt aan op 01.10.2013 en voorziet een beding met een opzegtermijn (door de werkgever te respecteren) van 7 dagen als de anciënniteit minder dan 6 maanden bedraagt.

 Ontslag in  Opzegtermijn
 Juli 2014 (>= 6 maanden, maar op 31.12.2013 < 6 maanden)  Rugzak:
 28 dagen (of sectorale termijn)
 Deel II: 6 weken

Kortom

Rechters die zich voortaan over deze situatie moeten uitspreken, zullen de stelling van het Hof van Cassatie volgen. Een werkgever die een arbeider ontslaat, mag voor de bepaling van de rugzak geen gebruik meer maken van het beding met verkorte opzegtermijnen. De rugzak van de arbeider zal de wettelijke of sectorale opzeggingstermijn moeten bevatten, anders riskeert de werkgever een aanvullende opzeggingsvergoeding te moeten betalen. We verwachten dat ook de RVA en de FOD WASO hun standpunt aan het Cassatiearrest zullen aanpassen.

Heb je een sociaaljuridische vraag?

Vraag het aan Ella, haar antwoorden zijn altijd correct en up-to-date!

Gerelateerde artikelen

refresh Meer artikelen