Federaal openbaar ambt: hervorming vrijwillige vierdagenweek en halftijds vervroegde uittreding

26 september 2012

Vanaf 1 oktober 2012 verdwijnen de vrijwillige vierdagenweek en de halftijdse vervroegde uittreding voor het federaal openbaar ambt. In de plaats komen er twee opvolgregelingen: de vierdaagse werkweek en het halftijds werken vanaf 55 jaar.
Oude bestaande regeling

Met de wet van 10 april 1995 werden er twee zogenaamd "tijdelijke" arbeidsherverdelende maatregelen ingevoerd:
  • de halftijdse vervroegde uittreding (enkel voor vastbenoemden)
  • de vrijwillige vierdagenweek (zowel voor vastbenoemden als contractuelen)
Deze stelsels kwamen bovenop reeds bestaande systemen, zoals onder meer de volledige of deeltijdse loopbaanonderbreking. In die tijd waren er immers aanvullende maatregelen nodig om het werk onder meer werknemers te herverdelen.

De wet van 1995 was een tijdelijke wet die in het verleden steeds verlengd is. De laatste verlenging liep tot en met 31 december 2011. Met de wet van 19 juli 2012 is een regeling uitgewerkt voor onbepaalde duur, waardoor er een einde kwam aan een voorlopige toestand. Deze wet hervormt het stelsel van de vrijwillige vierdagenweek en de halftijdse vervroegde uittreding. In de plaats komen maatregelen omtrent de vierdagenweek en halftijds werken. Er worden ook bijkomende modaliteiten vastgelegd voor het personeel van het federaal openbaar ambt. 

Het KB van 25 september 2012 legt de inwerkingtredingsdatum van de nieuwe maatregelen vast op 1 oktober 2012.
 
Wat voorziet de nieuwe wet?
 
  • Alle vastbenoemde en bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden jonger dan 55 jaar hebben recht op een vierdagenweek. Dit recht is wel beperkt tot 60 maanden voor de hele beroepsloopbaan, te rekenen vanaf 1 september 2012. Deze datum is onder voorbehoud aangezien hier nog onduidelijkheid over bestaat.
 
  • Het vastbenoemde personeelslid krijgt bovendien de mogelijkheid om vanaf 55 jaar te werken in een viervijfde- of halftijdse regeling tot op de dag dat de betrokkene (al dan niet vervroegd) met pensioen gaat.
    Voor bepaalde vastbenoemde personeelsleden (die bijvoorbeeld een zwaar beroep uitoefenen) wordt de leeftijdsvoorwaarde verlaagd tot 50 jaar. 
 
  • Zowel voor de viervijfde-regeling als voor de halftijdse regeling ontvangt het personeelslid een premie bovenop zijn prorata wedde.
 
  • De tewerkstellende overheid kan een vrijstelling genieten van socialezekerheidsbijdragen.  

     
Meer uitvoerige informatie over de oude en de nieuwe bijdrage kan u nalezen in deze bijlage.

Wat met de andere administratieve overheden? 

Voor het personeel van de 'andere administratieve overheden' beslissen deze overheden zelf om de maatregelen van de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar van toepassing te maken op hun personeel.

Over de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen kunnen zij evenwel niet zelf beslissen. Een verzoek tot het van toepassing verklaren van de bijzondere bepalingen van sociale zekerheid moet voorgelegd worden aan de federale minister of de federale staatssecretaris bevoegd voor Ambtenarenzaken.

Deze verleent zijn akkoord wanneer:
  • Het stelsel van de vierdagenweek dat toepasselijk is op hun personeel in overeenstemming is met de regels vastgelegd in de wet zoals ze geldt voor het federaal openbaar ambt (artikel 4 tot 6 van de wet van 19 juli 2012).
  • Het stelsel van het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar dat toepasselijk is op hun personeel in overeenstemming is met de regels vastgesteld in de wet zoals ze geldt voor het federaal openbaar ambt (artikel 7 en 8 wet van 19 juli 2012).
Enkel de overheden die dit akkoord bekomen hebben, genieten de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen.

Bron: Koninklijk besluit van 20 september 2012 houdende diverse bepalingen betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector, B.S. 25 september 2012

Gerelateerde publicaties

  • Onvoldoende opleidingsinspanningen in 2011: publicatie lijst sectoren met extra werkgeversbijdrage

    #date#
    23/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De definitieve lijst met de sectoren die in 2011 onvoldoende opleidingsinspanningen hebben verricht, is bekend gemaakt. De werkgevers die tot één van deze sectoren behoren, moeten een bijkomende werkgeversbijdrage betalen van 0,05%.

  • Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België

    #date#
    14/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.

  • Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid

    #date#
    7/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.

  • Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013

    #date#
    7/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.

  • Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers

    #date#
    3/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.