Nieuwe definitieve overgangsmaatregelen rond de pensioenhervorming
17 augustus 2012
De nieuwe pensioenreglementering
Begin januari werd de nieuwe pensioenreglementering van de regering Di Rupo van kracht. De grootste wijzigingen hadden betrekking op een verhoging van de minimumleeftijd en de loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen, de berekening van de gelijkgestelde periodes en de afschaffing van de bijzondere pensioenstelsels. Een volledig overzicht kan u nog eens nalezen in ons artikel van 4 januari 2012.Na grondig overleg tussen de regering en de sociale partners besloot de overheid om de nieuwe pensioenreglementering op enkele punten wat bij te schaven. Hierdoor wordt de hele hervorming wat verzacht.
Er werden op sommige vlakken dus overgangsmaatregelen voorzien. Begin mei 2012 werden al enkele van deze overgangsmaatregelen definitief van kracht. Deze kan u nalezen in ons artikel van 8 mei 2012.
Andere mogelijke overgangsmaatregelen (bv: het ‘vastklikken’ van de pensioenrechten, de bijzondere pensioenstelsels voor journalisten en vliegend personeel en de gelijkgestelde periodes in de pensioenberekening) zijn nu gepubliceerd in een wet en gelden dus ook definitief. U vindt de inhoud ervan terug in dit artikel.
Afzwakking van de voorwaarden voor vervroegd pensioen: leeftijd en loopbaan
Vanaf 2013 verhoogt de toegangsleeftijd voor vervroegd pensioen stapsgewijs om in 2016 op 62 jaar te komen. Eenzelfde beweging gebeurt met de minimale loopbaanvereiste: vanaf 2016 zal die opgetrokken zijn tot 40 jaar. Bij lange loopbanen kan men toch nog op jongeren leeftijd dan 62 jaar met vervroegd pensioen. Deze strengere voorwaarden gelden voor pensioenen die effectief en voor de eerste maal ingaan op 1 januari 2013.Overzicht
Deze regeling wordt nu bijgestuurd en op een aantal punten verzacht.
Zo wil men vermijden dat werknemers die momenteel voldoen aan de huidige vereisten voor vervroegd pensioen aangezet worden om nog snel met vervroegd pensioen te gaan. Op die manier zou de regeling een averechts effect hebben. De wettekst zwakt de regels ook af voor werknemers die bijna de eindmeet bereiken en die door de nieuwe regels veel langer zouden moeten werken om in aanmerking te komen voor vervroegd pensioen. Er wordt ook voorzien in een systeem van vastklikken van het recht op vervoegd pensioen.
Deze bepalingen treden in werking vanaf 1 januari 2013 voor pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op die datum ingaan.
Werknemers in 2012: 57 jaar of ouder + 32 jaar loopbaan
Werknemers die vóór 1 januari 1956 geboren zijn (57 jaar of ouder) en die op 31/12/2012 een loopbaan van 32 jaar of langer hebben, kunnen vervroegd pensioen nemen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin zij 62 jaar worden voor zover ze op dat ogenblik een loopbaan van 37 jaar hebben.
Deze bijsturing houdt in dat de mogelijkheid tot vervroegd pensioen ten hoogste met 2 jaar wordt uitgesteld in vergelijking met de huidige regeling (60 jaar + 35 jaar loopbaan).
Werknemers in 2012: 60 jaar + 35 jaar loopbaan
Werknemers die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereiken en een loopbaan van 35 jaar hebben, kunnen met vervroegd pensioen gaan op het moment dat ze dat wensen. Ook in 2013, 2014,… kunnen ze beslissen om met vervroegd pensioen te gaan.
Eens recht, altijd recht
Werknemers die op een bepaald moment in aanmerking komen voor vervroegd pensioen op basis van de evoluerende regels die gelden vanaf 2013, behouden dit recht ongeacht de datum waarop hun vervroegd pensioen effectief ingaat. Hun onbenut recht op vervroegd pensioen wordt op dat ogenblik ‘vastgeklikt’. Dit betekent dat zij vanaf dan steeds kunnen beslissen om met vervroegd pensioen te gaan, en geen rekening meer moeten houden met de verdere stapsgewijze verstrenging van de toegangsvoorwaarden.
Deze bijsturing zorgt ervoor dat werknemers die beslissen om toch verder te werken, hiervoor later niet gesanctioneerd worden.
Aanvulling overgangsmaatregelen
De Koning heeft de bevoegdheid om overgangsmaatregelen te nemen voor werknemers:- waarvan de opzeggingstermijn is ingegaan vóór 1 januari 2012 en eindigt na 31 december 2012 (of had moeten eindigen)
- die vóór 28 november 2011 in onderling overleg met hun werkgever een overeenkomst van vervroegde uittreding hebben afgesloten die ten vroegste vervalt op de leeftijd van 60 jaar (buiten het kader van werkloosheid met bedrijfstoeslag), voor zover de werknemers op dat ogenblik een loopbaan van minstens 35 jaar kunnen bewijzen. Welke categorie werknemers hiermee bedoeld wordt, is - op basis van de wettekst - nog niet helemaal duidelijk.
Deze bepalingen treden retroactief in werking op 1 januari 2012.
Daarnaast heeft de Koning overgangsmaatregelen genomen voor werknemers die een aanvraag tot vervroegd pensioen hebben ingediend vóór 28 november 2011. Hierdoor kunnen deze werknemers vanaf 1 januari 2013 hun recht op vervroegd pensioen behouden op basis van de toen geldende regels. Dit betekent: leeftijd van 60 jaar en 35 jaar loopbaan op de datum van aanvraag.
Bijzonder pensioenstelsel voor beroepsjournalisten behouden
De Wet diverse bepalingen van 28 december 2011 schaft vanaf 1 januari 2012 het bijzondere pensioenstelsel van specifieke categorieën werknemers af (mijnwerkers, zeevarenden, vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart en beroepsjournalisten) voor de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2013.Voor de beroepsjournalisten wordt de afschaffing terug ingetrokken met ingang van 1 januari 2012. Er zal wel regelmatig een controle gebeuren om te zien of het systeem financieel in evenwicht blijft. De Koning krijgt de bevoegdheid om het systeem desgevallend aan te passen.
Bijzonder pensioenstelsel voor vliegend personeel van de burgerluchtvaart
De wet diverse bepalingen van 28 december 2011 heeft dit bijzondere pensioenstelsel van het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart afgeschaft. Voortaan zullen deze werknemers ook pas op vervroegd pensioen kunnen vanaf 62 jaar op voorwaarde van een loopbaan van 40 jaar.
Dit betekent onder andere dat voor een lid van het vliegend personeel dat op 31 december 2011 jonger was dan 55 jaar, de pensioenleeftijd wordt vastgesteld op 65 jaar of na een loopbaan van minstens 45 kalenderjaren.
Vanaf wanneer?
Dit bijzondere pensioenstelsel is afgeschaft vanaf 1 januari 2012, en dit voor pensioenen die effectief de eerste maal ingaan vanaf 1 januari 2013.
Overgangsregeling
Voor bepaalde werknemers geldt er wel een overgangsregeling. Iemand die op 31 december 2012 voldoet aan de oude afgeschafte leeftijds- of loopbaanvoorwaarden, behoudt het recht om tegen dezelfde voorwaarden met pensioen te gaan (ongeacht de datum waarop het pensioen later effectief ingaat).
Wat met de bijzondere bijdragen?
De bijkomende bijdragen zijn niet meer verschuldigd voor de tewerkstellingsperiodes vanaf 1 januari 2012 (ongeacht de leeftijd).
Alle bijdragen die betrekking hebben op tewerkstellingperiodes vóór 1 januari 2012 blijven wel verschuldigd. Dit is het geval voor de bijdragen van betreffende periodes waarvan de regularisatie loopt of voor bijdragen die betrekking hebben op het laatste trimester van 2011.
Alle niet verschuldigde bijdragen zullen teruggestort worden aan de betrokken klanten. De herrekeningen gebeuren eerstdaags in overleg met de klant.
Loopbaanberekening: periodes van werken en niet-werken
Het bedrag van het pensioen van werknemers wordt berekend op basis van drie kenmerken: de duur van hun beroepsloopbaan, de ontvangen bezoldiging tijdens de beroepsloopbaan en de gezinstoestand. Daarnaast is de loopbaanduur ook bepalend voor mensen die vervroegd op pensioen willen gaan.Binnen de huidige pensioenreglementering speelt de loopbaanberekening dus een belangrijke rol. Vanaf 2012 wegen bij deze berekening periodes van “werken” zwaarder door dan bepaalde periodes van “niet werken”.
Welke periodes van niet-werken zijn minder gunstig voor de loopbaanberekening?
De Belgische wetgever heeft definitief in het Staatsblad vastgelegd dat volgende periodes van “niet werken” voortaan tot een minder gunstig aandeel leiden in de berekening van de pensioenloopbaan:
- de werkloosheid van de derde periode
- bepaalde periodes van werkloosheid met bedrijfstoeslag
- gehele of gedeeltelijke loopbaanonderbreking en tijdskrediet (met uitzondering van het gemotiveerde tijdskrediet en de thematische verloven)
- halftijds of 1/5e tijdskrediet voor 50-plussers
Let op: de minder gunstige periodes voor de pensioenberekening zijn nu wel gekend, maar de concrete impact kennen we nog niet. Daarvoor is het nog wachten op het KB dat de berekeningsregels vastlegt.
Voor wie gelden deze minder gunstige berekeningsregels niet?
De wet verduidelijkt dat de nieuwe (minder gunstige) berekeningswijze niet geldt voor personen:
- die vóór 28 november 2011 ontslagen werden met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen).
- die zich op 28 november 2011 al in een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of tijdskrediet/loopbaanonderbreking bevonden
- die een aanvraag hebben ingediend tot het bekomen van een periode van loopbaanonderbreking/tijdskrediet*
• De werkgever heeft de schriftelijke kennisgeving van de werknemer vóór 28 november 2011 ontvangen.
• De RVA heeft het aanvraagformulier vóór 2 maart 2012 ontvangen.
• De ingangsdatum van de inactiviteitsperiode situeert zich vóór 3 april 2012.
De bepaling treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2012.
Loopbaanberekening: gelijkgestelde periodes van werkloosheid met bedrijfstoeslag
De Koning heeft de machtiging om de toekennings- en berekeningsregels te bepalen voor het gelijkstellen van periodes van arbeid met periodes van brugpensioen (werkloosheid met bedrijfstoeslag).Voor de periodes van brugpensioen zal de gelijkstelling berekend worden op basis van het bedrag van het minimumjaarrecht in plaats van op het onbegrensde fictieve loon, wat op zich nadeliger is.
De machtiging op het vlak van de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt verduidelijkt. De Koning krijgt de machtiging om bijzondere modaliteiten te voorzien voor periodes gelegen vanaf 1 januari 2012 en vóór de leeftijd van 60 jaar, die betrekking hebben op stelsels van bedrijfstoeslag.
Voor onderstaande stelsels krijgt hij echter géén machtiging:
- in bedrijven die erkend zijn als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.
- voor werknemers (vanaf 56 jaar) die 20 jaar gewerkt hebben in een ploegenstelsel met nachtarbeid (cao nr 46) of arbeidsongeschikte bouwvakkers (PC 124).
- voor werknemers (vanaf 58 jaar) die in de laatste 10 jaar gedurende 5 jaar zijn tewerkgesteld in een zwaar beroep (wisselende ploegen of onderbroken diensten of ploegenarbeid ’s nachts). Dit geldt ook personen die tijdens de laatste 15 jaar gedurende 7 jaar zijn tewerkgesteld.
- voor werknemers (vanaf 58 jaar) die beschouwd kunnen worden als mindervalide of persoon met ernstige lichamelijke problemen
- voor werknemers (vanaf 56 jaar) met 40 jaar beroepsverleden
- voor werknemers vanaf 58 jaar met lange loopbaan (in 2012 voor mannen: 38 of 40 jaar, voor vrouwen: 35 jaar), uitsluitend voor de maanden volgend op de maand waarin de werknemer 59 jaar wordt
- voor werknemers vanaf 55 jaar op basis van een cao neergelegd vóór 1 juni 1986 en ononderbroken van toepassing op 31/12/2007), uitsluitend voor de maanden volgend op de maand waarin de werknemer 59 jaar wordt.
- voor werknemers vanaf 57 jaar op basis van een cao neergelegd vóór 1 september 1987 en ononderbroken van toepassing op 31/12/2007, uitsluitend voor de maanden volgend op de maand waarin de werknemer 59 jaar wordt.
De bepaling treedt retroactief in werking vanaf 1 januari 2012.
Bron: Wet van 20 juli 2012 tot wijziging van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wat betreft het pensioen van de werknemers en houdende nieuwe overgangsmaatregelen inzake het vervroegd rustpensioen van de werknemers.
Gerelateerde publicaties
-
Onvoldoende opleidingsinspanningen in 2011: publicatie lijst sectoren met extra werkgeversbijdrage
De definitieve lijst met de sectoren die in 2011 onvoldoende opleidingsinspanningen hebben verricht, is bekend gemaakt. De werkgevers die tot één van deze sectoren behoren, moeten een bijkomende werkgeversbijdrage betalen van 0,05%.
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.