Enkele mogelijke struikelblokken bij het omzetten van ecocheques in maaltijdcheques
22 mei 2012
De dalende populariteit van ecocheques
Tijdens de IPA-onderhandelingen voor de periode 2009-2010 werd beslist om de koopkracht van de werknemers te verhogen door hen een extra netto loonsverhoging toe te kennen van 125 euro (voor het jaar 2009) en 250 euro (de jaren nadien). Een van de middelen om dit extra voordeel toe te kennen, bestond uit de ecocheque: een betaalmiddel waarmee men een gamma van ecologische producten of diensten kon aanschaffen.Toen de ecocheque eind 2009 werd gelanceerd, sprongen veel sectoren meteen enthousiast op de kar en werd het nieuwe loonvoordeel op vrij grote schaal verspreid onder de Belgische werknemers. Na amper twee jaar bleek het enthousiasme voor het betaalmiddel al een pak bekoeld, en steeds meer sectoren en ondernemingen wilden er terug van afstappen.
Tijdens de IPA-onderhandelingen voor de periode 2011-2012 vroegen de sociale partners daarom of het mogelijk was ecocheques om te zetten in een verhoging van het werkgeversaandeel in de maaltijdcheques. Die vraag werd positief beantwoord door de RSZ en de fiscus, waardoor het vanaf 1 oktober 2011 onder bepaalde voorwaarden mogelijk werd om ecocheques om te zetten in maaltijdcheques.
Het omzetten van ecocheques: potentiële struikelblokken
Dit betekent echter niet dat bedrijven sindsdien zomaar ecocheques kunnen omzetten in maaltijdcheques. Er moet hierbij nog altijd rekening worden gehouden met enkele bepalende elementen.Heeft de sector waartoe een bedrijf hoort voorzien in de mogelijkheid om ecocheques om te zetten?
Bij de lancering van de ecocheque sloten liefst 54 sectoren een cao af waarin werd bepaald om de ecocheque als loonvoordeel te gebruiken. Toen de interesse twee jaar later was bekoeld en veel bedrijven de ecocheques wilden opgeven, moest echter rekening gehouden worden met de bepalingen in die sectorale cao’s.
Zo hadden bepaalde sectoren een cao van onbepaalde duur afgesloten, zonder te voorzien in een alternatieve manier om het aanvullend loonvoordeel van 250 euro toe te kennen. Ondernemingen die onder zulke sector ressorteren, zijn gebonden door die cao en kunnen dus geen gebruik maken van de mogelijkheid om ecocheques om te zetten in maaltijdcheques.
Andere sectoren hadden in hun cao wel alternatieven voorzien, maar wel beslist dat een mogelijke omzetting moest gebeuren vòòr een bepaalde datum.
Voorbeeld: In het paritair comité 218 (bedienden) is in de sectorale cao vastgelegd dat een mogelijke gewenste omzetting van de ecocheques moest worden beslist voor 31 oktober 2011. Als een firma uit deze sector bijvoorbeeld nu zou willen beslissen om geen ecocheques meer te verspreiden, hebben echter ze geen andere keuze dan ze te blijven toekennen. Een rechtzetting met terugwerkende kracht is in principe niet meer mogelijk.
Zijn alle voorwaarden gerespecteerd?
Maaltijdcheques en ecocheques vormen in principe een aanvullend voordeel waarop geen sociale bijdragen of fiscale inhoudingen verschuldigd zijn. Maar dan moet wel aan een reeks specifieke voorwaarden worden voldaan.
Ondernemingen die ecocheques willen omzetten in maaltijdcheques moeten er dus voor zorgen dat al deze voorwaarden blijvend worden gerespecteerd. Zoniet riskeren ze dat de RSZ en de fiscus de cheques herkwalificeren als loon en ze onderwerpen aan sociale bijdragen en belastingen.
Geen één-op-één-relatie
Zoals eerder aangehaald: de ecocheques zijn voortgekomen uit het IPA-akkoord 2009-2010 dat voorzag in een netto koopkrachtverhoging van 250 euro. Wie een volledig jaar werkte, had recht op maximum 250 euro aan ecocheques. Bovendien hadden bepaalde afwezigheidsperioden geen invloed op dit bedrag (bv: jaarlijkse vakantie, moederschapsrust, arbeidsongeval,…).
Wanneer je ecocheques omzet in een verhoging van het werkgeversaandeel in de maaltijdcheque met bijvoorbeeld 1 euro, is deze netto koopkracht van 250 euro echter niet altijd vanzelf gegarandeerd. Een werknemer heeft immers maar recht op één maaltijdcheque per effectief gewerkte dag (en een jaar telt slechts 230 mogelijke arbeidsdagen). En de hierboven vermelde afwezigheidsperioden hebben wel een negatief effect op de maaltijdcheque.
De vraag hierbij is wel of die 250 euro effectief moet gegarandeerd worden, en de werkgever het eventuele verschil dus moet bijpassen. Om dit antwoord te kennen, moet een onderneming de sectorale cao raadplegen. De ironie van het lot wil dan overigens dat het restbedrag moet gecompenseerd worden door ecocheques toe te kennen…
Gerelateerde publicaties
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.
-
Loonmatiging in de praktijk: de loonnorm van 0%
Tijdens de begrotingsbesprekingen van eind 2012 besliste de regering om de loonkost van de Belgische ondernemingen in 2013 en 2014 enkel te laten stijgen door indexeringen en baremieke verhogingen. Er werd met andere woorden een loonmarge van 0% in het vooruitzicht gesteld. Deze loonmarge is nu ook bij koninklijk besluit goedgekeurd.