RSZ start met inning van bijkomende werkgeversbijdrage educatief verlof
14 mei 2012
Aandacht en middelen voor extra opleidingen
Tijdens het IPA-akkoord van 1999-2000 engageerden de sociale partners zich om meer aandacht te gaan schenken aan kennis en opleidingen. Er werd afgesproken om binnen de privésector jaarlijks 1,9% van de totale loonmassa van de ondernemingen te investeren in opleidingen en alle inspanningen die daarmee samenhangen.In 2005 koppelde het Generatiepact een controlemechanisme aan deze opleidingsverbintenis. Wanneer over de hele privésector heen het totale cijfer van 1,9% niet werd gehaald, werden er sancties opgelegd aan de sectoren die geen cao hadden gesloten die voorzag in bijkomende opleidingsinspanningen conform de wet (opleidingsinspanningen jaarlijks verhogen met 0,10% van de loonmassa of met 5% van de participatiegraad). Op zich gaat het om een formele controle, die niet noodzakelijk overeenstemt met de werkelijke inspanningen in de sector.
Alle ondernemingen die ressorteren onder zulke sector die geen cao heeft afgesloten, moeten een sanctie betalen. De sanctie zelf bestaat uit een extra RSZ-werkgeversbijdrage van 0,05% die bestemd is voor het Fonds betaald educatief verlof.
In april 2011 werden de definitieve lijsten bekend gemaakt van sectoren zonder cao omtrent bijkomende opleidingsinspanningen tijdens de jaren 2008 en 2009. Begin januari 2012 werd ook de definitieve lijst voor het jaar 2010 bekend. De sectoren die op deze definitieve lijsten voorkomen, moeten dus een extra werkgeversbijdrage van 0,05% betalen aan de RSZ.
Inning door RSZ wordt nu mogelijk
Door de publicatie van een KB kan de RSZ nu beginnen met het berekenen en innen van deze bijkomende werkgeversbijdrage van 0,05%. Alle betrokken firma’s zullen een wijzigend debetbericht ontvangen, met daarop de omvang van het verschuldigde bedrag. Voor de jaren 2008, 2009 en 2010 wordt telkens een apart debetbericht opgemaakt.In principe heeft de RSZ tijd tot eind 2012 (voor de jaren 2008 en 2009) en eind 2013 (voor het jaar 2010) om de debetberichten kenbaar te maken aan de werkgevers. In de praktijk zal de RSZ in het tweede kwartaal 2012 al overgaan tot de inningen voor de jaren 2008 en 2009. De bijdrage voor het jaar 2010 zou geïnd worden in het derde kwartaal 2012.
Let op: registreer uw opleidingsinspanningen in de sociale balans
Voor de jaren 2011 en 2012 werden nog geen lijsten bekendgemaakt van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen hebben gerealiseerd. Het opmaken van deze lijsten gebeurt immers aan de hand van gegevens uit de sociale balans.Het is voor elke onderneming dus erg belangrijk om opleidingsinspanningen zo volledig mogelijk te registreren en weer te geven in de sociale balans. Het aanleggen en bijhouden van een eenvoudige lijst van gevolgde formele opleidingen en cursussen kan al helpen. Maar ook alle informele opleidingen (training-on-the-job of selflearning) komen in aanmerking. SD WORX organiseert hierrond overigens opleidingssessies die u als bedrijf verder op weg kunnen zetten.
Wijzigingen aan het huidig sanctiemechanisme
Vanaf 2013 worden essentiële wijzigingen aangebracht aan dit huidige sanctiemechanisme, waardoor het beter wordt afgestemd op de realiteit binnen elke individuele onderneming. Zo zullen bedrijven geen extra bijdrage meer moeten betalen indien ze individueel voldoende opleidingsinspanningen hebben voorzien, ongeacht of er binnen hun sector al dan niet een cao werd afgesloten. Anderzijds zullen de sanctiebijdragen wel aanzienlijk verhogen. Meer informatie over de nieuwe regeling kan u nalezen in ons artikel van 9 april 2012.Bron: Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, blz. 27144.
Gerelateerde publicaties
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.
-
Loonmatiging in de praktijk: de loonnorm van 0%
Tijdens de begrotingsbesprekingen van eind 2012 besliste de regering om de loonkost van de Belgische ondernemingen in 2013 en 2014 enkel te laten stijgen door indexeringen en baremieke verhogingen. Er werd met andere woorden een loonmarge van 0% in het vooruitzicht gesteld. Deze loonmarge is nu ook bij koninklijk besluit goedgekeurd.