Een beperkte fiscale vrijstelling op bezoldigingen tijdens de opzeg en bij opzeggingsvergoedingen

29 maart 2012

Vanaf dit jaar bestaat er een beperkte fiscale vrijstelling op opzeggingsvergoedingen en bezoldigingen die tijdens een opzeggingstermijn worden uitbetaald. Deze fiscale vrijstelling is wel onderworpen aan enkele voorwaarden en beperkingen.

Fiscale vrijstelling bij het verbreken van een arbeidsovereenkomst

In het kader van het IPA-akkoord voor de periode 2011-2012 besliste de regering om een beperkte fiscale vrijstelling in te voeren voor opzeggingsvergoedingen en voor bezoldigingen die worden uitbetaald tijdens een opzeggingstermijn.

Er gelden echter enkele voorwaarden en beperkingen op deze fiscale vrijstellingsmaatregel.

Voorwaarden voor het bekomen van een vrijstelling

Beëindiging door de werkgever
De fiscale vrijstelling geldt enkel indien het arbeidscontract wordt beëindigd door de werkgever, en dit zowel bij een opzegging als een verbreking.

Alle andere vormen van beëindiging komen niet in aanmerking, zoals bijvoorbeeld:

  • beëindiging door de werknemer of in onderling akkoord
  • beëindiging met het oog op werkloosheid met bedrijfstoeslag of pensionering
  • beëindiging wegens dringende reden
  • ….
Een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur
De fiscale vrijstelling geldt ook alleen wanneer de werknemer verbonden was met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.
Let op: Ook bedrijfsleiders die met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur verbonden zijn met de vennootschap kunnen van deze vrijstelling genieten. Zelfstandige bedrijfsleiders komen dus niet in aanmerking.

Fiscale vrijstelling: onderworpen aan een dubbele beperking

Om misbruiken tegen te gaan wordt de fiscale vrijstelling begrensd per beëindiging van een arbeidsovereenkomst, en per belastbaar tijdperk.

Beperking per beëindiging arbeidsovereenkomst
Wanneer een opzeggingstermijn loopt over twee belastbare tijdperken, zal de vrijstelling slechts éénmaal kunnen genoten worden. Het maximumbedrag per vrijstelling wordt bepaald in functie van de datum van kennisgeving.

Als dit maximumbedrag tijdens het eerste belastbare tijdperk niet volledig werd toegekend, kan het resterende sado in het daaropvolgende belastbare tijdperk mogelijks worden verrekend.

Voorbeeld
De arbeidsovereenkomst van een arbeider wordt door werkgever A beëindigd met naleving van een opzeggingstermijn. De datum van kennisgeving is dinsdag 18 december 2012, en de opzeggingstermijn vangt aan op maandag 24 december 2012. Als de fiscale vrijstelling nog niet volledig is opgesoupeerd door het loon van de periode 24-31 december 2012, dan kan het resterende saldo worden overgedragen naar 2013. Het eigenlijke maximumbedrag wordt wel bepaald door het bedrag van 2012 (moment van kennisgeving) in aanmerking te nemen.

Beperking per belastbaar tijdperk
Per belastbaar tijdperk mag de fiscale vrijstelling niet groter zijn dan hetzelfde maximumbedrag dat van toepassing is op de opzeggingen die in het belastbare tijdperk zelf ter kennis zijn gebracht.
Deze situatie zal zich enkel voordoen wanneer in één belastbaar tijdperk door meerdere werkgevers opzeggingsvergoedingen of bezoldigingen voor een gepresteerde opzeggingstermijn worden toegekend.

Voorbeeld
De arbeidsovereenkomst van een arbeider wordt door werkgever A beëindigd met naleving van een opzeggingstermijn, maar de arbeidsovereenkomst van de arbeider wordt bij zijn nieuwe werkgever B in 2013 ook beëindigd. De arbeider geniet eveneens een volledige vrijstelling.

Er zal een beperking toegepast worden. De arbeider heeft in hetzelfde belastbare tijdperk 2013 een resterende vrijstelling verkregen bij werkgever A en een volledige vrijstelling bij werkgever B. Het in aanmerking te nemen maximumbedrag is het geïndexeerde bedrag van 2013.

De beperking per belastbaar tijdperk zal plaatsgrijpen op het moment van de definitieve afrekening van de personenbelasting of de belasting der niet-inwoners/natuurlijke personen.

Fiscale vrijstelling: bij voorrang op bezoldigingen

Per belastbaar tijdperk wordt de fiscale vrijstelling bij voorrang toegepast op bezoldigingen die zijn verkregen tijdens een opzeggingstermijn. Pas daarna komt een verbrekingsvergoeding in aanmerking.

Voorbeeld
Een werknemer wordt ontslagen met naleving van een opzeggingstermijn van 6 maanden. Na 3 maanden verbreekt de werkgever de arbeidsovereenkomst en betaalt de resterende compenserende opzeggingsvergoeding.

De fiscale vrijstelling zal bij voorrang toegepast worden op de bezoldiging die de werknemer ontving tijdens de drie maanden opzeggingstermijn, en niet op de verbrekingsvergoeding. Dit is in principe in het voordeel van de werknemer. Een bezoldiging die men ontvangt tijdens de opzeggingstermijn wordt altijd progressief belast in de personenbelasting. Een opzeggingsvergoeding wordt aan het gemiddelde tarief belast, tenzij het progressief tarief voordeliger is.

Voor het bepalen van het maximum geïndexeerde bedrag zal ook hier de eerste datum van beëindiging doorslaggevend zijn.

Bedrijfsvoorheffing en fiscale fiche 281

De fiscale vrijstelling wordt reeds toegepast bij de berekening in de bedrijfsvoorheffing.

Bij het opstellen van de fiche 281.10 (werknemer) en 281.20 (bedrijfsleider) zullen de bezoldigingen voor een gepresteerde opzeggingstermijn, en de opzeggingsvergoeding die principieel in aanmerking komen voor een vrijstelling, in afzonderlijke rubrieken moeten worden vermeld. De fiche zal bovendien de datum van kennisgeving van de beëindiging of de verbreking moeten vermelden.


Bron: Circulaire nr. Ci.Rh.242/614.625 (AAFisc Nr. 12/2012) dd 13.03.2012, fisconetplus

Gerelateerde publicaties

  • Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België

    #date#
    14/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.

  • Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid

    #date#
    7/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.

  • Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013

    #date#
    7/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.

  • Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers

    #date#
    3/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.

  • Loonmatiging in de praktijk: de loonnorm van 0%

    #date#
    2/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Tijdens de begrotingsbesprekingen van eind 2012 besliste de regering om de loonkost van de Belgische ondernemingen in 2013 en 2014 enkel te laten stijgen door indexeringen en baremieke verhogingen. Er werd met andere woorden een loonmarge van 0% in het vooruitzicht gesteld. Deze loonmarge is nu ook bij koninklijk besluit goedgekeurd.