Evaluatie sanctiemechanisme bij onvoldoende opleidingsmaatregelen
9 april 2012
Aandacht en middelen voor extra opleidingen
Tijdens het IPA-akkoord van 1999-2000 engageerden de sociale partners zich om meer aandacht te gaan schenken aan kennis en opleidingen. Er werd afgesproken om binnen de privésector jaarlijks 1,9% van de totale loonmassa van de ondernemingen te investeren in opleidingen en alle inspanningen die daarmee samenhangen.In 2005 koppelde het Generatiepact een controlemechanisme aan deze opleidingsverbintenis. Wanneer op macroniveau het cijfer van 1,9% niet is gehaald, wordt een sanctie opgelegd aan de sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen hebben geleverd. Het gaat dan om sectoren die geen cao hebben gesloten die voorziet in bijkomende opleidingsinspanningen conform de wet (opleidingsinspanningen jaarlijks verhogen met 0,10% van de loonmassa of met 5% van de participatiegraad).
Alle ondernemingen die ressorteren onder zulke sector, moeten deze sanctie betalen. De sanctie zelf bestaat uit een extra RSZ-werkgeversbijdrage van 0,05% die bestemd is voor het Fonds betaald educatief verlof.
Evaluatie van het huidig sanctiemechanisme
Het huidige mechanisme is in feite gebaseerd op een formele controle, met name het feit of er een geldige sectorale cao over opleidingsinspanningen is afgesloten. Er wordt dus geen rekening gehouden met de werkelijk geleverde inspanningen van de sectoren en van individuele ondernemingen. Bovendien bedraagt de sanctie vandaag 'minder' dan wat de werkgever moet spenderen om zijn opleidingsinspanningen te verhogen.Voorgestelde wijzigingen
De regering heeft daarom een nieuwe regeling uitgewerkt, die moet afgestemd zijn op de praktijk en de effectief gerealiseerde opleidingsinspanningen binnen de ondernemingen of de sector.- De wettelijke basis wordt gelegd om het bedrag van de aanvullende werkgeversbijdrage te verhogen met 0,15% vanaf 2013. Tot en met 2012 wordt de bijdrage ongewijzigd behouden op 0,05%.
- De aanvullende bijdrage zal niet alleen van toepassing zijn in de sectoren die geen cao rond de opleidingsinspanningen hebben afgesloten. Ze wordt ook toegepast in de sectoren die wel een dergelijke cao hebben gesloten, indien blijkt dat op sectoraal niveau de doelstellingen van de cao niet worden gehaald. De voorwaarden en nadere regels om aan te tonen dat deze doelstellingen niet werden bereikt, zullen bij koninklijk besluit worden vastgesteld.
- Ondernemingen die effectief voldoende opleidingsinspanningen realiseren, zullen vanaf 2013 in alle gevallen aan de aanvullende bijdrage kunnen ontsnappen (ook wanneer er geen sectorale cao bestaat in hun sector, of wanneer hun sector globaal niet de resultaten haalt die in de sectorale cao waren opgenomen). Bij koninklijk besluit zal worden bepaald wat moet worden verstaan onder 'de realisatie van voldoende inspanningen door de individuele ondernemingen'. Ook de voorwaarden en regels moeten nog via KB worden vastgesteld.
Praktisch
De inwerkingtreding van deze wijzigingen zal bij koninklijk besluit worden bepaald aangezien er nog uitvoeringsmodaliteiten moeten worden vastgelegd.Bron: Programmawet (I) van 29 maart 2012, p. 22143.
Gerelateerde publicaties
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.
-
Loonmatiging in de praktijk: de loonnorm van 0%
Tijdens de begrotingsbesprekingen van eind 2012 besliste de regering om de loonkost van de Belgische ondernemingen in 2013 en 2014 enkel te laten stijgen door indexeringen en baremieke verhogingen. Er werd met andere woorden een loonmarge van 0% in het vooruitzicht gesteld. Deze loonmarge is nu ook bij koninklijk besluit goedgekeurd.