Welke sectoren hebben in 2010 onvoldoende opleidingsinspanningen geleverd?
19 januari 2012
Aandacht en middelen voor extra opleidingen
Tijdens het IPA-akkoord van 1999-2000 engageerden de sociale partners zich om meer aandacht te gaan schenken aan kennis en opleidingen. Er werd afgesproken om binnen de privésector jaarlijks 1,9% van de totale loonmassa van de ondernemingen te investeren in opleidingen en alle inspanningen die daarmee samenhangen.In 2005 koppelde het Generatiepact een controlemechanisme aan deze opleidingsverbintenis. Sectoren die onvoldoende aandacht besteedden aan vorming en opleidingen, en zo het cijfer van 1,9% niet haalden, kregen een sanctie opgelegd. Deze sanctie bestaat uit een RSZ-werkgeversbijdrage van 0,05% die bestemd is voor het Fonds betaald educatief verlof. Alle ondernemingen die ressorteren onder een sector die onvoldoende opleidingsinspanningen levert, moeten deze bijdrage betalen.
Evaluatie voor het jaar 2010: onvoldoende opleidingsinspanningen op macroniveau
Volgens het verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bedroeg de globale opleidingsinspanning van alle werkgevers uit de privésector voor het jaar 2010 slechts 1,61% van de totale loonmassa. De doelstelling van 1,9% is dus niet gehaald.
De definitieve lijst van sectoren die in 2010 onvoldoende opleidingsinspanningen verrichtten, is bekend gemaakt op 12 januari 2012. Deze lijst bevat de sectoren waar voor het jaar 2010 geen cao over opleidingsinspanningen van kracht was die jaarlijks de inspanning met 0,1% verhoogt, of die voorziet in een jaarlijkse toename van minstens 5% van de deelname aan vormingen en opleidingen.
Gevolgen voor de ondernemingen
De sectoren die op deze definitieve lijst voorkomen, moeten een extra werkgeversbijdrage van 0,05% betalen aan de RSZ. Deze bijdrage wordt berekend op basis van het volledige jaarloon van de werknemers binnen de onderneming. De inning gebeurt in principe samen met de RSZ-inningen van het derde kwartaal 2012.
De bijdragen voor 2008 en 2009: stand van zaken
In april 2011 werden ook de definitieve lijsten bekend gemaakt van sectoren met een geringe opleidingsinspanning tijdens de jaren 2008 en 2009. De inning van de sanctiebijdrage voor deze beide jaren gebeurt tijdens de RSZ-inningen van het tweede kwartaal 2012.Het valt echter af te wachten of de RSZ deze boetes ook effectief zal kunnen innen. Enkele federaties hebben bij de Raad van State immers beroep aangetekend tegen het Ministerieel Besluit dat de definitieve lijsten van 2008 en 2009 heeft bepaald. Mogelijk worden deze lijsten dus nog aangepast. Momenteel moet het resultaat van deze procedure worden afgewacht.
Bron: Ministerieel Besluit van 12 januari 2012 tot vaststelling van de definitieve lijst voor het jaar 2010 van sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 3, par. 4, van het Koninklijk Besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
Gerelateerde publicaties
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.
-
Loonmatiging in de praktijk: de loonnorm van 0%
Tijdens de begrotingsbesprekingen van eind 2012 besliste de regering om de loonkost van de Belgische ondernemingen in 2013 en 2014 enkel te laten stijgen door indexeringen en baremieke verhogingen. Er werd met andere woorden een loonmarge van 0% in het vooruitzicht gesteld. Deze loonmarge is nu ook bij koninklijk besluit goedgekeurd.