Waardering niet-beursgenoteerde aandelenopties
4 januari 2012
Niet-beursgenoteerde aandelenopties: forfaitair percentage
Sommige ondernemingen geven hun werknemers niet-beursgenoteerde aandelenopties als extralegaal voordeel. Hierdoor ontstaat er een belastbaar voordeel alle aard in hoofde van de werknemer.Het belastbaar voordeel wordt forfaitair vastgelegd en vormt een percentage van de waarde van de onderliggende aandelen. Dit forfaitaire percentage bedraagt 15%, en verhoogt met 1% per jaar dat het aandelencontract langer loopt dan 5 jaar.
Onder bepaalde voorwaarden wordt dat forfaitair percentage gehalveerd tot 7,5% (en 0,5% per jaar dat het contract langer loopt dan 5 jaar).
Hiervoor moeten wel vijf voorwaarden vervuld zijn:
- De uitoefenprijs moet definitief vastgesteld zijn bij het aanbod. De uitoefenprijs moet op het aanbod van de optie zeker zijn.
- Het risico van de waardevermindering mag niet gedragen worden door de verstrekker van de optie, of door een persoon met wie er een band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat.
- De optie moet betrekking hebben op aandelen van de vennootschap waarin de werknemer werkzaam is, of van de (groot)moedervennootschap.
- De optie moet volgende bedingen bevatten:
--> De optie mag niet overdraagbaar zijn onder levenden.
Verhoging van het forfaitaire percentage
In het kader van de begroting heeft de regering Di Rupo I beslist om het belastbare voordeel op aandelenopties te verhogen. Het forfaitaire percentage wordt verhoogd van 15% naar 18%. Het gunstigere halveringspercentage wordt ook verhoogd van 7,5% naar 9%.Deze nieuwe percentages gelden voor aandelenopties die worden aangeboden vanaf 1 januari 2012.
Bron: Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2011 (editie 4)
Gerelateerde publicaties
-
Onvoldoende opleidingsinspanningen in 2011: publicatie lijst sectoren met extra werkgeversbijdrage
De definitieve lijst met de sectoren die in 2011 onvoldoende opleidingsinspanningen hebben verricht, is bekend gemaakt. De werkgevers die tot één van deze sectoren behoren, moeten een bijkomende werkgeversbijdrage betalen van 0,05%.
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.