Een maximale arbeidsduur voor artsen

8 februari 2011

Geneesheren, tandartsen, dierenartsen, kandidaat-geneesheren en –tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs zijn voortaan onderworpen aan maximale arbeidsduurgrenzen. De wet voorziet in een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van maximum 48 uur, en dit over een referteperiode van 13 weken. De medische instellingen zijn verplicht om op de werkplekken een register bij te houden met de geleverde dagelijkse prestaties.
Geneesheren, tandartsen, dierenartsen, kandidaat-geneesheren en –tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs zijn voortaan onderworpen aan maximale arbeidsduurgrenzen. De wet voorziet in een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van maximum 48 uur, en dit over een referteperiode van 13 weken. De medische instellingen zijn verplicht om op de werkplekken een register bij te houden met de geleverde dagelijkse prestaties.

Geneesheren, tandartsen, dierenartsen, kandidaat-geneesheren en –tandartsen en studenten-stagiairs van deze beroepen zijn uitgesloten uit de arbeidsduurreglementering. Voor deze beroepsgroepen heeft de wetgever daarom een apart juridisch kader uitgewerkt dat de arbeidsduur vastlegt.

Welke beroepsgroepen komen in aanmerking?

Deze nieuwe wet is van toepassing op:

  • Geneesheren en tandartsen die aan de voorwaarden voldoen van het KB nr. 78 van 10 november 1967 en die gezondheidsprestaties verrichten in het kader van een arbeidsovereenkomst of in statutair verband.
  • Dierenartsen, zoals omschreven in de wet van 28 augustus 1991, die gezondheidsprestaties verrichten in het kader van een arbeidsovereenkomst of in statutair verband.
  • Kandidaat-geneesheren in opleiding die gezondheidsprestaties verrichten in het kader van hun opleiding.
  • Kandidaat-tandartsen in opleiding die gezondheidsprestaties verrichten in het kader van hun opleiding.
  • Studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van deze beroepen.

Deze wet is niet van toepassing op:

  • Personen die tewerkgesteld zijn door het Rijk, de provinciën, de gemeenten of binnen de openbare instellingen die er onder ressorteren, of binnen de instellingen van openbaar nut. Uitzondering: de wet telt wel voor het personeel dat tewerkgesteld is via instellingen die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen.
  • Militair personeel
  • Personen die een leidende functie uitoefenen, zoals omschreven in de Europese reglementering.

Wat zijn de arbeidsduurgrenzen?

  • De wet voorziet in een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van maximum 48 uur, en dit over een referteperiode van 13 weken.
  • Naast de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur wordt er voorzien in een absolute weekgrens van 60 uur.
  • De duur van elke individuele werkperiode wordt begrensd op maximaal 24 uur.
  • Elke arbeidsprestatie van minstens 12 uren, moet worden gevolgd door een periode van minimum 12 opeenvolgende uren rust.

Het begrip “arbeidsduur”

Deze nieuwe wet hanteert dezelfde definitie voor het begrip “arbeidsduur” als de gewone Arbeidswet. Onder arbeidsduur verstaat men dus ‘de tijd waarin het personeel ter beschikking is van de werkgever’.

Bij de berekening van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gelden volgende zaken eveneens als arbeidsduur:

  • de rustdagen, zoals voorzien in de feestdagenwet en cao’s
  • de schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zoals voorzien in de arbeidsovereenkomstenwet

Voor kandidaat-geneesheren en kandidaat-tandartsen in opleiding worden de verplichte uren wetenschappelijk werk voor de academische vorming meegeteld als arbeidstijd. Dit gebeurt voor maximum 4 uren per week, waarvan 2 uren op de werkplek.

Overmacht

De absolute weekgrens (60u) en de maximumduur van elke individuele werkperiode (max 24u) kunnen worden overschreden in geval van overmacht. Er is sprake van overmacht in het geval van:

  • arbeid om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval.
  • arbeid die door een onvoorzienbare noodzakelijkheid wordt vereist, op voorwaarde dat de bevoegde ambtenaar hiervan op de hoogte wordt gebracht.

De draagwijdte van deze uitzondering is evenwel beperkt, aangezien het moet gaan om overmacht; dus met name een onvoorzienbare en dringende gebeurtenis. Gebeurtenissen die kaderen in de gebruikelijke activiteit van een ziekenhuis en die voortvloeien uit fouten, zoals een gebrekkige arbeidsorganisatie, kunnen dus geen aanleiding geven tot het inroepen van overmacht.

Vrijwillig wachtsysteem

Bovenop de weekgrenzen (de gemiddelde grens van maximum 48 uur en de absolute grens van 60 uur) kan een bijkomende arbeidstijd van maximum 12 uren per week worden gepresteerd om elk type van wachtdienst op de werkplek te verzekeren. Het gaat zowel om actieve als niet-actieve of slapende wachten.

Deze bijkomende arbeidstijd geeft recht op een aanvullend loon bovenop het basisloon. Dit geldt evenwel niet voor geneesheren, tandartsen en dierenartsen die vóór 1 februari 2011 reeds in dienst waren.
Voor kandidaat-geneesheren in opleiding kan de Koning dit aanvullend loon vastleggen.

De werkgever kan deze extra uren niet eisen. Deze bijkomende prestaties kunnen slechts verricht worden na een akkoord tussen de betrokken partijen. Dit akkoord moet schriftelijk worden vastgelegd en aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het akkoord moet worden vastgelegd vóór de aanvang van de bijkomende prestaties.
  • Het akkoord mag op elektronische wijze worden vastgelegd.
  • Het akkoord moet losstaan van het geschrift dat de arbeidsrelatie of de opleiding regelt.
  • Het akkoord moet het aanvullend loon vermelden.
  • Het akkoord moet gedurende 5 jaar op de werkplekken worden bewaard.

Iedere partij kan het akkoord beëindigen door een schriftelijk betekende opzegging van een maand.

Werknemers die geen bijkomende prestaties wensen te verrichten, mogen hiervan geen enkel nadeel ondervinden.

Registratie van prestaties

De instelling moet op de werkplek over een register beschikken dat de geleverde dagelijkse prestaties volgens chronologische volgorde herneemt. Het elektronisch bijhouden van dit register is toegelaten.

Sancties

Inbreuken op deze reglementering zijn onderworpen aan strafsancties en administratieve geldboeten.
Vanaf de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek (in principe 1 juli 2011) worden deze inbreuken bestraft met een sanctie van niveau 2, zijnde hetzij een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro, hetzij een administratieve geldboete van 25 tot 250 euro (nog te verhogen met de opdeciemen). Bron: Wet van 12 december 2010 tot vaststelling van de arbeidsduur van de geneesheren, de tandartsen, de dierenartsen, kandidaat-geneesheren in opleiding, kandidaat-tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van deze beroepen, BS 22.12.2010.

Gerelateerde publicaties

  • Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België

    #date#
    14/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.

  • Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid

    #date#
    7/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.

  • Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013

    #date#
    7/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.

  • Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers

    #date#
    3/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.

  • Loonmatiging in de praktijk: de loonnorm van 0%

    #date#
    2/05/2013
    #contentType#
    nieuws

    Tijdens de begrotingsbesprekingen van eind 2012 besliste de regering om de loonkost van de Belgische ondernemingen in 2013 en 2014 enkel te laten stijgen door indexeringen en baremieke verhogingen. Er werd met andere woorden een loonmarge van 0% in het vooruitzicht gesteld. Deze loonmarge is nu ook bij koninklijk besluit goedgekeurd.