Nieuwe RSZ-bijdrageverminderingen voor werknemers jonger dan 19 jaar en voor mentors
8 januari 2010
Een nieuwe doelgroepvermindering voor jongeren onder 19 jaar
Doel: vergemakkelijken van vormingen en beroepsstages
Er wordt een nieuw bedrag voor doelgroepvermindering voorzien voor jongeren onder 19 jaar, en dit voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2012.
Het toepassen van deze doelgroepvermindering leidt tot een bijna volledige vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen.
De preciese voorwaarden en berekeningsregels moeten wel nog nader worden bepaald via Koninklijk Besluit.
De nieuwe tijdelijke vrijstelling van de bijdragen zal toegekend worden voor:
- middenstandsleerlingen
- industrieel leerlingen
- jonge werknemers met een arbeidsovereenkomst
De toekenning gebeurt telkens tot 31 december van het jaar waarin de jongeren de leeftijd van 18 jaar bereiken.
Met de creatie van deze nieuwe doelgroepvermindering voor wil de overheid de vorming en beroepsstages voor jongeren onder 19 jaar vergemakkelijken. Op die manier hoopt men te vermijden dat jongeren die vandaag afstuderen langdurig werkloos blijven wanneer de economische activiteit binnen de bedrijven zich herstelt.
Doelgroepvermindering: samenstelling en berekening
De doelgroepvermindering is geen vast voorafbepaald forfait zoals de andere verminderingsbedragen (bv: 1000 euro, 400 euro, 300 euro,…)
De vermindering wordt gedefinieerd als het verschil tussen:
- de verschuldigde bijdragen die voor verminderingen in aanmerking komen, per tewerkstelling van de betrokken werknemer
- en de structurele lastenvermindering die de werkgever per kwartaal geniet voor de betrokken werknemer
De toepassing van deze doelgroepvermindering betekent dus een quasi volledige vrijstelling van SZ-bijdragen.
Bij deze vermindering gebeurt geen prorataberekening (op basis van de prestatiebreuk van de werknemer voor een bepaald kwartaal) in geval van onvolledige kwartaalprestaties zoals bij de andere doelgroepverminderingen.
De ondergrens inzake globale arbeidsprestaties tijdens het betrokken kwartaal bij dezelfde werkgever is wel van toepassing. Dit betekent dat de werkgever in de regel geen vermindering geniet als de globale tewerkstellingsbreuk van de betrokken jongere in een bepaald kwartaal kleiner is dan 27,5% van de voltijdse maatpersoon.
Inwerkingtreding
De vrijstelling van bijdragen voor -19 jarigen zou pas van toepassing worden vanaf het tweede kwartaal 2010.Doelgroepvermindering voor mentors
Er wordt een specifieke doelgroepvermindering voorzien voor werkgevers die een mentor aanwijzen voor de professionele omkadering van stagiairs.
Het bedrag van de bijdragevermindering bedraagt 400 euro per kwartaal en per mentor en wordt slechts toegekend in de kwartalen die vallen binnen de geldigheidsduur van de overeenkomst van de werkgever.
Definitie van mentors
Mentors zijn werknemers die tijdens hun tewerkstelling:
- de opvolging van stages verzekeren
- instaan voor de opleiding van leerlingen of leraren uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of uit het deeltijds onderwijs
- instaan voor de opleiding van jonge werkzoekenden (jonger dan 26 jaar) die een beroepsopleiding volgen
- instaan voor de opleiding voor cursisten (jonger dan 26 jaar) uit het volwassenenonderwijs
- instaan voor de opleiding van cursisten (jonger dan 26 jaar) die een door de Gemeenschap erkende opleiding volgen (in het kader van de overeenkomsten die worden gesloten met onderwijs- of vormingsinstellingen, de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of de beroepsopleiding)
Het aantal mentors waarvoor de doelgroepvermindering kan worden toegepast, is beperkt tot 1/5e van het aantal jongeren of leerkrachten die volgens de overeenkomst een stage kunnen volgen. De vermindering is eveneens beperkt tot het aantal uren, gedeeld door 400, die in de overeenkomst worden vermeld.
Welke werknemer komt in aanmerking als mentor?
Om als mentor in aanmerking te komen, moet een werknemer aan alle drie de volgende voorwaarden voldoen:
- Werknemers die tijdens hun tewerkstelling de opvolging van stages verzekeren en instaan voor de opleiding van maximum vijf personen uit de doelgroepen.
- Werknemers die tevens ten minste vijf jaar beroepservaring hebben in het beroep dat in het kader van de stage of opleiding wordt aangeleerd.
- Werknemers die met succes een mentoropleiding gevolgd hebben (moet aangetoond worden met een getuigschrift van de onderwijs- of opleidingverstrekker ingericht of erkend door de bevoegde Gemeenschap), of een getuigschrift ter validatie van zijn/haar mentorcompetenties kan voorleggen (uitgereikt door de bevoegde Gemeenschap of een door de bevoegde Gemeenschap daartoe erkende instantie).
Welke werkgevers komen in aanmerking?
Alle werkgevers onderworpen aan de RSZ-wet van 27/6/1969 die stages of opleidingen organiseren ten behoeve van doelgroepwerknemers (welbepaalde leerlingen, leerkrachten, jonge werkzoekenden en jonge cursisten). De werkgever moet zijn verbintenis hiertoe expliciet vastleggen in een overeenkomst die aan bepaalde vereisten moet voldoen.Kenmerken overeenkomst werkgever
- In geval van opleiding van leerkrachten of jongeren (niet-jonge werkzoekenden): de overeenkomst wordt gesloten tussen de werkgever en één of meerdere onderwijs- of opleidingsinstellingen of -operatoren op wiens initiatief of onder wiens toezicht de stages of opleidingen georganiseerd worden. In geval van opleiding van jonge werkzoekenden: de overeenkomst wordt gesloten tussen de werkgever en de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding of een instelling voor volwassenenonderwijs.
- De begin- en einddatum van de verbintenis moeten vermeld worden, en de verbintenis mag maximum 12 maanden duren (bij overschrijding van de maximumduur wordt uitgegaan van een overeenkomst van 12 maanden). De begindatum moet samenvallen met de eerste dag van een kwartaal, en de einddatum moet samenvallen met het einde van een kwartaal.
- De overeenkomst moet duidelijk de concrete verbintenis van de werkgever bevatten: met name het aantal uren dat de werkgever aanbiedt aan een bepaald aantal jongeren of leerkrachten om stages te lopen of een opleiding te volgen tijdens de looptijd van de overeenkomst.
- De overeenkomst kan verdere afspraken bevatten in verband met de organisatie van de stages en opleidingen, de pedagogische omkadering en de spreiding in de tijd van de stages en opleidingen.
- De overeenkomst moet gedateerd en ondertekend worden door de verschillende partijen.
Als er reeds eerder van een doelgroepvermindering in dit kader werd genoten, moet de overeenkomst een ondertekende en gedateerde verklaring bevatten van de onderwijsinstelling die daarbij betrokken was. Deze verklaring moet bevestigen dat de werkgever zijn verbintenissen effectief is nagekomen. Als deze verklaring ontbreekt, of als de werkgever zijn verbintenis in het verleden niet is nagekomen, kan geen nieuwe vermindering toegekend worden.
Wie kan doelgroepwerknemer zijn?
- Leerlingen of leraren uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of uit het deeltijds onderwijs.
- Jonge werkzoekenden onder 26 jaar die een beroepsopleiding volgen.
- Cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenenonderwijs.
- Cursisten jonger dan 26 jaar die een door de Gemeenschap erkende opleiding volgen (in het kader van de overeenkomsten die worden gesloten met onderwijs- of vormingsinstellingen, de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of de beroepsopleiding).
Inwerkingtreding
De doelgroepvermindering zou op 1 januari 2010 in werking treden. Dit zal nog bij Koninklijk Besluit worden bepaald. Bron: Wet van 30 december 2009 ter ondersteuning van de werkgelegenheid, BS 31/12/2009 p. 82966.Gerelateerde publicaties
-
Onvoldoende opleidingsinspanningen in 2011: publicatie lijst sectoren met extra werkgeversbijdrage
De definitieve lijst met de sectoren die in 2011 onvoldoende opleidingsinspanningen hebben verricht, is bekend gemaakt. De werkgevers die tot één van deze sectoren behoren, moeten een bijkomende werkgeversbijdrage betalen van 0,05%.
-
Instapstages: na Vlaanderen ook operationeel in Brussel en Duitstalig België
Het federale systeem van de instapstages kan door de Gewesten en Gemeenschappen verder worden uitgewerkt. Nadat de instapstage in Vlaanderen concreet is ingevuld, is dit nu ook gebeurd voor de Franstaligen in Brussel en in Duitstalig België.
-
Een modernere wetgeving voor uitzendarbeid
De wetgeving rond uitzendarbeid wordt vanaf 1 juli 2013 gemoderniseerd. De sociale partners sloten hierover een principeakkoord, dat nu door de regering in een wetsontwerp is gegoten.
-
Forfaitaire vergoeding voor buitenlandse opdrachten: nieuwe bedragen vanaf 1 april 2013
Ambtenaren die voor een officiële opdracht naar het buitenland reizen, ontvangen hiervoor een forfaitaire verblijfsvergoeding die is vastgelegd via een landenlijst. Deze bedragen gelden ook als norm in de privésector, waar iedere werkgever de keuze heeft tussen een vast forfait van 37,18 euro of de bedragen uit de landenlijst. Deze lijst is vanaf 1 april 2013 aangepast aan de index.
-
Horecaplan: lastenverlaging voor extra’s en vaste werknemers
De regering heeft enkele maatregelen genomen voor de horecasector. Wie vanaf 1 januari 2014 opteert voor een vrijwillige invoering van de elektronische kassa met black box, kan genieten van een lastenverlaging voor vijf vaste werknemers. Daarnaast geldt er vanaf 1 oktober 2013 een nieuw systeem van gelegenheidsarbeid.