Voorwaarden om recht te hebben op ouderschapsverlof?
22 september 2011
Werknemers die zijn tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst hebben onder bepaalde voorwaarden recht op ouderschapsverlof.
Elke werknemer
Werknemers die zijn tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst hebben onder bepaalde voorwaarden recht op ouderschapsverlof.let op!
Voor werknemers die zijn tewerkgesteld in de openbare sector kunnen afwijkende regelingen voorzien zijn.
Zowel de vader als de moeder hebben elk recht op ouderschapsverlof. Zij kunnen dit gelijktijdig of beurtelings opnemen. Het recht kan echter niet van de ene ouder op de andere worden overgedragen.
voorbeelden
De moeder kan bijvoorbeeld eerst ouderschapsverlof voor haar kind opnemen. Aansluitend of gelijktijdig kan de vader voor hetzelfde kind ook zijn ouderschapsverlof opnemen.
Anciënniteitsvoorwaarde voor de werknemer
De werknemer moet tijdens de vijftien maanden die aan de aanvraag voor ouderschapsverlof voorafgaan, gedurende twaalf maanden verbonden zijn geweest met de werkgever door middel van een arbeidsovereenkomstLeeftijd van het kind
De periode waarin het ouderschapsverlof kan toegekend worden, loopt:
- in geval van geboorte van een kind: tot het kind twaalf jaar wordt;
- bij adoptie van een kind: gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind, als deel uitmakend van zijn gezin, in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.
Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet gedurende de periode van het ouderschapsverlof uiterlijk zijn voldaan. De twaalfde verjaardag kan bovendien worden overschreden wanneer het verlof op verzoek van de werkgever wordt uitgesteld en voorzover de schriftelijke kennisgeving is gebeurd.
De leeftijd wordt opgetrokken tot 21 jaar indien het om een kind met een handicap gaat.
Voorwaarden
Hiervoor moet het kind:
- voor ten minste 66 % getroffen zijn door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid;
of - een aandoening hebben waarvoor ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag.